kapitein Kirsten de Vries
Mediacentrum Defensie
Marine oefent volop met splinternieuwe drone
De Skeldar V-200 is het nieuwe ‘wapen’ van de marine in de strijd tegen mijnen. Maar deze drone kan nog veel meer en daarom wil Nederland ze maar wat graag hebben. Inmiddels hebben ‘we’ er samen met de Belgen twee. Een mooi moment dus voor de Defensiekrant om de Skeldar eens van dichtbij te bekijken én in actie te zien.
Het is grijs, grauw en de wolken hangen laag over het oefenterrein. Echt Nederlands herfstweer, ware het niet dat dat de training met de Skeldar plaatsvindt in België. Kamp Elsenborn om precies te zijn, ten zuidoosten van Luik. Drie weken lang is dit de thuisbasis van de Mijnenbestrijding Module Groep (MMG).
Spelbreker
In dat tijdsbestek hebben ze alle weersomstandigheden meegemaakt, vertelt sergeant-majoor Operationele Dienst Operaties Jan Eenling. Het weer kán een spelbreker zijn, maar desondanks maakte de MMG al meer dan veertig vluchten. “Onweer, hagel, sneeuw en harde wind; dat zijn allemaal factoren waar je rekening mee moet houden. We mogen recht op de neus vijfentwintig knopen wind hebben, met uitschieters van maximaal tien knopen. Maar ook een laaghangend wolkendek kan een ding zijn. Je zit hier relatief hoog, op zo’n zeshonderd meter. Dat hoogteverschil ten opzichte van de wolken ben je dus al kwijt.”
De Skeldar wordt met een vrachtauto het terrein opgereden, waarna monteurs de propellers erop zetten.
LiDAR
Zoals gezegd is de Skeldar multi-inzetbaar. De drone is aangekocht voor de nieuwe mijnenbestrijdingscapaciteit, de zogeheten Naval Mine Warfare Capability (NMWC). Hij kan dienen als verbinding tussen bijvoorbeeld een onderwaterdrone en het moederschip om data door te geven. Naast de infraroodcamera heeft de Skeldar ook een nieuwe techniek: de LiDAR. Die spoort verdachte objecten op net op of onder het wateroppervlak. “Dat is op dit moment echt uniek”, vertelt Jan met gepaste trots. “Wij zijn de eerste die dit in de wereld van de onbemande drones straks kunnen. Er wordt door veel andere landen naar ons gekeken hoe wij dit allemaal aanpakken.”
‘Er wordt door veel andere landen naar ons gekeken’
Specificaties Skeldar V-200
Lengte: 4,5 meter
Gewicht: 245 kilo
Maximale snelheid: ruim 140 kilometer per uur
Endurance: ruim vijf uur
Automatisch opstijg- en landingssysteem
Maar er is meer bijzonder aan de Skeldar: de drone heeft bijvoorbeeld een automatisch opstijg- en landingssysteem. “Andere systemen moeten door een man op het dek met een afstandsbediening in de hand aan de grond worden gebracht”, legt Jan uit. “De Skeldar ziet zelf of hij wel of niet kan landen. Als het schip bijvoorbeeld omhoogkomt of te veel wiebelt, dan grijpt de drone zelf in om de boel veilig te houden, zodat hij niet aan boord crasht. Dat is een heel bijzondere feature. Het is een toestel in ontwikkeling, dus er komen steeds nieuwe dingen bij.”
Jan en zijn collega Rick besturen de Skeldar tijdens de trainingen nu nog vanuit een busje. In de toekomst gebeurt dit vanaf een schip.
Het is voor de sergeant-majoor en zijn collega’s de tweede keer dat ze met de Skeldar trainen. Eind vorig jaar oefenden ze al in het Belgische Ursel. “Hoe de tests gaan? Het is kruipen, leren lopen en zo gaan we verder. Hier in Elsenborn hebben we een groter gebied dan in Ursel, zodat we ook langere vluchten kunnen maken. We hebben wat opstartprobleempjes gehad, maar krijgen ondersteuning van de fabrikant om dat zo snel mogelijk op te lossen.”
‘We kunnen hier langere vluchten maken’
‘Intuïtief’
Die fabrikant, een dochteronderneming van Saab, bevindt zich in Zweden. Daar volgden de operators en de technici ook hun opleiding. Jan is een van de mannen van de MMG die de Skeldar bestuurt. “Het systeem van deze drone is heel intuïtief. Als operator zijn er weinig mogelijkheden om het fout te doen. Natuurlijk is het systeem niet feilloos, maar veel dingen waarop het fout zou kunnen gaan, zijn geautomatiseerd. Of het dan nog wel leuk is als operator? Zeker wel. Het opstijgen doe je zelf en je bepaalt ook hoe je wegvliegt.”
Voor de eerste vlucht van de dag checken de technici of alles naar behoren werkt.
Op land en op zee
Samen met de Belgen heeft de MMG op dit moment twee Skeldars. In de loop van dit jaar volgen er nog vier; in totaal zijn er tien aangekocht. Met de huidige versie kan de groep alleen oefenen op land. In de toekomst is het, uiteraard, de bedoeling dat dit ook vanaf een schip kan.
“De volgende twee komen zoals het nu lijkt in september”, vertelt Jan. “Die gaan we testen vanaf de mijnenjager Tournai van de Belgische marine. In de tussentijd kunnen wij vertrouwd raken met het systeem. Eigenlijk is het net zoals bij de helikopterpiloten van de marine. Die beginnen ook op land en daarna gaan ze pas naar zee om daar te vliegen. In de allerlaatste fase leren ze sensoren boven water inzetten. Wij gaan het in precies dezelfde volgorde doen.”
Wanneer de Skeldars volledig operationeel zijn, is nu niet te zeggen. Maar de meerwaarde ervan is voor Jan in elk geval glashelder. “Het is een vergroting van je situational awareness. Het moederschip kan maar tot een bepaalde afstand kijken. Dat heeft met de kromming van de aarde te maken. Op het moment dat de Skeldar erboven hangt, kun je ook dingen identificeren die voor de brug onzichtbaar zijn. Wij kunnen een straal van honderd kilometer oppakken. Met de LiDAR kun je bovendien een gebied veel vlugger afzoeken. Dus je ziet meer om je heen en je bent sneller.”
‘Je ziet meer om je heen en je bent sneller’
In totaal zijn er nu tien Skeldars aangekocht.
Van wie zijn de Skeldars: van Nederland of van België?
De MMG oefent drie weken lang in België met de Skeldars. Naast Jan en zijn collega’s zijn er ook Belgische technici en operators aanwezig. “Ik vlieg ook met de Belgische operators”, licht Jan toe. “En ik werk met Belgische technici aan het toestel.”
“Nederland is op papier eigenaar van vijf toestellen, België ook van vijf. De tien Skeldars zijn ondergebracht in het Belgische luchtvaartregister en dat blijven ze ook. De twee die we nu hebben zijn van Nederland en België samen.”