kapitein Nico Schinkelshoek
Floris Oosterveld en archief Mediacentrum Defensie
Nederlandse en Britse CDS bespreken internationale uitdagingen
Commandant der Strijdkrachten (CDS) generaal Onno Eichelsheim kreeg deze week bezoek van zijn Britse evenknie, Air Chief Marshal Sir Richard Knighton. Binnen internationale samenwerkingsverbanden zien de twee elkaar regelmatig. Persoonlijke ontmoetingen tussen de twee zijn daarentegen minder gebruikelijk. Een goed moment dus om van gedachten te wisselen over de gedeelde belangen, zoals het Midden-Oosten, Oekraïne, het aantrekken van personeel en de aanschaf van materieel.
Twee dagen lang was de Britse Chief of the Defence Staff in Nederland. Eichelsheim en Knighton voerden persoonlijke gesprekken, maar ook internationale thema’s passeerden de revue. “Als naties denken we over veel onderwerpen hetzelfde. De Britten behoren tot onze belangrijkste bondgenoten”, benadrukt Eichelsheim direct na afloop van het werkbezoek in zijn Haagse kantoor.
De Britse Chief of the Defence Staff werd met militair ceremonieel ontvangen.
Zeevarende naties
Kijk je bijvoorbeeld naar de momenteel geblokkeerde Straat van Hormuz, dan hechten beide landen veel waarde aan de heropening daarvan. “Het waarborgen van vrije zeevaart is het uiteindelijke doel. Dat is van internationaal belang, maar voor het Verenigd Koninkrijk en Nederland in het bijzonder omdat we zeevarende naties zijn”, zegt de Nederlandse hoogste militair.
‘Britten behoren tot onze belangrijkste bondgenoten’
Nederlandse bijdrage Straat van Hormuz
Een groep van bereidwillige landen werkt aan plannen om de scheepvaart in de Straat van Hormuz te beveiligen en een veilige doorgang te waarborgen. Samen met Frankrijk heeft het Verenigd Koninkrijk hierin een voortrekkersrol. Nederland neemt deel aan internationaal overleg over de handelingsopties.
De vrije doorvaart in de Straat van Hormuz is voor het Nederlandse kabinet van zo’n groot belang, dat het niet wil toekijken hoe anderen dit oplossen. Het kabinet is dan ook bereid om na het beëindigen van de vijandelijkheden – en onder duidelijke kaders – een bijdrage te leveren om dit weer mogelijk te maken.
De Nederlandse en Britse generaals spraken over gedeelde belangen, zoals het Midden-Oosten en de oorlog in Oekraïne.
Oekraïne helpen
Dan is er nog een ander heet hangijzer: Oekraïne. “Daar hebben we een gezamenlijke opgave als het gaat over de Coalition of the Willing”, vertelt Nederlands hoogste militair. Beide landen toonden zich al eerder bereid om in internationaal verband een bijdrage te leveren aan een vredesmacht na een staakt-het-vuren.
“We moeten gezamenlijk nog een aantal zaken uitwerken, zoals de rules of engagement (richtlijnen die bepalen wanneer, waar en hoe militairen geweld mogen gebruiken, red.) en de political convenants (een overeenkomst tussen staten, organisaties of partijen, die het naleven van specifieke politieke rechten, principes of samenwerking controleert, red.). Daar hebben we met name over gesproken.”
Oekraïense militairen eerder dit jaar bij de oefening Interflex. Een tolk geeft instructies door bij een casus Zelfhulp Kameradenhulp (ZHKH).
Straat van Hormuz en Oekraïne gezamenlijke opgaves
Bovendien spannen de landen zich al jaren in voor het opleiden en trainen van Oekraïners. Bijvoorbeeld met de trainingsmissie Interflex in Engeland. Die staat onder leiding van de Britten. Daarnaast is er een samenwerkingsverband met het Verenigd Koninkrijk op het gebied van materieel. “We doneren geregeld geld in gezamenlijke fondsen. Daarmee leveren we capaciteit voor Oekraïne, direct uit de industrie.”
Optreden in de Noordzee
Ook dichterbij huis zijn er gedeelde belangen, zoals het veilig houden van de Noordzee. Daarbij gaat het onder meer om de bescherming van de onderwaterinfrastructuur, zoals pijplijnen en datakabels.
Bovendien begeleiden de partners bijvoorbeeld gezamenlijk Russische schepen door de gedeelde zee.
Britse vliegers landen op het helikopterdek van het Nederlandse marineschip Zr.Ms. Johan de Witt tijdens de oefening Merlin Trident 2025.
Personeel aantrekken
De CDS heeft bewondering voor de eigen Britse defensie-industrie, die daar meebeweegt met de wensen van de krijgsmacht. Op het gebied van materieel bekijken de landen de mogelijkheid om samen te werken. “We schaffen nu niet veel aan samen met de Britten. Dus we denken na over hoe we dat in de toekomst meer kunnen doen.” Ook de Nederlandse industrie speelt daarin een rol.
in de Joint Expeditionary Force (JEF) komen collega’s uit beide landen elkaar al jarenlang tegen.
Andersom kijken de Britten met grote interesse naar Nederlandse wervingsconcepten. “We hebben een inkijk gegeven in hoe wij opschalen”, vertelt Eichelsheim. “We legden uit hoe we dat doen met het Dienjaar, de Nationale Weerbaarheidstraining en het Defensity College. Dat zijn concepten waar de Britten ook over nadenken.”
Korps Mariniers en Royal Marines werken sinds 1973 nauw samen
Stevige band
Naast gezamenlijke deelname aan missies ter bevordering van de internationale rechtsorde (hoofdtaak 2) en stand-by opdrachten voor bondgenootschappelijke verdediging (hoofdtaak 1), onderhouden de landen ook banden op andere vlakken. Van gemeenschappelijke (universitaire) opleidingen tot deelname aan elkaars oefeningen, zoals met Britse F-35’s tijdens luchtmachtoefening Ramstein Flag (voorheen Frisian Flag): de connectie is sterk. In roerige tijden kunnen de NAVO-bondgenoten op elkaar rekenen.
De militaire samenwerking tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk gaat tientallen jaren terug. Zo werken het Korps Mariniers en de Britse Royal Marines sinds 1973 samen in de UK-NL Amphibious Force. Daarin trainen en werken mariniers samen, zoals in de Schotse hooglanden en de Noorse kou. Ook in de Joint Expeditionary Force (JEF) komen collega’s uit beide landen elkaar tegen. In deze militaire eenheid voor snelle inzet, onder leiding van de Britten, is onder meer voor Nederland een rol weggelegd.
Daarnaast nemen Nederlandse marineschepen al ruim 65 jaar deel aan de Flag Officer Sea Training (FOST) aan de Engelse zuidkust. Hier worden schepen en bemanningen, als onderdeel van hun opwerktraject, getraind op alle onderdelen van moderne oorlogsvoering op zee.
Een ander domein waarin landen samen verder komen dan alleen, is de ruimte. Gezien de hoge kosten, ligt hier een nauwer partnerschap voor de hand. “Met een aantal andere Europese landen zoeken we naar manieren om ook dit domein op een hoger niveau te brengen. Onze samenwerking willen we nóg verder verdiepen en versterken”, aldus generaal Eichelsheim.
Na twee dagen ging de Britse CDS weer huiswaarts.