Coen Heil
John van Helvert
Viceadmiraal Boots blikt terug op loopbaan van vier decennia
Terwijl het kwik in Den Helder de 30 graden overstijgt, loopt Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) viceadmiraal Boudewijn Boots een van zijn laatste rondjes over de Nieuwe Haven. Na een loopbaan van veertig jaar bij Defensie zit het er namelijk bijna op voor de aankomend pensionado. Tijdens zijn laatste werkbezoek aan de Onderzeedienst beweegt de ombudsman zich monter tussen officieren, onderofficieren en burgers. Met de handen zo nu en dan nonchalant in de zakken van zijn blauwe boordtenue, met op de schouder drie in het oog springende admiraal sterren.
Het laatste werkbezoek van de topmilitair zit bomvol. Overleggen met onder anderen de groepscommandant en stafadviseur, gesprekken met medewerkers van Zr.Ms. Dolfijn en later op de dag een bezoek aan Zr.Ms. Bruinvis. Desondanks oogt hij nergens gehaast en maakt hij tijd voor iedereen. Juist dat informele bewegen tussen de mensen lijkt de kern te raken van zijn werk als IGK: zichtbaar zijn, luisteren en signaleren wat hoger in de organisatie soms onzichtbaar blijft.
Ouwenelen op Zr.Ms. Bruinvis
Aan boord van Zr.Ms. Bruinvis schuift Boots aan in de kleine verblijfruimte waar matrozen, korporaals, onderofficieren en officieren bijeengepakt zitten aan een tafel. De gesprekken gaan al snel over de praktijk. Over werkdruk. Over het klaarstomen van de onderzeeboot. De IGK luistert vooral, maar wisselt dat af met het stellen van vragen. Hij is bovendien niet vies van een cynisch grapje op zijn tijd. Iets dat de spanning wegneemt bij het personeel. “Hebben jullie het gezellig samen?”, vraagt hij de bemanning. “En wordt er weleens gevochten?”
De IGK aan boord van Zr.Ms. Bruinvis, die momenteel nog in onderhoud is.
Kritische noten zonder groot ego
Later op de dag volgen enkele kritische noten. De viceadmiraal herkent veel van de frustraties uit eerdere functies binnen de top van Defensie. Juist daarom kijkt hij tegenwoordig anders naar besluiten die jaren geleden zijn genomen. “Ik kom nu, als IGK, soms de gevolgen tegen van besluiten die ik zelf heb genomen”, zegt hij bijvoorbeeld. “En soms denk ik dan: ik had er misschien harder aan moeten trekken op dat moment.” Als voorbeeld noemt hij de trage ontwikkelingen binnen IT-programma’s. “Wat we medewerkers aandoen in die IT-omgeving, als gevolg van het uitstellen van bepaalde besluiten, komt wel bij me binnen.”
‘Ik kom als IGK soms de gevolgen tegen van besluiten die ik zelf heb genomen’
Het typeert de wijze waarop Boots terugkijkt op zijn imposante carrière: zonder borstklopperij en zonder de neiging zichzelf buiten schot te houden. Gaandeweg de dag variëren de gesprekken van geopolitiek naar het varen op zee. En van Oekraïne naar herinneringen aan eerdere uitzendingen.
Tijdens het laatste werkbezoek van Boots is de lach nooit ver weg.
Cirkel rondmaken
Na veertig jaar Defensie en de Koninklijke Marine maakt hij deze middag zijn eigen geopolitieke cirkel rond. “Ik kwam veertig jaar geleden als kersverse afgestudeerde stuurman grote handelsvaart binnenlopen voor mijn dienstplicht”, steekt hij van wal. “Binnen een jaar zat ik in de Perzische Golf om op een mijnenjager de Straat van Hormuz vrij te houden. Toen was Iran agressor tegen Irak, terwijl het land momenteel is betrokken bij meerdere oorlogen. Als je dat ziet, denk je weleens: waar zijn we met z’n allen mee bezig.”
Toch overheerst bij hem geen somberheid, eerder urgentie. Tijdens gesprekken die dag keert telkens hetzelfde thema terug: Defensie begrijpt de opdracht, maar de organisatie moet leren bewegen in een nieuwe werkelijkheid. “Overal waar ik kom, zie ik ontwikkeling”, zegt hij. “Dat is heel anders dan jaren geleden, toen het vooral draaide om het vasthouden van wat je had.”
Boots heeft als IGK een luisterend oor voor iedereen.
Vast in oude regels
Volgens Boots zit de uitdaging inmiddels in het loslaten van oude reflexen. “We zitten vandaag de dag nog wel vast aan de regels van gisteren”, beaamt hij. Die observatie komt niet uit beleidsstukken, maar uit honderden gesprekken op de werkvloer. Als IGK functioneert hij als onafhankelijk aanspreekpunt voor defensiemedewerkers, reservisten en veteranen. Iemand bij wie medewerkers terecht kunnen als er iets schuurt binnen de organisatie. Dat werk brengt hem overal binnen Defensie, van kazernes tot commandocentra en van opleidingslocaties tot operationele eenheden. In zowel binnen- als buitenland.
‘We snappen allemaal wat de opdracht is van Defensie’
Juist daardoor ziet hij ook de verandering in de samenleving rondom Defensie. “Ik liep in 1988 in uniform met een rugzak over straat”, zegt hij. “Daarna veel minder. Als militair was je soms bijna een losgezongen onderdeel van de maatschappij. Nu loop ik, zoals vroeger, vol trots in uniform over straat.”
Boots ziet genoeg ontwikkeling bij Defensie. Dat is weleens anders geweest.
Wasdom
Aan boord van de Bruinvis valt op hoe makkelijk hij schakelt tussen bestuurder en marineofficier. Tussen strategische thema’s en praktische verhalen van bemanningsleden. Dat komt ogenschijnlijk doordat hij beide werelden goed kent. Als directeur Operaties bij de Defensiestaf en later als plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten, werkte hij op het snijvlak van politiek, bestuur en militaire inzet. “In die functie als P-CDS kwam ik het meest tot wasdom”, zegt hij daar zelf over. “Daar heb ik het meest geleerd op het ambtelijk-bestuurlijke niveau.”
De IGK spreekt lovend over de kracht en loyaliteit van het defensiepersoneel.
Toekomst
Maar uiteindelijk bleef hij toch vooral de marineman die tussen de mensen wil staan. Dat blijkt ook naarmate het afsluitende gesprek richting het einde loopt. Wat hij straks het meest gaat missen? “Dat je ervan bent”, antwoordt hij vrijwel direct. “Dat je erbij hoort en ergens aan bijdraagt.”
‘Het is de perfecte tijd voor Defensie, alleen om de verkeerde redenen’
Helemaal verdwijnen uit de wereld van Defensie zal hij hoogstwaarschijnlijk niet. Boots wil zich blijven inzetten voor maatschappelijke weerbaarheid en misschien iets betekenen voor Oekraïne. Al behoort een iets kleinschaliger vrijwilligersbaantje evenzeer tot de mogelijkheden. “Gewoon een maatje zijn voor iemand in de wijk of buurt, bijvoorbeeld.”
Aan het einde van de middag is zijn officieuze afscheid een feit, maar zelf lijkt hij er nog niet helemaal klaar mee. “Natuurlijk mag je zeggen: ik heb mijn portie gehad”, besluit hij. “Maar voor een deel voelt het ook alsof het werk nog niet af is.”
IGK Boots sprak al met de burgemeester van zijn woonplaats om te kijken of hij na zijn pensioen iets kan betekenen.