Sla over en ga naar de inhoud
2 marinemannen poseren in uniform voor een billboard van de Onderzeedienst.

Orka’s in aantocht

Coen Heil

John van Helvert en Onderzeedienst

Klaarmaken voor toekomst onderwater

Terwijl de eerste nieuwe onderzeeboot pas over enkele jaren in Den Helder arriveert, wordt achter de schermen al volop gebouwd aan de toekomst. Niet alleen op papier, maar ook qua opleidingen, onderhoudsprocessen en vastgoedplannen. Van nieuwe simulatoren en virtual reality (VR) tot aangepaste steigers, werkplaatsen en trainingsfaciliteiten. De komst van de Orkaklasse leidt nu al tot veel  beweging binnen de Koninklijke Marine. Met als doel ervoor te zorgen dat de zeemacht klaarstaat als de eerste boot zich meldt.

De komst van de nieuwe Orkaklasse – 4 onderzeeboten in totaal – lijkt misschien nog ver weg, maar voor de Onderzeedienst en de Directie Materiële Instandhouding (DMI) is de voorbereiding al lang begonnen. Terwijl de Walrusklasse operationeel blijft, werken tientallen specialisten aan de overgang naar een nieuwe generatie onderzeeboten.

Winkel moet openblijven

“Het verwerven van de boten gebeurt door Commando Materieel en IT (COMMIT), samen met de Franse scheepsbouwer Naval Group”, vertelt programmaleider van de transitie van Walrus naar Orka kapitein ter zee Eric-Jan Horstman. “Onze taak is ervoor te zorgen dat de marine gereed is om die boten te ontvangen. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat de Walrusklasse daaronder lijdt. De winkel moet open blijven tijdens de verbouwing.”

Dat vraagt om een omvangrijke operatie. Niet alleen de organisatie verandert, ook de infrastructuur in Den Helder gaat op de schop. Gebouwen, steigers, simulatoren en onderhoudsfaciliteiten moeten worden aangepast aan een onderzeeboot die groter, zwaarder en technologisch geavanceerder is dan haar voorganger.

De infrastructuur gaat flink op de schop in Den Helder.

Unieke kans

Voor DMI betekent de komst van de Orkaklasse meer dan alleen nieuwe techniek. Volgens het hoofd Engineering van de Instandhoudingsgroep Onderzeeboten Jos Roersma biedt het project een unieke mogelijkheid om eindelijk infrastructuur te realiseren die specifiek is ontworpen voor het onderhoud van moderne onderzeeboten. “De infrastructuur die we nu hebben, is ooit gebouwd voor de mijnenjagers en vorige generaties onderzeeboten”, licht hij toe. “Terwijl we nu de kans krijgen om voorzieningen te treffen die echt aansluiten op de instandhouding van de Orkaklasse.”

Dat is geen geringe opgave. De boten van de huidige Walrusklasse zijn ongeveer 69 meter lang. De nieuwe boten groeien naar circa 85 à 86 meter. Daardoor moeten de huidige voorzieningen worden aangepast of vervangen. “De bestaande onderhoudshal zal moeten worden verlengd en er moet een tweede hal bij”, aldus Roersma. “Daarnaast moeten we kijken naar de scheepslift en andere faciliteiten. Dat zijn enorme projecten die we moeten inpassen op het huidige terrein.”

De Orka-onderzeeboten zijn straks minstens 15 meter langer dan de voorgangers. Dat vereist aangepaste voorzieningen. Deze artist impression geeft een indruk.

Bredere transformatie haven

Ook aan de kade verandert het nodige. De nieuwe onderzeeboten passen straks weliswaar op de bestaande ligplaatsen, maar de haven ondergaat tegelijkertijd een bredere transformatie. Volgens Horstman leidt die voor de Onderzeedienst uiteindelijk tot vrijwel volledige nieuwbouw. “Het gebouw waar we nu zitten moet worden vervangen, de steiger krijgt andere aansluitingen en het terrein gaat omhoog als onderdeel van het waterveiligheidsproject. Eigenlijk verandert alles.”

De samenwerking tussen alle partijen verloopt tot nu toe prima.

Opleiden aan de wal

Niet alleen de infrastructuur verandert door de aankoop van de Orka’s. Ook de manier waarop submariners worden opgeleid, ontwikkelt zich door. Binnen de Nederlands-Belgische Operationele School werkt luitenant ter zee 2OC Leen Klein dan ook aan nieuwe trainingsvoorzieningen. Deze gaan een steeds grotere rol spelen. SimShip staat daarin centraal. In dit toekomstige simulator- en trainingscomplex voor de Onderzeedienst kan operationeel en technisch personeel gezamenlijk trainen.

“De functie van simulatoren wordt enorm groot bij de Orkaklasse”, beaamt Klein. “Die simulatoren worden eigenlijk onze vijfde boot.” Dat is nodig omdat het nieuwe dual crew-concept ervoor zorgt dat onderzeeboten meer varen, met 2 bemanningen die elkaar afwisselen. Daardoor neemt de beschikbaarheid van de boot voor opleiding af. Bovendien wordt de boot gebouwd voor 37 bemanningsleden en zijn er daardoor geen bedden beschikbaar voor trainees. Opleiden aan de wal is dan de enige oplossing.

In het nieuwe simulator- en trainingscomplex voor de Onderzeedienst kan operationeel en technisch personeel gezamenlijk trainen.

Virtual reality belangrijk

“Je moet personeel veelal gereedstellen aan de wal”, legt Horstman uit. “Wat vroeger deels aan boord gebeurde, moet straks grotendeels vooraf gebeuren.” Daarbij speelt virtual reality een belangrijke rol. Ook de Walrusklasse is inmiddels volledig digitaal nagebouwd, waardoor ook nu nieuwe bemanningsleden al vóór hun eerste vaartocht vertrouwd raken met de indeling en systemen van de boot. “Met een VR-bril kunnen ze door de hele onderzeeboot lopen”, vertelt Klein. “Bij de Orkaklasse gaan we nog een stap verder. Dan kunnen mensen ook daadwerkelijk systemen bedienen binnen een virtuele omgeving.”

De Onderzeedienst krijgt de beschikking over 2 VR-ruimtes.

Leren in Frankrijk

Ook de bemanningen bereiden zich al voor op de nieuwe onderzeeboten. Binnenkort is er een bezoek aan de bouwwerf in het Franse Cherbourg. Vanaf 2030 gaan instructeurs en bemanningsleden die kant op voor fabrieksopleidingen en om bij Naval Group ervaring op te doen tijdens de ingebruikname van de eerste onderzeeboten.

“Onze instructeurs gaan samen met de eerste bemanning trainen in Frankrijk”, vertelt Klein. “Als zij terugkomen, moeten wij hier klaarstaan met de nieuwe simulatoren, zodat we die kennis direct kunnen overnemen en doorontwikkelen.” Voor DMI geldt een vergelijkbaar traject. “Wij willen vanaf het begin betrokken zijn bij de bouw en het in bedrijf stellen van systemen”, benadrukt Roersma. “Zo bouwen we de kennis op die straks nodig is om de instandhouding zelfstandig uit te voeren.”

LTZ 2OC Leen Klein, Jos Roersma en KTZ Eric-Jan Horstman zijn druk met het heden en de toekomst van de Onderzeedienst.

Dubbele uitdaging

Als de planning standhoudt, moeten de belangrijkste voorzieningen eind 2032 gereed zijn. Dan kan in het voorjaar van 2033 de eerste Orka in Den Helder worden ontvangen. Volgens alle betrokkenen zit de grootste uitdaging ‘m in het combineren van vandaag en morgen. Terwijl de Orkaklasse wordt voorbereid, moeten de Walrusboten operationeel inzetbaar blijven. “Dat maakt deze overgang complex”, erkent Roersma. “We moeten blijven varen, blijven onderhouden, nieuwe mensen opleiden én tegelijkertijd bouwen aan de toekomst.”

Ook voor de opleidingen is het een periode waarin 2 werelden naast elkaar bestaan. “We moeten de Walrusklasse blijven ondersteunen en tegelijkertijd mensen opleiden voor de Orkaklasse”, bevestigt Klein. “Dat vergt veel van onze instructeurs.”

Enthousiasme overheerst

Roersma bekijkt het project vooral met de blik van een technicus. “Als techneut kun je aan 3 dingen werken: een raket, een stoomtrein of een onderzeeboot. Mooier wordt het eigenlijk niet.” Daarbij verkeert hij in de gelukkige en zeer opvallende omstandigheid dat de instroom van jonge engineers momenteel probleemloos verloopt.

Al met al overheerst vooral enthousiasme. Niet alleen door de nieuwe technologie, maar ook vanwege de kans om processen, gebouwen en opleidingen vanaf de basis opnieuw vorm te geven. “We kunnen nu echt zaken goed neerzetten voor de generatie na ons”, besluit Horstman. “Niet alleen een nieuwe boot, maar ook een nieuwe werkomgeving en manier van werken.”

Alle Hens

Editie 05 2026