Sla over en ga naar de inhoud
Alexander met een collega.

Van strijden tegen FARC tot instructeur van mariniers

5 min

kapitein Kirsten de Vries

sergeant Gregory Fréni 

‘Onze ervaringen kun je toepassen in alle omstandigheden’ 

Drugslaboratoria oprollen, kartelbazen uitschakelen en vechten tegen guerrillastrijders. Om te zeggen dat Colombiaanse mariniers andere oorlogen uitvechten dan het Korps Mariniers is een understatement. Maar tijdens de grote oefening Estribo bundelden de twee wel degelijk hun krachten. De militairen uit het Zuid-Amerikaanse land trainden hun Nederlandse collega’s in de jungle en tijdens rivieroptredens. Daarbij putten ze uit hun eigen ervaringen om de oefenscenario’s zo realistisch mogelijk te maken. 

Met boeven vang je boeven. Het is een bekende uitspraak binnen Defensie. Maar om nou te zeggen dat de Colombiaanse sergeant Alexander een boef is; nee. Al scheelde het niet veel. Je zou kunnen zeggen dat de kans 50-50 was dat hij het wél werd. Met een vader die militair was en een moeder wier familie volledig bestond uit criminelen en guerrillastrijders, had het zo de verkeerde kant op kunnen gaan.

‘Als je bij mij blijft, word je óf crimineel óf guerrillastrijder’

“Mijn moeder koos ervoor om me op tweejarige leeftijd naar mijn oma van vaders kant te brengen. Ze zei: ‘Als je bij mij blijft, word je óf een crimineel óf een guerrillastrijder'. Ik groeide verder op in de militaire familie van mijn vader. Daar werd ik streng grootgebracht en dat beviel me wel.”

Dertig tot veertig operaties 

Alexander is een van de Colombiaanse instructeurs die de Nederlandse mariniers traint in de jungle tijdens Estribo. Dat betekent dat hij uiteindelijk dus voor de ‘goede’ kant koos en militair werd. Dat is hij inmiddels negentien jaar en in die tijd stond hij voor heel wat hete vuren. Hij deed mee aan zo’n dertig tot veertig verschillende operaties. Dat waren acties tegen de Fuerzas Armada Revolucionarias de Colombia (FARC), Ejército de Liberacion Nacional (ELN) en Clan del Golfo.

“Het ging dan voornamelijk om het vernietigen van drugslaboratoria, maar ook om het uitschakelen van kopstukken van deze guerrillagroeperingen en drugskartels. Maar twee of drie van deze acties waren in verstedelijkt gebied, de rest allemaal in de jungle. Wij deden in al die jaren dat er interne conflicten zijn in ons land veel ervaring op en die kunnen wij hier nu overdragen.”

Alexander en zijn collega’s gebruiken hun ervaringen voor het bedenken van realistische scenario’s.

Drijfpakketten 

Zijn ervaringen gebruikt hij tijdens Estribo om samen met zijn collega-instructeurs realistische scenario’s voor de Nederlandse mariniers op te zetten. Zoals de oefening met drijfpakketten, die komt uit de koker van Alexander. “In 2012 of 2013 maakten we een drijfpakket met super veel vegetatie erop. We dreven door de rivier, langs burgers, maar niemand zag ons. Ik weet het nog precies: in totaal legden we vier kilometer en 620 meter af. Zo spaarden we veel energie omdat we niet hoefden te lopen en gebruik maakten van de stroming. We zijn uiteindelijk op driehonderd meter van de vijand aan land gegaan.”

Tijdens een operatie in de jungle maakte Alexander zelf ook gebruik van een drijfpakket. Nu laat hij de Nederlandse mariniers er kennis mee maken.

Bidden 

Maar het zijn niet alleen deze successen die de Colombiaanse sergeant over wil dragen. Ook zijn fouten, zoals hij ze zelf noemt, deelt hij, zodat 'anderen ze niet hoeven te maken'. “Tijdens mijn eerste gevechtsmissie sliepen we op de grond in de jungle. Ik had maar één wacht neergezet. Hij werd neergeschoten door de FARC. De guerrillastrijders begonnen al snel maximaal te vuren. Niemand deed wat omdat de commandant, ik in dit geval, geen bevelen gaf. Ik was aan het huilen en trillen. Uiteindelijk sprong ik achter een boom om dekking te zoeken en kon alleen maar denken: ik ga sterven. Ik begon te bidden en vroeg God om vergeving voor al mijn fouten.” 

“Terwijl ik achter die boom zat, hoorde ik de guerrillastrijders roepen: ‘Hij heeft de radio, op hem moet je schieten’. Dat ging over mij. Uiteindelijk trok een jonge marinier, hij was ook in tranen, me aan mijn broek en zei: ‘korporaal, ik wil mijn moeder weer zien'. Dat schudde me wakker en toen dacht ik terug aan de anti-ambush lessen van mijn opleiding. We schoten vervolgens hard terug.”

Alexander geeft aanwijzingen aan zijn Nederlandse collega’s. “Reageer altijd op het moment dat er iets gebeurt.”

Tactisch 

Alexanders ‘fout’? Hij verstijfde in een heftige en extreme situatie. Maar hoewel het een positie is waarin de Nederlandse mariniers zich misschien niet 1-2-3 begeven, kunnen zij er wel degelijk van leren, denkt de sergeant. “Onze ervaringen kun je toepassen in alle omstandigheden. Ken je anti-ambush drills en reageer alert op het moment dat er iets gebeurt. Blijf altijd tactisch, zoals bijvoorbeeld op het gebied van camouflage en geluidsdiscipline. Dat is superbelangrijk, zeker als je leven ervan afhangt, want anders resulteert het gelijk in slachtoffers.”

‘Blijf altijd tactisch, zeker als je leven ervan afhangt’

De sergeant ging tijdens Estribo weer even terug naar het gebied waar hij veel tijd in zijn militaire leven doorbracht: de jungle. “Maar de jaren beginnen te tellen.”

Nieuwe generatie 

Na het jarenlang jagen op echte boeven is Alexander nu alweer enige tijd instructeur op het Centro Internacional de Excelencia Avanzada Fluvial (CIAF). Of hij de strijd mist? Een luid en duidelijk ‘no’ volgt. “De jaren beginnen te tellen en als je de dood van dichtbij ziet, er waren collega’s die naast me stonden en omkwamen, dan is het op een gegeven moment wel klaar. Je doet dit voor je land, maar ik heb inmiddels ook een kind. Dan ga je anders denken over dingen.”

‘Als je de dood van dichtbij ziet, dan is het op een gegeven moment wel klaar’

 “Maar ik wil graag mijn ervaringen delen met een nieuwe generatie, zoals deze groep Nederlandse mariniers. Ze zijn fysiek en mentaal sterk en dat bewonder ik aan ze. Hier in Colombia hebben we een gezegde: één tak kan snel breken, maar als je veel takken samen hebt, is dat moeilijker. Als militair heb je twee families; je bloedfamilie en je militaire familie. Een tip die ik altijd meegeef is: let goed op elkaar, het is je familie.”

“Dit werk doe je voor je land, maar ik heb inmiddels ook een kind. Dan ga je anders denken over dingen”, vertelt sergeant Alexander.

Defensiekrant

Editie 21 2026