Sla over en ga naar de inhoud
Militairen in het veld lopen via de laadklep een Chinook met draaiende rotors in.

Duistere training in Texas

6 min

Jopke Rozenberg-van Lisdonk

sergeant-majoor Cristian Schrik | Foto boven: 12 Rangerbataljon

‘Je weet pas of je ze goed hebt opgeleid, als het los gaat’

Wie hoopt een glimp van American Falcon 2.0 in Texas te kunnen opvangen, moet zijn nachtkijker erbij pakken. Eenheden van 298 en 301 Squadron opereren samen met Rangers van 11 Luchtmobiele Brigade tijdens deze oefening namelijk in duisternis. In heuvelachtig terrein met ravijnen nemen ze het op tegen een gelijkwaardige tegenstander. “Deze complexe context bereidt ons voor op een mogelijke Hoofdtaak 1-inzet.”

‘Kun je dit in het donker, dan kun je het overdag ook’

Om opgewassen te zijn tegen de fictieve grootmacht én om binnen de lijntjes te blijven van de Amerikaanse regelgeving, starten de land- en luchtmachters in januari op met het welbekende ‘vooroefenen’ van de basisprocedures. Dat doen ze bij daglicht. De week erop is het menens en gaat voor drie weken het licht uit. “Opereren in het donker is in veel gevallen het meest tactisch”, zegt Chinook-vluchtcommandant kapitein Robin. “Bovendien, kun je dit in het donker, dan kun je het overdag ook.”

Bij daglicht is het uitgestrekte heuvellandschap goed zichtbaar. De uitdaging wordt pas echt groot als je enkel in maneschijn opereert.

Vier weken lang samen trainen

Waar de trainingsmogelijkheden in Nederland beperkt zijn voor nachtvluchten en het air assault-optreden met 11 Luchtmobiele Brigade (11LMB), zijn ze nabij Fort Hood in de Verenigde Staten bijna eindeloos.

Het militaire oefengebied is ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Laagvliegen, landen en weer opstijgen of er een driedaagse grondoperatie uitvoeren: het mag er gedurende vier weken allemaal onbeperkt dag en nacht.

‘Honderdduizend tegen honderdduizend’

Onmogelijke situaties

Samen met onder meer Plaatsvervangend Commandant 301 Squadron majoor Bas herschreef Chinook-vlieger Robin het American Falcon-script naar een Hoofdtaak 1-context, waarmee de oefening de toevoeging ‘2.0’ kreeg. “In zo’n groot gevecht staan hele legers tegenover elkaar”, zegt majoor Bas. “Honderdduizend tegen honderdduizend zou dan zomaar eens de realiteit kunnen zijn.” Met die aantallen valt in het echt niet te trainen. Daarom pakken de scenarioschrijvers zogenoemde ‘snapshots’ uit zo’n grootschalig gevecht. “We maken het de mannen en vrouwen lastig in de scenario’s, soms tegen het frustrerende aan”, gaat Apache-vlieger Bas verder. “Het moet moeilijk genoeg zijn zodat je optimaal je tools inzet voor het leveren van een goede prestatie. Het vliegen zelf moet automatisme worden, maar in het denkproces moet je de meest onmogelijke situaties aankunnen. Daarvoor trainen we.”

“In een Hoofdtaak 1-missie kunnen we onze inzet vooraf niet van voor tot achter uitdenken. We trainen ook om dááraan te wennen”, zegt kapitein Robin.

‘We moeten oppassen dat we niet uit de lucht worden geschoten’

Laag en dynamisch

“Daarbij is het wennen dat luchtoverwicht niet meer vanzelfsprekend is”, vult kapitein Robin aan. “Met een gelijkwaardige tegenstander moeten we oppassen dat we niet uit de lucht worden geschoten. Infanteristen kunnen we bij een air assault-operatie daardoor niet meer zo dicht bij de frontlinie afzetten als we gewend waren in Hoofdtaak 2-missies.” De vlieger doelt daarbij op de missies in onder meer Afghanistan, Irak en Mali, waar de eenheden het opnamen tegen rebellerende groeperingen. Toen kon er zichtbaar en hoog worden gevlogen. Dat is nu wel anders. Tactisch voortbewegen is een must: zo laag, dynamisch en ongezien mogelijk. Dat is voor de eenheden een aardige uitdaging in glooiend landschap met een vijand die net als zij in alle dimensies is vertegenwoordigd.

Chinook-vlieger Robin: “Met een vlucht van drie Chinooks zijn we in een gevecht met een gelijkwaardige tegenstander maar een klein radartje in het grote geheel.”

Apache-vlieger Bas: “In gevecht tegen een grootmacht hebben we meer firepower nodig dan de twee Apaches waarmee we doorgaans opereren in Hoofdtaak 2-missies.”

Aanvalsmissies in het voorterrein

De tegenaanval

Daarom is bij een zogenoemde Artikel 5-inzet, waarbij NAVO-eenheden het eigen grondgebied verdedigen, de tegenaanval een belangrijk wapen. Met alleen verdedigend optreden win je de strijd niet, volgens de heren. Onder meer 301 Squadron heeft in die aanpak een grote rol. “Ons doel is de vijand verslaan voordat die invloed kan uitoefenen op de grondeenheden”, licht majoor Bas toe. Het is de primaire taak van de gevechtshelikopters bij een Hoofdtaak 1-inzet: aanvalsmissies uitvoeren in het voorterrein. Iets dat veel minder aan de orde is tijdens Hoofdtaak 2-missies “Daarin voeren we vooral verkenningen uit en beveiligen op tactische manier de Chinook-operaties. Dat doen we uiteraard ook bij een Hoofdtaak 1-inzet.”

“Trainen met slingloads is niet alleen goed voor vlieger en loadmaster,” zegt Chinook-vlieger Robin, “maar ook voor het Landing Point Team dat de vracht onder de helikopter aanklikt.” Het is de snelste manier om ladingen, zoals pallets materieel of voertuigen, te vervoeren naar of uit een inzetgebied.

‘De tegenstander bepaalt plaats en tijd’

Nauwelijks afstemming

Ook het minutieus voorbereiden van een operatie is verleden tijd wanneer het om een oorlog op eigen grondgebied gaat. “De vijand zal de aanval openen”, zegt Robin. “De tegenstander bepaalt daarmee plaats en tijd.” NAVO-eenheden moeten dus vooral snel reageren en daarbij bevelen vanuit het bondgenootschap opvolgen. “In zo’n grootschalig gevecht ben je een klein radartje, daarom bepaalt het NAVO-commandocentrum grotendeels het operatieplan: waar ga je heen en wie of wat neem je mee.” Een gedetailleerde afstemming tussen land- en luchtmacht zal er omwille van de tijd niet of nauwelijks inzitten. “Je moet vooral sneller zijn dan je tegenstander.” Volgens de vluchtcommandant is het de truc om binnen de kaders van de opdracht en de krappe voorbereidingstijd die er is, elkaar te vinden voor een betere afstemming. “En misschien zelfs de kans te pakken de NAVO te overtuigen van een iets andere tactiek.”

Majoor Bas: “De training is zwaar, maar iedereen weet: als je de kans krijgt je goed voor te bereiden, dan ga je met zelfvertrouwen het gevecht in.” Foto linksonder: 12 Rangerbataljon

Impact

“Tijdens deze oefening trainen we vaardigheden waarmee we impact kunnen maken”, zegt Bas. “Het is mijn werk om samen met mijn team de mannen en vrouwen binnen ons squadron zo goed mogelijk voor te bereiden op iets dat hopelijk nooit gaat gebeuren. Daarvoor voel ik me verantwoordelijk.” De kaders voor die taak kreeg hij mee van Commandant Defensie Helikopter Commando (DHC). “Je weet pas of je je mensen goed hebt opgeleid, als het los gaat.”

Snelle reactiemacht

Sinds 2011 trainen 11LMB en het DHC samen vanaf de Amerikaanse basis Fort Hood. De gereedstellingsoefening American Falcon vindt hier drie tot vier keer per jaar plaats. 

Met het vernieuwde script bereiden Apaches, Chinooks en 11LMB zich voor op hun taak als gezamenlijke snelle reactiemacht van de NAVO.

de Vliegende Hollander

Editie 01 | 2026