André Twigt
Opperwachtmeester Mike de Graaf en Gert de Graaf
Defensie en burgerij kunnen niet zonder Defensie Pijpleiding Organisatie
Hoeveel werk heb je aan een tracé van 83 kilometer brandstofpijpleiding dat in Midden-Nederland veilig onder de grond ligt verstopt? Niet veel zou je op het eerste gezicht zeggen. Gert de Graaf weet wel beter. Hij heeft er de handen vol aan, zo blijkt tijdens een dagje op pad met de pijpleidingopzichter van het Commando Materieel en IT (COMMIT).
Gert is werkzaam bij de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO). Dat is een vrij onbekend onderdeel van de Directie Wapensystemen en Bedrijven (DWS&B), dat eigenlijk nooit het acht uur journaal haalt. De mannen en vrouwen van de DPO willen dat graag zo houden. De organisatie verzorgt en bewaakt namelijk het transport van vliegtuigbrandstof naar Nederlandse vliegbases en luchthaven Schiphol. Dat gebeurt grotendeels ondergronds via een netwerk van 550 kilometer aan pijpleidingen. De DPO maakt deel uit van het overkoepelende Central European Pipeline System van de NAVO. De organisatie is dan ook een belangrijke schakel in de internationale militaire brandstofvoorziening.
Werkzaamheden binnen vijf meter van de brandstofleiding moeten altijd van tevoren worden aangemeld. De uitvoering vindt pas plaats na goedkeuring van de leidingbeheerder.
Gebrand op veiligheid
Gert begint de dag vroeg. Als eerste staat een bezoek aan het plaatsje Bruchem gepland. Hier wil een aannemer bij een bloemenkwekerij een dam verbreden over een sloot om zo de toegang tot het bedrijf te verbeteren. Op zich niets bijzonders. Behalve dat de graafwerkzaamheden om twee keerwanden te plaatsen binnen vijf meter van de militaire brandstofleiding plaatsvinden. “Hierop moeten we dus toezicht houden”, vertelt Gert. De specialist is gebrand op veiligheid. Mocht een leiding onverhoopt lek stoten, dan heb je een milieu-incident van ongekende omvang. “Brandstof stroomt met een druk van 80 Bar door de leiding. Bij een incident lekken in korte tijd vele duizenden liters weg.”
Wel en niet graven
Gert heeft inmiddels een zoekspoel uit zijn Toyota Landcruiser gehaald. Met dit detectie-instrument bepaalt hij de exacte diepte en ligging van de leiding, die inderdaad binnen vijf meter van de werkzaamheden ligt. Vervolgens markeert hij de positie van de leiding met enkele rood geschilderde paaltjes. Zo weet de machinist precies waar hij wel en niet met zijn graafmachine mag komen. Gert vertelt dat hij de meeste tijd kwijt is aan dergelijke meldingen, in vaktaal klikberichten genoemd. Voordat een aannemer een spade in de grond steekt, is hij verplicht dit te melden bij de plaatselijke kabel-en leidingbeheerders. Onder hen gas- en elektriciteitsbedrijven en in dit geval ook de DPO. “Werkzaamheden mogen pas na goedkeuring van de betrokken instantie plaatsvinden”, benadrukt Gert.
Fueling the alliance
Het motto van de DPO - ‘Fueling the alliance’- vat vrij goed samen, waar het bij de organisatie om draait: onzichtbaar doet zij onmisbaar werk voor Defensie en voor Nederland.
Afsluiters worden ook periodiek gecontroleerd.
Vijfhonderd meldingen
Het tracé van de opzichter is jaarlijks goed voor vijfhonderd klikberichten. Sommige zijn van administratieve aard en vereisen weinig aandacht. Andere doen dat wel. Zoals bij de aanleg van een keerwand voor een afvalverwerkingsbedrijf in Lopik. De aannemer wil een betonplaat storten voor de opslag van containers. Maar pal erachter ligt de 6 inch leiding van de DPO. “Waar ik hier op let, is dat de betonplaat de keerwand niet wegdrukt, waardoor de achterliggende aarde met daarin de brandstofleiding verschuift. Denk hierbij aan een tompouce. Zodra je op de bovenkant kracht zet, druk je de vulling weg. Datzelfde zou hier kunnen gebeuren. We installeerden daarom apparatuur op de leiding om eventuele verschuivingen te registeren.”
De precieze positie van de leiding wordt gemarkeerd met een rood paaltje.
Geldelijke sancties
Het controleren van het tracé op legale en illegale graafwerkzaamheden gebeurt zowel per auto als per helikopter. Dat toezicht geen overbodige luxe is, bewijst een recent incident. Een elektriciteitsbedrijf in de gemeente Haafde verwijderde zonder toestemming een lantaarnpaal binnen de vijf meter van de leiding. “Komt dit binnen drie maanden vaker voor, dan volgt een brief naar het Agentschap Telecom dat eventueel geldelijke sancties oplegt.”
Tijdens de inspectie worden ook de paaltjes met daarin de kathodische meetbescherming meegenomen. De kathodische meetbescherming is een manier om de metalen buis met behulp van een elektrisch stroompje te beschermen tegen corrosie.
Verder zakt
De tocht langs dorpen en gehuchten gaat verder. Volgende stop is voor de inspectie van een put met afsluiter in de gemeente Ammerzoden. Midden in het weiland staat de stalen behuizing, die de afsluiters en het lekdetectiesysteem afschermt. Mocht men een lek vermoeden, dan gaat de werkdruk van de leiding en wordt bij een lagere waarde bekeken of de druk gelijk blijft of verder zakt. “In het laatste geval is de leiding lek.”
Opvallend is de toewijding, waarmee Gert zijn werk doet.
Netjes
Opmerkelijk is de toewijding, waarmee Gert zijn werk doet. De afsluiterput veegt hij netjes aan. Vervolgens maait hij het onkruid tussen de tegels rondom de put. Het hoort er allemaal bij: aanvegen, maaien en poetsen, hoewel dat laatste er vandaag niet in zit. Dat doet Gert wel een andere keer, want op kantoor wacht nog een lading bureauwerk. Zo maakt hij deel uit van de werkgroep, die de vervanging van zo’n 32 kilometer zes inch leiding door 10 inch begeleidt. “Een DPO-locatie hoort er altijd netjes uit te zien”, wil de opzichter kwijt over hoe hij zijn werk beleeft. Het inspecteren van de installaties verloopt naar zijn zeggen prettiger wanneer je er geregeld een vette lap overheen haalt. “Het oog wil tenslotte ook wat.”
De beschadigde leiding bij Vianen werd ingepakt met een laag beschermend isolatiemateriaal en daarna weer bedekt.
Op de leiding ter hoogte van Lopik werd een Geoconus 4 sensor geplaatst om trillings- en signaalmetingen te doen.