Michael Simon
sergeant-majoor Barend Westerveld en Mediacentrum Defensie
…bij de dependance van het Bureau Flexibele Capaciteit
Zo'n zeshonderd reservisten hebben een functie bij de Koninklijke Marechaussee. Dat moeten er veel meer worden. Het goede nieuws: ze melden zich bij de vleet aan. De uitdaging: deze reservisten opleiden. Bij de dependance van het Bureau Flexibele Capaciteit op het OTCKMar zijn collega’s dan ook druk bezig instructeurs klaar te stomen die kersverse reservisten bij de hand moeten nemen. Kapitein Zola coördineert deze werving en oud-beroepsmilitair Lesley, in het dagelijks leven wijkagent, is zo’n reservist die als instructeur de nieuwe lichting moet gaan opleiden.
“We hebben echt veel nieuwe mensen nodig”, benadrukt Zola. De kapitein is zelf reservist en in die hoedanigheid coördinator van de dependance van het Bureau Flexibele Capaciteit. “Ons team is een soort vooruitgeschoven post van het bureau. Wij kijken naar de behoeftes en tekorten die hier op het opleidingscentrum zijn en of we die kunnen opvullen met reservisten.”
De animo om reservist te worden is gelukkig groot, vertelt ze. “We hebben zo’n tweehonderd mensen in de pijplijn om de vervolgopleiding in te gaan. Dat zijn we momenteel nog aan het organiseren. De eerste vervolgopleiding vindt op z’n vroegst in januari 2027 plaats."
Hiervoor zijn uiteraard instructeurs nodig. Zola: “Deze halen we bijvoorbeeld uit de bestaande reservistenpool. In onze huidige club zitten een paar instructeurs die al jaren reservist zijn. Sommigen hebben al instructeurservaring, anderen worden daar nu voor opgeleid. Maar we zijn daarnaast hard op zoek naar herintreders, zoals Lesley. Dus oud-militairen die als reservist willen terugkeren.”
Kapitein Zola werkt al drie jaar bij Defensie als jurist bij de afdeling Juridische Dienstverlening van de Divisie Personeel en Organisatie Defensie (DPOD). “Ik behandel bezwaren en beroepen van besluiten van Defensie, zoals ontslagbesluiten. Ook vertegenwoordig ik Defensie in de rechtbank.” Ze is sinds een jaar reservist. “Dat het de Koninklijke Marechaussee is geworden, heeft enigszins te maken met mijn vorige baan waarin ik werkzaam was in het vreemdelingenrecht. Dat heeft natuurlijk de nodige overlap. Maar op deze manier krijg ik ook de mogelijkheid om mezelf te blijven ontwikkelen en een maatschappelijke bijdrage te leveren.”
Wachtmeester Lesley vervulde in 1995 zijn dienstplicht bij de Landmacht, waarna hij beroepsmilitair werd. Toen hij uit dienst ging, was hij nog twee jaar reservist bij de Luchtmacht. Dat bestaan zei hij in 2009 vaarwel om meer tijd vrij te maken voor zijn kinderen. In mei van dit jaar keerde Lesley, in het dagelijks leven wijkagent in Rotterdam, terug als reservist. Wat hij gaat doen? “In een notendop: reservisten opleiden voor het bewaken en beveiligen van objecten, zoals de koninklijke paleizen.”
Lesley begon in mei met de opleiding tot praktijkopleider. Als alles volgens plan loopt, wordt hij in september verder opgeleid door beroepsmilitairen. “Daarna start ik als instructeur voor nieuwe reservisten.” Een functie die hem op het lijf is geschreven, vertelt hij. “In het verleden gaf ik bij andere organisaties al veel les. Zo heb ik mensen die in het openbaar vervoer werken opgeleid en ben ik IBT-docent geweest. Het is leuk om weer lekker les te gaan geven. Dat het ook nog eens bij de Marechaussee is, vind ik een extra bonus. Met name omdat het erg overeenkomt met mijn werk bij de politie en mijn beveiligingsopleiding.”
Reservist zijn, laat zich volgens Lesley en Zola goed combineren met hun eigen baan. Lesley: “Ik zit nu natuurlijk nog in de opbouwfase naar mijn functie toe, maar ik schat in dat ik er straks maandelijks drie tot zes dagen mee bezig ben. Afhankelijk van welke trainingen er worden gegeven.” Zola: “Ik ben wekelijks tussen de acht en zestien uur aan mijn reservistenfunctie kwijt. Bij mijn vorige baan, waarin ik in de rechtspraak werkte en lange dagen maakte, was het ondenkbaar om dit erbij te doen. Toen ik bij Defensie terechtkwam, veranderde dat. Mijn huidige baan laat zich veel beter combineren met een functie als reservist.”
Zoals eerder aangegeven: de animo om reservist te worden bij de Marechaussee is groot. Dat enthousiasme is natuurlijk prettig, maar verwachtingsmanagement is ook een belangrijk onderdeel van Zola’s takenpakket. “Het is helaas nog niet zo dat reservisten na het aanstellingstraject meteen aan de slag kunnen. We hebben te maken met wachttijden voor de Algemene Militaire Basisvaardigheden (AMBV) en wezijn nog bezig met het oprichten van de vervolgopleiding. Voor sommigen betekent dat lang wachten. Dat geven we geïnteresseerden ook mee. Tegelijkertijd proberen we hen tijdens dat proces wel te blijven boeien en te binden. Dat doen we bijvoorbeeld door hen te stimuleren zich op te geven als oefenvijand of een ander project mee te draaien.”Kijkend naar de toekomst heeft Herman de wens dat het GCC bevragingen kan uitbreiden naar meerdere landen. “Zo kunnen ketenpartners nóg sneller beschikken over de benodigde informatie en beter onderbouwde beslissingen nemen.” Of deze wens ook werkelijkheid wordt? Met een glimlach: “Dat gaat vast goedkomen.”
Herintreders als Lesley vormen een aantrekkelijke doelgroep voor het Bureau Flexibele Capaciteit. Zij kunnen immers veel sneller ingezet worden als reservist, legt Zola uit. “Deze groep heeft al militaire ervaring en dus sowieso een voorsprong. Daarbovenop hoeven ze niet meer de hele AMBV te doorlopen. Ze beschikken over een stuk beroepscontext, waardoor het voor hen makkelijker is om de inhoud over te brengen en anderen op te leiden.” Ze besluit met een glimlach: “Dus ben jij een oud-militair met een wens om jouw kennis en ervaring over te brengen; meld je dan vooral.”