kapitein Nico Schinkelshoek
sergeant-majoor Hille Hillinga
REMPUS26 toneel voor onbemande systemen
Aan de Portugese kust oefenen bondgenoten deze maand met de gezamenlijke inzet van maritieme onbemenste systemen. In de lucht, onder én op het water. Ook de Koninklijke Marine is van de partij bij REPMUS26.
Van de herfst is nog weinig te merken op Troia, een schiereiland op iets meer dan een uur rijden van hoofdstad Lissabon. Met temperaturen rond de dertig graden Celsius is het warm. Ook in de kleine, Portugese marinehaven aan de smalle kuststrook. Het is een van de hoofdlocaties van de jaarlijkse innovatie-oefening, die voor de gelegenheid is omgedoopt tot ontmoetingsplaats voor militairen, kennisinstellingen en industrie.
Tijdens REPMUS26 werken de deelnemers met onbemenste systemen in de lucht, op en onder water. Onder meer de Fender, een 3D-geprint bootje van Nederlandse makelij, is van de partij.
Steeds moeilijker
Net als vorig jaar is de marine in Portugal aanwezig. REPMUS (voluit: Robotic Experimentation and Prototyping augmented by Maritime Unmanned Systems) draaide tijdens eerdere edities nog grotendeels om het beproeven van nieuw materieel. Dit jaar ligt de focus vooral op het gezamenlijk laten optreden van de systemen van verschillende deelnemers. “Dat is iets dat we bijna nooit doen”, geeft luitenant-ter-zee der 1e klasse Wouter aan. Hij coördineert het testprogramma voor onbemenste systemen bij de marine, waar ook de oefening in Portugal een grote rol in speelt.
LTZ1 Wouter (midden) op schiereiland Troia, een van de locaties waar REPMUS26 plaatsvindt.
‘Hier varen, vliegen en duiken assets uit meerdere landen door elkaar heen’
“Hier varen, vliegen en duiken assets uit meerdere landen door elkaar heen”, zegt hij. Dat alles in scenario’s die steeds moeilijker worden. Van inlichtingen verzamelen tot havenbescherming en uiteindelijk zelfs de verdediging van een compleet vlootverband. “We moeten nu omschakelen van testen naar de tactische ontwikkeling van de systemen.”
REPMUS26 in aantallen
Aan de zestiende editie van REPMUS doen volgens de organisatie meer dan 1.500 deelnemers van 36 marines mee, evenals ruim zestig kennisinstituten en bedrijven, dertien universiteiten en vijf NAVO-instanties die zich bezighouden met maritieme operaties en onbemenste maritieme systemen.
Ook worden er meer dan driehonderd onbemenste maritieme systemen ingezet, ondersteund door veertien schepen.
Aan REPMUS26 doen volgens de Portugese organisatie deelnemers van 36 marines mee.
De officier noemt het dan ook ‘essentieel’ dat de landen samen dit soort oefenmissies draaien en werken aan de interoperabiliteit. “Uiteindelijk treden we in daadwerkelijke situaties eveneens op met bondgenoten.” Bovendien beschikken de landen over verschillende systemen die elkaar aanvullen. “Belangrijk onderdeel van de gezamenlijke verdediging is dat de partnerlanden de assets van elkaar opdrachten kunnen geven tijdens een operatie”, zegt hij. En daar ligt gelijk de moeilijkheid, want al die systemen uit verschillende landen aan ‘elkaar knopen’, is zo makkelijk nog niet.
Niet alleen de marine was present tijdens REPMUS26, ook het Commando Materieel en IT (COMMIT) stuurde een afvaardiging naar Zuid-Europa. Verder waren er medewerkers van Nederlandse kennisinstituten aanwezig, zoals TNO en MARIN, en partijen uit de Nederlandse industrie.
Verbinden met software
Om dat voor elkaar te krijgen, brengt de marine een laag software over die van de fabrikant van het systeem heen. Dat gebeurt door kleine kastjes in te bouwen. Als vlootmanager is luitenant-ter-zee der 2e klasse oudste categorie (LTZ2OC) Robert daarvoor verantwoordelijk. “Met de softwarelaag die we daarmee aanbrengen, kunnen we straks vanuit de commandocentrales op onze schepen communiceren met de verschillende soorten drones die we hebben en meerdere onbemenste systemen tegelijk aansturen.”
LTZ2OC Robert: “Hier leer je met een team operationeel vliegen en ervaar je hoe de lijnen lopen.”
Om vervolgens ook andere landen toegang te geven tot diezelfde onbemande systemen, sloten de NAVO-landen een overeenkomst: iedereen die een vergelijkbaar softwaresysteem heeft, kan daarmee communiceren met de andere drones. “Een partnerland heeft bijvoorbeeld een drone en brengt die in de lucht”, vertelt Robert. “Dan kunnen wij vanuit ons besturingssysteem op de schepen een opdracht sturen naar die andere drone.” Daar zit voorlopig overigens altijd nog een piloot tussen die daar het laatste woord over heeft.
Meerdere drones tegelijk aansturen
Drones opdrachten geven
In de hoek van het terrein op Troia, waar de Nederlandse marine met zo’n vijftien collega’s zit, klinkt opeens gezoem. Een grijze drone stijgt op. Binnen enkele seconden is de DeltaQuad Evo uit het zicht verdwenen. Robert tuurt even later naar een beeldscherm, dat door een overkapping uit de brandende zon wordt gehouden. Daarop is een kaart van het oefengebied te zien. Een icoontje toont de locatie van ‘zijn’ drone, die samen met drie andere vliegende toestellen en varende eenheden een verkenningsmissie uitvoert boven zee. Naast vlootmanager is de LTZ2OC namelijk ook piloot van dit type toestel, geschikt voor het verzamelen van inlichtingen.
Namens Nederland reisde ook het schip MV Geosea af naar Zuid-Europa. Het schip dient als platform voor verschillende trials met de onbemande systemen, met name onder water.
De officier houdt de vooraf geprogrammeerde route van de drone nauwlettend in de gaten. Als het nodig is, kan hij wijzigingen aanbrengen tijdens de vlucht. In de virtuele commandocentrale van het schip, die enkele meters verderop is nagebootst in een container, nemen de collega’s de drone over via de eigen software. Ook de aanwezige collega’s uit bijvoorbeeld Portugal en het Verenigd Koninkrijk zijn daartoe in staat.
Een onbemand vaartuig van de Portugese marine.
Robert: “In theorie zou je straks vanuit één punt een dronevloot over de hele wereld kunnen aansturen.” Zover is het alleen nog lang niet. Tijdens REPMUS gaat het vooralsnog namelijk om kleine aantallen onbemenste systemen die meedraaien in dit soort missies en een beperkt aantal landen waarmee dat kan. De dronepiloot kijkt weer naar zijn scherm. Er komt een melding binnen. De batterij is bijna leeg, dus het toestel moet weer terugkeren naar ‘huis’. De besturing is daarmee weer even in zijn handen.