Stijn Jaspers
Kick Smeets, Kustwacht Nederland, Mediacentrum Defensie
Marine versterkt blik en aanwezigheid op Noordzee
Het strategisch belang van de Noordzee valt niet te overschatten. Het water voor de Nederlandse kust barst van de vitale infrastructuur. Denk aan olie- en gasplatforms, onderzeese pijpleidingen, windmolenparken en datakabels. Dit maakt het gebied, zowel boven als onder het wateroppervlak, doelwit voor sabotage en andere (hybride) dreiging. Voor de Koninklijke Marine en haar partners heeft zicht op de Noordzee topprioriteit.
Stafofficieren kapitein-luitenant ter zee Jasper Bol en luitenant ter zee 1 Eva Heijmans van het Maritime Operations Centre Admiral BENELUX (MOC ABNL) en Hoofd Intelligence majoor Jan Heerema (KMar) van Kustwacht Nederland, zitten als 1 team bij elkaar in de Operations Room (OpsRoom) op Marinebasis Den Helder. Hun gedeelde missie? De Noordzee veilig houden.
V.l.n.r.: KLTZ Jasper Bol, MAJ Jan Heerema en LTZ 1 Eva Heijmans.
Urgentie groeide
“We zijn in het verleden te naïef geweest”, zegt overste Bol. “We gingen er lang vanuit dat vitale infrastructuur op zee vanzelf veilig was. Inmiddels weten we dat we ons proactief moeten opstellen om onze economische en militaire belangen te verdedigen.”
De urgentie groeide sterk na de sabotage van de Nord Stream 2-gaspijpleiding, in de Oostzee, in 2022 en de toenemende dreiging door statelijke en niet-statelijke actoren. Sindsdien zet Nederland versneld stappen om de Noordzee beter te beschermen. Dat gebeurt binnen het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat coördineert dit programma en werkt daarbij samen met verschillende andere ministeries, waaronder Defensie. Ook andere partners, zoals Kustwacht Nederland, de Politie en het Openbaar Ministerie, zijn nauw betrokken.
“We gingen er lang vanuit dat vitale infrastructuur op zee vanzelf veilig was.”
Kwetsbare infrastructuur
Nederland heeft een unieke positie op de Noordzee. Via Nederlandse wateren lopen belangrijke scheepvaartroutes richting Europese havens en er ligt een steeds dichter netwerk van stroom- en datakabels op de bodem. De energietransitie vergroot het belang ervan verder. Nieuwe windparken op zee vragen om extra kabelverbindingen en infrastructuur.
“De dichtheid van infrastructuur op de Noordzee is enorm”, aldus majoor Heerema. “We hebben inmiddels meer dan 10.000 kilometer aan kabels en leidingen liggen in het Nederlandse deel van de Noordzee, bestaande uit de territoriale wateren en de Exclusieve Economische Zone (EEZ). Dat brengt veiligheids- en beveiligingsrisico’s met zich mee. Qua energievoorziening beschermen we als overheid niet alleen nationale belangen maar dragen ook bij aan de energiezekerheid van een groot deel van West-Europa.”
Zr.Ms. De Ruyter escorteert de Admiraal Vladimirsky op de Noordzee. De foto is genomen vanuit een kustwachtvliegtuig.
Verdachte scheepvaart
De dreiging komt vanuit verschillende richtingen. Zo ziet stafofficier Heijmans ‘een toename van Russische en andere niet-NAVO-schepen in en rond Nederlandse wateren’. “Sommige schepen vertonen opvallend gedrag, zoals langdurig stilliggen boven infrastructuur of het uitschakelen van transponders”, vertelt zij. Bol vult aan: “We zien de afgelopen jaren een toename van de passages van niet-NAVO militaire eenheden door de Noordzee. Ook is er een toename van verdachte civiele scheepvaart, zoals de Russische schaduwvloot. Hier hebben we meer werk aan.”
Daarnaast groeit de zorg over incidenten met gesleepte ankers waarmee kabels of leidingen beschadigd kunnen raken. “Soms is dat een ongeluk, soms roept gedrag vragen op”, vertelt Heijmans. “De noodzaak om voortijdig te analyseren wie of wat hierachter zit, en met welk doel, neemt toe.”
Nieuwe ogen en oren
Om beter zicht te krijgen op de Noordzee, investeert de marine in nieuwe radarsystemen, vliegende Uncrewed Aerial Vehicles (UAV’s), bovenwater Uncrewed Surface Vehicles (USV’s) en Informatiegestuurd Optreden (IGO). “Het gaat niet alleen om het detecteren van grote schepen”, legt Bol uit. “Juist kleinere vaartuigen of onbemande systemen die zich afwijkend gedragen, willen we vroegtijdig kunnen zien. En daarvoor zetten we liever andere systemen in dan het traditionele marineschip dat overal achteraan vaart. Dat is niet efficiënt. Een fregat zet je het liefst in als je moet ingrijpen. Niet per se voor beeldopbouw.”
Bol is dan ook heel blij met het patrouilleschip DSS Galatea. Dit civiele vaartuig kwam voor het eerst in actie op de Noordzee tijdens de Haagse NAVO-top in juni 2025. “De Galatea is sindsdien een vaste kracht. Fregatten hebben nu meer ruimte voor andere taken”, legt hij uit.
Dankzij patrouilleschip DSS Galatea hebben fregatten van de marine ruimte voor andere taken.
Sneller en accurater
Het Kustwachtcentrum in Den Helder speelt een centrale rol in de maritieme beeldopbouw van de Noordzee. Door de integratie van radar-, AIS-, sensor- en observatiegegevens wordt het scheepvaartverkeer 24 uur per dag gemonitord. Daarnaast kan het Kustwachtcentrum via beveiligde dataverbindingen realtime videobeelden en missiedata ontvangen van de Dash-8 kustwachtvliegtuigen.
Deze informatie draagt bij aan een actueel en gedeeld operationeel beeld van de situatie op zee en ondersteunt de situational understanding van betrokken organisaties. “Hoe meer informatiebronnen we combineren, hoe beter ons situational awareness wordt”, aldus Heerema. “Het gaat uiteindelijk om een structureel beeld van wat er op zee gebeurt.”
Kustwachtvliegtuig Dash-8.
Samenwerking als sleutel
Volgens Bol kan geen enkele dienst de beveiliging van de Noordzee alleen uitvoeren. “Het delen van informatie is cruciaal”, benadrukt hij. De 3 geïnterviewden denken hierbij terug aan de periode voorafgaand aan en tijdens de NAVO-top. Toen werd tussen de Koninklijke Marine, Kustwacht en Politie intensief samengewerkt binnen de Joint Inter Agency Task Force North Sea (JIATF-NS).
“Toen kon echt alles”, zegt Hoofd Intelligence Heerema. “De schotten tussen samenwerkende partners waren weg en we konden precies doen wat nodig was om de Noordzee veilig te houden.”
Dat tijdelijke samenwerkingsverband vormt nu de basis voor het National Maritime Security Centre (NMSC), dat in oprichting is. “De belangrijkste les van de NAVO-top was dat we elkaar operationeel wisten te vinden”, zegt Heerema. “Nu moet men dat ook bestuurlijk en juridisch goed organiseren.”
Samenwerking krijgsmachtdelen
Een meer gestroomlijnde samenwerking tussen de krijgsmachtdelen draagt volgens Heijmans ook direct bij aan een beter beeld van de Noordzee. “Ik zou voor ons maritieme beeld bijvoorbeeld dolgraag directe toegang hebben tot de data van het onbemande verkenningsvliegtuig MQ-9 Reaper”, zegt zij. “Dat betekent wel dat systemen van de luchtmacht moeten worden gekoppeld aan die van de marine. De noodzaak hiervan wordt gezien, maar het duurt echt een tijd voordat dat realiteit is.”
Binnen het MOC ABNL wordt gewerkt aan een permanente 24/7 Noordzee-cel die continu monitort.
Internationaal
De samenwerking voor een veilige Noordzee reikt verder dan Nederland alleen. Zo wisselt Nederland informatie uit met bondgenoten als België, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Als een verdacht schip uit de Oostzee vertrekt, kan die informatie al vroeg door de Denen worden gedeeld.
“Tegelijkertijd blijft de juridische context complex”, zegt Bol. “Nederland hecht sterk aan vrije doorvaart op zee. Buiten de territoriale wateren gelden andere regels en bevoegdheden. ‘We willen de vrije scheepvaart niet belemmeren’, klinkt het dan. Maar we willen het wel kunnen herkennen wanneer gedrag afwijkt of risico’s oplevert.”
Van reactief naar proactief
De marine richt zich steeds nadrukkelijker op de Noordzee. Binnen het MOC ABNL wordt gewerkt aan een permanente 24/7 Noordzee-cel die continu monitort. Ook worden informatiesystemen vernieuwd, om sneller data tussen verschillende organisaties te delen.
Volgens de 3 geïnterviewden is deze ontwikkeling noodzakelijk. “We zien een toename van activiteiten van niet-NAVO-eenheden in onze omgeving. Dan kun je niet blijven wachten tot er een incident gebeurt”, zegt Heijmans. De inzet is daarom helder: van reactief optreden naar proactieve beveiliging. “We moeten laten zien dat we zicht hebben op wat er gebeurt”, onderstreept Heerema. “Dat alleen al kan tegenstanders afschrikken.”
Goed bestuur
Bol benadrukt nogmaals dat de opgave groter is dan techniek alleen. “Nieuwe radars, drones en systemen kunnen helpen, maar uiteindelijk draait het om samenwerking tussen partners. En dit vraagt om governance. Goed bestuur dat de randvoorwaarden schept en de operationele commando's (OPCO’s) in staat stelt taken onbelemmerd uit te voeren.”
Het gevoel van urgentie mag volgens Bol ‘echt niet wegzakken’. “De Noordzee is van vitaal belang voor Nederland. Die verantwoordelijkheid moeten we samen blijven dragen. We kunnen niet langer naïef zijn.”