kapitein Riemer Witteveen
Cristian Schrik & Mediacentrum Defensie
Vijftig extra banen op Bonaire, St. Eustatius en Saba
Het zorgvuldig verrichten van de grenspolitetaak vraagt om extra personeel in Caribisch Nederland. In 2028 moeten er vijftig nieuwe collega’s zijn toegevoegd aan het huidige team van ruim tachtig. De bevolking op Bonaire, St. Eustatius en Saba, de BES-eilanden, groeide de afgelopen jaren sterk en ook het toerisme nam een vlucht. Daarmee neemt de complexiteit en de verantwoordelijkheid op de grensprocessen toe.
De groei biedt een mooie uitdaging, vindt kersverse brigadecommandant van het Caribisch Gebied, luitenant-kolonel Patrick Taribuka: “Ik wil verder bouwen aan een brigade die professioneel, betrouwbaar en wendbaar is. Een brigade die diep verbonden is met de lokale samenleving en klaar is voor de uitdagingen van morgen.”
Tijdens zijn eerste werkbezoeken op locatie, merkte Taribuka meteen dat een frisse aanpak nodig is. “Het netwerk staat, maar er is een half jaar geen brigadecommandant geweest. De verbinding en relaties tussen de Koninklijke Marechaussee, het openbaar bestuur en de diensthoofden kunnen daardoor beter. De komende tijd ga ik dan ook overal mijn gezicht laten zien en kennismaken met alle partijen.”
Luitenant-kolonel Patrick Taribuka (links) en kapitein Guus (rechts).
We hebben zelf nog niet alle kennis in huis
Ook kapitein Guus, hoofdteamleider voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius, merkt dat verandering op zijn plaats is. “Met de toenemende bevolkingsgroei en het dito toerisme nemen ook de reisbewegingen toe, zowel internationaal als tussen de eilanden zelf.” Om grensoverschrijdende activiteiten beter in kaart te brengen, is uitbreiding daarom nodig. Guus: “We hebben goed contact met de drie gezaghebbers en werken veel samen met de lokale politie. Dat is nodig, want we hebben nog niet alle kennis in huis. Ook met meer nieuwe collega’s straks, blijft die samenwerking nodig.”
Caribisch Nederland
Caribisch Nederland bestaat uit drie eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden). Het zijn drie afzonderlijke openbare lichamen binnen ons koninkrijk. Samen vormen ze de bijzondere gemeenten van Nederland. De Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is de verbindende schakel tussen de Nederlandse Rijksoverheid en de drie eilanden en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de rijksbelangen.
In tegenstelling tot de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten, die elk hun eigen regering hebben, vallen de BES-eilanden onder de Nederlandse rechtsorde, waarbij de wetgeving is aangepast aan de lokale context. De regering in Den Haag draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid. De Marechaussee is daarom volop aanwezig op de BES-eilanden.
Met de toenemende bevolkingsgroei en het toerisme nemen ook de reisbewegingen toe op de BES-eilanden.
Veiliger
De uitbreiding van het team zorgt voor structurele versterking van de taken van de Marechaussee in het Caribisch gebied op het vlak van migratie, recherche, intel, vuurwapen- en drugscriminaliteit en documentfraude. Taribuka: “Het is al goed geregeld op de eilanden, maar het kan altijd beter. Zie daar het belang van de uitbreiding. Daarnaast maken we extra capaciteit vrij voor opleidingen en training, en breiden we uit op het gebied van materieel en communicatie.”
“Het is op de eilanden al goed geregeld, maar het kan altijd beter.”
Lokaal werven
Bijzonder aan de werkwijze van de Marechaussee in Caribisch Nederland is dat de helft van de medewerkers geen militair is, vertelt kapitein Guus. “Het zijn collega’s die op de eilanden geboren zijn en die een opsporingsmodule hebben gevolgd op het Opleidings-, Trainings- en Kenniscentrum, het OTC. Zij worden opgeleid tot opsporingsambtenaar. Het mooie is dat we lokaal werven. Zij kennen de cultuur, de taal en de historie. Dat is hier erg belangrijk.”
Een ander deel van de medewerkers vliegt momenteel in op basis van een Tijdelijke Tewerkstelling (TTW). “Het voornemen is om deze club af te bouwen en volledig te vervangen door vaste functies”, aldus Guus. Zo groeit de Marechaussee op de BES-eilanden van ruim tachtig collega’s naar honderddertig. “In 2028 moeten de nieuwe stoelen volledig gevuld zijn.”
Gearoid (19): “Ik hou van actie!”
Hij loopt net het klaslokaal uit. Weer een dag in de schoolbanken achter de rug. Nog maar drie maanden en Bonairiaan Gearoid en zijn dertien klasgenoten zijn klaar met hun opleiding. In negen maanden zijn ze dan klaargestoomd om als algemeen opsporingsambtenaar van de Koninklijke Marechaussee aan het werk te gaan op hun eigen eiland. “Op 1 januari begin ik bij de grensbewaking op de luchthaven hier op Bonaire. Maar ik kan ook tijdelijk ingezet worden op St. Eustatius en Saba.”
“De opleiding is hard werken. We leren veel; van strafrecht en strafverhoor tot ambtsinstructie en het opnemen van een proces-verbaal. Daarnaast hebben we drie maanden Internationale en Militaire Politietaken (IMPT) gehad in Apeldoorn. De docenten zijn goed en investeren veel tijd in ons, ook buiten de les. In oktober begint een stage waarin politietaken centraal staan. Ik kijk uit naar het rijden van patrouilles en het werken op grote evenementen. Ik hou van actie, zo ben ik.”
Gearoid tijdens z’n opleiding.
Soms vergeten we het mens achter het uniform
Cultuurverschillen
“We moeten niet de illusie hebben alles beter te weten dan de inwoners zelf”, vertelt Taribuka. Als commandant sector Basisopleidingen verzorgde hij eerder al opleidingen in dit gebied. “De cultuur is echt anders. Je kunt niet zonder iemand te kennen aan het werk. Eerst bouw je een relatie op, dan pas doe je zaken. Nederlanders moeten daar wel eens aan wennen; soms vergeten we het mens achter het uniform. Mijn advies aan collega’s die hier willen werken, is dan ook om je te verdiepen in de nieuwe cultuur en daarvan te leren.”
Elk eiland heeft weer zijn eigen karakter, voegt Guus toe. “Als hoofdteamleider heb ik te maken met drie eilanden. Elk met z’n eigen uitdagingen. Op Saba en St. Eustatius spreekt men voornamelijk Engels, op Bonaire zijn de voertalen Papiaments en Nederlands. De taal is één ding, maar we werken hier ook veel meer samen met lokale partners, meer dan in Nederland. Dat maakt het soms complex. Ik geloof niet dat een reguliere hoofdteamleider in Nederland geregeld schakelt met de staf in Den Haag en de burgermeester. Voor mij is dat wekelijkse kost.”
De samenwerking met lokale autoriteiten is zeer waardevol.
Uitdagingen
Taribuka heeft zijn taak helder voor ogen: “We hebben hier écht wat te doen. In eerste instantie denk je bij deze eilanden misschien aan strand, zon en ontspanning, maar er is veel serieus werk te verzetten. Het zijn uitdagende functies en er zitten hier over het algemeen ervaren collega’s die in Nederland al één of meerdere functies hebben gehad en hier misschien al eerder zijn geweest. De werving gaat voorspoedig; het is duidelijk dat we groeien en er is animo genoeg.”
Tientallen nieuwe collega’s werven in twee jaar tijd is één ding, die collega’s, hun partner en gezin huisvesten, is een hele andere zaak. Taribuka: “We moeten de uitbreiding natuurlijk ook kunnen faciliteren. De eilanden zijn niet zo groot. Het toerisme neemt toe, dus er worden meer hotels gebouwd. Net als in Nederland, zijn de huizen ook hier schaars. Daarnaast hebben we in Nederland natuurlijk ook nieuwe collega’s nodig, dus we moeten goed met elkaar kijken waar de prioriteiten liggen.”