kapitein Max van de Pol
sergeant Jasper Verolme
De rotorbladen snijden door de ijskoude lucht terwijl een NH90 boven een wit, leeg landschap hangt. Onder de helikopter verdwijnen alle referentiepunten in de sneeuw. Binnen in de helikopter werken vliegers, loadmasters en een medisch team van de Operationele Gezondheidszorg (OGZ) nauw samen. Tijdens oefening Cold Response in Noorwegen trainen zij hoe gewonden onder extreme omstandigheden per helikopter worden geëvacueerd, van besneeuwde kustlijnen tot het dek van Zr.Ms. Johan de Witt.
Een NH90 van 860 Squadron stijgt op vanaf de vliegbasis Bardufoss. Vanaf hier vertrekken de bemanningen naar Zr.Ms. Johan de Witt voor de maritieme fase van oefening Cold Response.
‘Zij hebben hun medische bubbel achterin, wij die van ons voorin’
Voorin de cockpit ligt de focus van de vlieger en de Tactical Coordinator op navigatie, communicatie, dreiging en missie-uitvoering. Achterin draait alles om de patiënt. Om die werelden gescheiden te houden, gebruikt de bemanning verschillende communicatienetten.
Wanneer het medische team de volledige aandacht nodig heeft voor een patiënt, kunnen zij onderling communiceren zonder dat de cockpit alle gesprekken hoort. “Als zij voor hun onderlinge medische communicatie op hetzelfde net zouden zitten, zou dat zeer belastend voor onze taak zijn”, zegt kapitein der mariniers Marnix, vlieger bij 860 Squadron lachend. “Zij hebben hun ‘medische bubbel’ achterin waarin ze vrijuit alles kunnen delen, en wij die van ons apart met de aircrew, gericht op de missie.” Deze netten kunnen naar wens gekoppeld worden als er informatie met de hele crew gedeeld moet worden.
Kapitein der mariniers Marnix is vlieger op de NH90.
Communicatie
Beide teams moeten continu samenwerken. Soms vraagt de medische situatie om aanpassingen tijdens de vlucht. “Bijvoorbeeld als we een infuusnaald gaan prikken”, vertelt luitenant ter zee tweede klasse oudste categorie Lieke, aeromedical evacuation (AE)-arts. “Dan kan de vlieger hiermee rekening houden door kortstondig zo recht mogelijk te vliegen met zo min mogelijk bochten.”
Ook medische aandoeningen kunnen invloed hebben op het vliegprofiel. “Bij patiënten met bijvoorbeeld een klaplong kan het nodig zijn om lager te vliegen. Wij geven een advies, maar uiteindelijk beslist de vlieger wat mogelijk is, afhankelijk van de dreiging en missie.”
Links: Lieke: “Soms kijk ik naar buiten en besef ik dat ik hier in een helikopter aan het werk ben.”
Rechts: Cockpit, crew en medisch team houden tijdens de vlucht via verschillende communicatienetten contact met elkaar.
“Als we een infuus prikken, probeert de vlieger zo recht mogelijk te vliegen.”
White-out
Voor Marnix betekent opereren in Noord-Noorwegen dat hij en zijn bemanningen onder totaal andere omstandigheden vliegen dan in Nederland. “Als je in diepe sneeuw landt, verdwijnt alles buiten twee meter van de helikopter uit het zicht”, legt hij uit. Dit komt doordat de sneeuw door de downwash van de helikopter gaat circuleren: een white out. In enkele seconden zie je niets meer. Horizon, schaduwen en diepte vervagen tot een witte waas. “Dan kan je je referentiepunten kwijtraken. Het is een van de grootste uitdagingen bij opereren in besneeuwd terrein”, zegt Marnix.
Twee NH90’s van 860 Squadron landen in de schemering op het vliegdek van Zr.Ms. Johan de Witt.
Poolomstandigheden
Daarom zoeken vliegers vooraf een duidelijk herkenningspunt vlak bij de landingsplek, bijvoorbeeld een struik, steen of markering in de sneeuw. “Je moet binnen twee meter van die referentie landen. Als de sneeuw eenmaal opstuift, is dat vaak het enige punt waarop je je nog kunt oriënteren.”
Vooral in het donker is dat een uitdaging. Met nachtzichtkijkers zien vliegers namelijk ook nog slechts een beperkt deel van hun omgeving. Als dat beeld dan slechts twee meter ver is, dan is nauwkeurigheid en een goede beheersing van het toestel van het grootste belang. Daar komt de extreme kou van de Noordpool nog bij. “Bij min 27 graden heeft de techniek extra te lijden”, zegt Marnix. “Maar voor de bemanning betekent het ook dat je constant moet nadenken over hoe je werkt, welke materialen je meeneemt, hoe lang je buiten kunt zijn en hoe je de helikopter inzet.”
Links: In het donker en met beperkt zicht moeten vliegers hun landingsreferentie soms binnen twee meter van de helikopter kiezen. Rechts: De decklock van het harpoon rapid securing system grijpt zich na de landing snel vast in het helicopter landing grid system.
“Bij min 27 graden heeft de techniek extra te lijden.”
Klein vliegend ziekenhuis
Tijdens de oefening werkt de NH90 nauw samen met een medisch team van de OGZ. AE-arts Lieke vliegt mee achterin de cabine. Samen met een AE-verpleegkundige vormt zij een klein maar compleet medisch team. “Onze belangrijkste taak is het transporteren van gewonden door de lucht”, vertelt ze. “We kunnen patiënten ophalen vanaf het punt waar ze gewond zijn geraakt, of ze vervoeren tussen verschillende medische posten in de geneeskundige keten.”
Achter in de NH90 staat een medische unit met apparatuur zoals een beademingsmachine, monitor, zuurstofcilinders en infuuspompen. Daarmee kunnen patiënten tijdens de vlucht worden behandeld en gestabiliseerd. “In het ziekenhuis heb je veel behandelruimte”, zegt Lieke. “In een helikopter moet je goed nadenken waar je de patiënten plaatst en waar je je materiaal neerzet. Je werkt in een kleine, bewegende ruimte waar je ook last hebt van de weersinvloeden.”
Luitenant ter zee tweede klasse oudste categorie Lieke, aeromedical evacuation-arts. “Soms kijk ik naar buiten en besef ik dat ik hier in een helikopter aan het werk ben.”
Van front naar landingsplek
Waar helikopters in een Hoofdtaak 2-scenario vaak dichter bij het gevechtsgebied kunnen landen, verandert dat wanneer conflicten tegen gelijkwaardige tegenstanders worden uitgevochten. Door de toegenomen dreiging van luchtafweer en drones is het tegen deze tegenstanders niet altijd veilig om een helikopter direct bij het front in te zetten. “Het kan voorkomen dat patiënten eerst uren over land worden vervoerd voordat zij een helikopterlandingsplaats bereiken”, zegt Lieke. “Daar nemen wij de zorg over en brengen we de patiënt verder in de geneeskundige keten. Daarin kan de patiënt bijvoorbeeld worden vervoerd naar een ziekenhuisfaciliteit aan boord van een schip of naar medische voorzieningen aan wal.”
Door moderne dreigingen nemen helikopters gewonden vaak pas over op een veilige landingsplek, verder van het front en brengen ze dan bijvoorbeeld naar een schip als Zr.Ms. Johan de Witt.
Kou als tegenstander
De Arctische omstandigheden zorgen ook voor onverwachte medische uitdagingen. “In deze temperaturen kan infuusvloeistof bevriezen”, vertelt Lieke. “Daarom moeten we infuusverwarmers gebruiken voordat we vloeistoffen aan de patiënten kunnen geven.” Daarnaast heeft de medische apparatuur ook te lijden onder de kou. “Bij lage temperaturen ontladen accu’s sneller.” Het medische team moet tijdens de vlucht rekening houden met factoren die in een ziekenhuis geen rol spelen: beweging van de helikopter, beperkte toegang tot de patiënt en zelfs bewegingsziekte. Toch voelt het werk voor Lieke inmiddels vanzelfsprekend. “Aangezien je zo specifiek getraind bent, maakt het uiteindelijk niet meer zoveel uit of je op de grond werkt of in de lucht.”
Een NH90 weerspiegelt in het smeltwater op het vliegdek van Zr.MS.Johan de Witt.
“In deze temperaturen kan infuusvloeistof bevriezen.”
Samen trainen voor inzet
Tijdens Cold Response trainen de teams intensief om procedures en communicatie op elkaar af te stemmen. “Dit is de eerste oefening waarin we als team voor langere tijd aan het helikoptersquadron gekoppeld zijn”, vertelt Lieke. “Door samen te trainen leer je elkaars werkwijzen kennen en weet je straks wat je van elkaar kunt verwachten.” Vanaf juli staat het team namelijk een jaar lang stand-by voor mogelijke inzet. Binnen tien dagen moeten zij wereldwijd inzetbaar zijn voor aeromedical evacuation.
Naast haar militaire werkzaamheden draait Lieke ook diensten op de spoedeisende hulp in een civiel ziekenhuis om haar klinische vaardigheden op peil te houden. Het moment dat ze in de helikopter zit, blijft bijzonder. “Soms kijk ik naar buiten en besef ik dat ik hier in een helikopter aan het werk ben,” zegt ze. “Ik heb er hard voor gewerkt om hier te komen. Daar ben ik trots op. Ik voel me bevoorrecht dat ik dit werk mag doen.”