Evert Brouwer
ANP Foto en SM Hilbert Buter
Betrokkenen bij kaping Wijster blikken na 50 jaar terug
Het is een waterkoude ochtend in Assen als de eerste bussen en auto’s met betrokkenen arriveren. Sommigen zijn al rond de klok van 05.00 uur vertrokken vanaf de marinierskazerne in Doorn. De animo om 50 jaar later bij de recente herdenking van de treinkaping bij Wijster en de bezetting van het Indonesische consulaat te zijn, is groot. “We hebben de afgelopen maanden omwonenden en betrokkenen bezocht, van wie er velen hier aanwezig zijn. Alle verhalen zijn genoteerd. Het plaatje is nu pas helemaal compleet”, zegt de projectmanager van de Identiteitsgroep Marinier Speciale Operaties (IMSO) kapitein der mariniers b.d. John Titahena.
De commandant van het Korps Mariniers, brigadegeneraal der mariniers Ivo Moerman, Korpsadjudant Rob Poesiat en de voorzitter van de Contactgroep Oud-Mariniers Peter Bercx behoren tot de aanwezigen in Assen. Belangrijker zijn de direct betrokkenen, vooral van het Korps Mariniers. Zoals het destijds jongste lid van de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) en precisieschutter luitenant-kolonel der mariniers b.d. Don (75), maar ook de oud-marechaussees Theo, Siemen en Rob zijn erbij. En omwonenden, die hun boerderij openstelden voor de militairen, tijdens die ook letterlijk donkere decemberdagen in 1975. Het meest indruk maken de woorden van Ingrid Bierling, dochter van een van de omgekomen gegijzelden. “Ik leer vandaag dat de kaping bij veel meer mensen wonden heeft geslagen. Dat deze dag mag helen.”
Bij het monument ter herinnering aan de treinkaping had een kranslegging plaats. Ook de NS was hierbij aanwezig.
‘Een treinkaping? Dat was wereldwijd nog nooit gebeurd’
Jaren van lood
De locatie in Assen is niet zomaar gekozen. Vanuit de Johan Willem Frisokazerne, toen het thuis van 42 Pantserinfanteriebrigade, is veel bijstand geleverd. Bovendien is Drenthe verweven met de geschiedenis van de Zuid-Molukkers, met grote concentraties in Assen, Bovensmilde en Westerbork. Er waren halverwege de jaren 70 grote spanningen in Nederland, vanwege de Koude Oorlog en het koloniaal verleden. De onafhankelijkheid van Suriname dat jaar speelde een rol bij de plannen voor actie. Er was ook veel politiek geweld in Europa, met de Rote Armee Fraktion in Duitsland, de Rode Brigades in Italië en de IRA in Groot-Brittannië. De periode wordt ook wel de ‘Jaren van Lood’ genoemd.
Treinkaping en gijzeling
Om 10.00 uur ’s ochtends op 2 december 1975 stappen 7 Molukse jongeren op station Assen in de stoptrein naar Zwolle. Niets aan de hand zou je zeggen: ze gaan aan de pakjes te zien op weg naar een Sinterklaasfeest. De inhoud wordt echter gevormd door wapens die eerder zijn gestolen vanuit de Johan Willem Frisokazerne. Bij Wijster dwingen ze de trein tot stoppen: het begin van de eerste treinkaping. De kapers eisen erkenning van de Zuid-Molukse onafhankelijkheid en een vrije aftocht. Direct bij het begin van de kaping wordt machinist Hans Braam doodgeschoten. Later executeren de gijzelnemers 2 passagiers, Leo Bulter en Bert Bierling, omdat de regering niet aan de eisen voldoet. Na 12 dagen geven de kapers zich over, mede door bemiddeling van Molukse leiders.
Diezelfde week nog bezet een andere groep het Indonesische consulaat in Amsterdam. Dat is een geïmproviseerde actie die ontstaat uit solidariteit met de kapers in Wijster en als extra drukmiddel richting de regering. Deze duurt tot 19 december, met 1 dode tot gevolg. De 7 treinkapers zijn in 1976 veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf, de gijzelnemers uit Amsterdam tot 7 jaar.
In beide gevallen zijn mariniers van de BBE in de nabijheid van de plaats delict, gereed om indien nodig in te grijpen. De recente reünie had plaats op de Johan Willem Frisokazerne in Assen. De organisatie was in handen van de IMSO.
De zaal luistert naar CKMARNS BRIGGENMARNS Ivo Moerman. Hij en Korpsadjudant Rob Poesiat kregen een speciale herinneringsmunt uit handen van KAPTMARNS b.d. John Titahena en voorzitter IMSO KOLMARNS b.d. Karel van Gijtenbeek.
‘De executie van de machinist was iets waardoor het bevoegd gezag de kapers nooit zou laten gaan’
Eerste treinkaping
De BBE was 2 jaar voor ‘Wijster’ opgericht. Aanleiding vormde de aanslag op de Olympische Spelen van 1972 in München door de Palestijnse terreurgroep ‘Zwarte September’. “We oefenden regelmatig in allerlei scenario’s, voornamelijk in gebouwen”, herinnert oud-commandant BBE, kapitein der mariniers b.d. Ruud Kloppenburg zich. Een jaar voor de kaping was ervaring opgedaan tijdens gijzelingen in de Franse ambassade en Scheveningse strafgevangenis te Den Haag. “Maar een treinkaping? Dat was wereldwijd nog nooit gebeurd”, vertelt Kloppenburg, die in Wijster de leiding had over de militaire inzet. “Er zijn snel nadat de kaping is begonnen diverse scenario’s geoefend op een oude NS-trein om de gijzelaars te bevrijden. De executie van de machinist was iets waardoor het bevoegd gezag de kapers nooit zou laten gaan. De verdachten dienden te worden aangehouden.”
‘Goede bestuurders zijn niet altijd goede crisismanagers’
Angstige momenten voor de gegijzelden van het Indonesische consulaat in Amsterdam. (Foto: ANP)
Je wilt iets doen
Terwijl de kaping gaande is, trainen de mariniers dagelijks vele malen. “32 keer stonden we in de positie om de trein te bestormen”, geeft de oud-commandant aan. “Dat vraagt om discipline en geduld. Je wilt ook iets doen als je ziet dat er mensen geëxecuteerd worden. Ook konden we wel raden hoe de situatie was in het ijskoude treinstel, met maar 1 toilet.” Het crisiscentrum in Den Haag en de regering blijven echter inzetten op onderhandelingen. Kloppenburg: “We zaten in het veld te wachten, vaak zonder informatie. Ik heb toen wel geleerd dat bestuurders die in het dagelijks leven uitstekend functioneren geen goede crisismanagers hoeven te zijn.”
Wat dat betreft heeft de commandant die betrokken was bij de gijzeling in Amsterdam, Dries Knoppien, andere ervaringen. “Burgemeester Ivo Samkalden sprak Maleis en dat was een groot voordeel. Hij en premier Den Uyl hielden het hoofd koel; er werd goed naar onze adviezen geluisterd. Oefenen om zo nodig binnen te vallen deden we ’s nachts in het Olympisch Stadion. Dat zou nu niet meer ongemerkt kunnen.”
Voor de direct betrokkenen is een speciale, genummerde coin gemaakt.
Verouderd materieel
Tijdens de kaping en de gijzeling komt pas naar voren dat de inderhaast opgerichte eenheid is voorzien van verouderd materieel. “We moesten zelf voertuigen regelen. De Amerikaanse vesten die we droegen kwamen uit de Vietnamoorlog en die waren zeker niet kogelwerend”, aldus Kloppenburg.
Voertuigen moesten ter plekke worden geregeld. Ook aan de communicatieapparatuur schortte zo het een en ander. “De TD’ers van de landmacht hebben letterlijk van alles aan elkaar weten te knopen. Die lui zijn van onschatbare waarde geweest.”
Een herinnering aan de donkere dagen van 50 jaar geleden. Veel families die destijds de militairen bijstonden koesteren ook tastbare herinneringen.
Lessen geleerd
Er is door de BBE veel geleerd van ‘Wijster’. “We merkten dat de kapers heel nerveus werden van helikopters en vliegtuigen die overkwamen”, schetst Kloppenburg. “Die ervaring is 2 jaar later ingezet tijdens de treinkaping bij De Punt, waarbij een F-104 Starfighter laag overvloog om de kapers te desoriënteren. Maar er is aan de kant van de Molukse jongeren helaas ook geleerd: de volgende kaping in 1977 had in de zomer plaats.”
Het oefenpatroon van de BBE is na december 1975 uitgebreid met trein, vliegtuigen, boorplatforms en schepen. De commandant van de huidige elite contraterreureenheid majoor der mariniers M.R. (commandant M-squadron, Netherlands Maritime Special Operations Force) constateert dat er sindsdien veel is veranderd. Destijds maakten de mariniers, alleen beroeps, 3 jaar deel uit van de eenheid. Maar het was een neventaak. “We hebben nu een opleiding van 38 weken en veel beter materiaal. Wat hetzelfde is gebleven, is dat we als Korps Mariniers klaarstaan voor elke missie.”