kapitein Kirsten de Vries
Jarno Kraayvanger
…bij het Team Vervolg Opleidingen Onderofficieren
Het Team Vervolg Opleidingen Onderofficieren (TVOO) van de Koninklijke Marechaussee bestaat al sinds jaar en dag. De belangrijkste opleiding die het team verzorgt, is de Leergang Senior Medewerker (LSM), een verplichte studie voor aankomende opperwachtmeesters. Lag de focus hierbij voorheen op leidinggeven, sinds september vorig jaar is dat persoonlijke effectiviteit. “Je leert jezelf goed kennen, dat kun je altijd gebruiken. Of je nou leiding geeft of niet.”
Voor wie nu denkt: 'dat leidinggeven voor opperwachtmeesters is blijkbaar niet meer belangrijk', heeft het mis. Maar, niet iedere opperwachtmeester stuurt andere collega’s aan. En dus stond de TVOO al geregeld met 1-0 achter aan het begin van een nieuwe ronde van de LSM. “Zodra de leerlingen hier kwamen, zetten ze al gelijk de hakken in het zand”, herinnert teamleider Marco zich. “’Ik word opperwachtmeester, maar ik zit bij de recherche en geef geen leiding. Wat doe ik hier?’ De oude opzet sloot niet optimaal aan bij de verschillende beroepscontexten waarin onze mensen werken en daar liepen wij tegenaan.”
Adjudant Moerad kan zich de houding van de studenten goed voorstellen: hij was er jaren geleden zelf eentje. “Ik dacht ook: ‘wat doe ik hier?’ De rang had ik, maar destijds niet de functie om de oude LSM te volgen. Dus ik vroeg me af wat ik met de opleiding moest.”
Verandering
Daarom was het hoog tijd voor verandering. Voor maatwerk eigenlijk. Tegenwoordig is de LSM opgedeeld in drie modules: Persoonlijke Effectiviteit (PE), Leidinggeven (LG) en Human Resources (HR). Persoonlijke Effectiviteit is verplicht en noodzakelijk voor de functietoewijzing en bevordering, vereist honderd procent aanwezigheid en duurt vier weken. Leidinggeven en Human Resources zijn functiemodules. Deze volgen cursisten alleen wanneer hun baan daarom vraagt. Beiden worden op dit moment doorontwikkeld.
Inmiddels zijn er zo’n tien klassen geweest in het eerste jaar van de LSM in de nieuwe vorm. De geluiden zijn positief, merkt Moerad. “Mensen zeggen dat ze het leerzaam vinden, omdat je jezelf goed leert kennen. Dat kun je altijd gebruiken, of je nou leidinggeeft of niet. Bovendien herkennen ze de aansluiting bij hun dagelijkse praktijk.”
Zelfkennis
Jezelf goed leren kennen begint niet zodra de cursisten een stap binnen de poort van de Willem III-kazerne zetten, maar al zes weken daarvoor. Aan de hand van een uitgebreide vragenlijst wordt vastgesteld waar iemand zich bevindt op het ‘Communicatiecircumplex’, een model dat inzicht geeft in de manier waarop mensen communiceren en samenwerken. Daarnaast maken de leerlingen een ‘Big Five-persoonlijkheidstest’ en voeren zij diverse reflectieopdrachten uit.
Tijdens de PE-module zelf staat communicatie centraal. Hoe communiceer jij richting anderen? Moerad: “Er vindt een gesprek met een psycholoog plaats waarin je bespreekt hoe het kan dat bepaalde respondenten een ander beeld van je hebben dan dat jij zelf hebt. We kijken vervolgens of we daar een leervraag of een ontwikkeldoel uit kunnen halen. Daarmee gaan we echt naar de kern: waar komt bepaald gedrag vandaan? Waarom reageer je zoals je reageert? Communicatie is één van de kerncompetenties binnen de Marechaussee en komt terug in vrijwel alle functieprofielen van opperwachtmeesters. Daarom besteden we veel aandacht aan hoe je communiceert, hoe anderen dat ervaren en welke invloed dat heeft op samenwerking, leiderschap en operationele resultaten.”
Acteurs
Om dit alles naar de werkvloer te vertalen, leren de opperwachtmeesters hoe ze een confronterende ik-boodschap moeten meedelen. Hiervoor gebruiken zij voorbeelden uit hun eigen werksituaties. Dus stel: je hebt een collega die altijd eerder naar huis gaat, waardoor anderen langer moeten blijven om het werk af te maken. Of: iemand komt altijd te laat of werkt vaker thuis dan de bedoeling is. Hoe spreek je mensen hier dan op een effectieve en respectvolle manier op aan? Dit wordt geoefend met behulp van acteurs.
Moerad: “Wij kijken tijdens dat rollenspel of leerlingen actief luisteren. Dat vinden ze vaak moeilijk en dat merken wij. Maar door actief te luisteren kom je er júíst achter waar het probleem ligt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er bij iemand thuis iets speelt, maar dat kun je niet altijd weten. Daarnaast leren ze hoe je bijvoorbeeld stiltes doelgericht kunt inzetten, dat je de oplossing bij de ander moet laten en hoe je zo’n gesprek afrondt.” Deze gesprekken worden opgenomen en vervolgens geanalyseerd, wat moet leiden tot een groter bewustzijn van de eigen verbale en non-verbale communicatie.
Examens
De laatste week van de module is de examenweek. De opperwachtmeesters hebben twee examens, legt Marco uit: één summatief en één formatief. “Het summatieve examen is met een acteur, het voorgaande voorbeeld. Voor het communicatieve examen maken deelnemers eindpresentaties, waarbij hun teamleiders aanwezig zijn. Dan vertellen ze wat ze leerden, hoe ze zich hebben ontwikkeld en hoe zij deze ontwikkeling voortzetten binnen hun functie. Door leidinggevenden hierbij te betrekken ontstaat een directe verbinding tussen de opleiding en de praktijk.” Leggen de marechaussees de examens goed af, dan ontvangen zij een diploma.
Wachtlijst
In een klas zitten nu nog veertien leerlingen. De TVOO onderzoekt of het mogelijk is om dat aantal te verhogen naar achttien. Dat moet wel, want er is inmiddels een wachtlijst voor de LSM, vertelt teamleider Marco. “We kijken hoe we de opleiding en de examens nog wat kunnen aanpassen zodat we meer plaats hebben, zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Maar binnen ons team is capaciteit het probleem. We hebben zes opleiders, één teamleider en een tweede teamleider. De LSM vormt onze kernactiviteit, maar we verzorgen daarnaast nog de opleiding voor Plaatsvervangend Groepscommandanten en de module Wachtcommandanten. We zijn een klein team en ik heb een ontzettende hekel aan 'nee' verkopen. Dus we kijken steeds meer naar maatwerk en daar is de huidige LSM een mooi voorbeeld van. Door te blijven ontwikkelen, zorgen we ervoor dat onze opleidingen nóg beter aansluiten op de praktijk van vandaag én morgen.”