Evert Brouwer
Diversen
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag varen we terug naar 4 juni 1920, als de zogenoemde Vlora-oorlog, ook de Oorlog van Twintig genoemd, uitbreekt.
Ruim zeven jaar eerder, op 28 november 1912, hebben Albanese nationalisten, onder leiding van Ismail Qemali, de onafhankelijkheid van Albanië uitgeroepen. Hiermee breken ze na bijna vijfhonderd jaar de banden met het Ottomaanse Rijk, waar Albanië sinds de vijftiende eeuw deel van uitmaakt.
Italiaanse troepen in de straten van Vlora in 1920. (foto shqiptarja.com)
Na de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) zien omliggende landen zoals Italië, Griekenland en Joegoslavië hun kans schoon om delen van het voornamelijk Islamitische Albanië in te lijven. Italië eist met name het zuiden van Albanië op, inclusief de strategisch belangrijke havenstad Vlora (Vlorë in het Albanees). De Italianen wilden hier een protectoraat vestigen, geleid door een door Italië uitgekozen Albanese prins. Voor de Albanezen was dit onacceptabel: zij wilden een onafhankelijk en verenigd Albanië, zonder buitenlandse inmenging. Een volksaard die tot de dag van vandaag stand houdt.
De Vlora-oorlog en de onafhankelijkheidsstrijder Ismail Qemali zijn vereeuwigd in postzegels van Albanië (in eigen taal Shqipëria).
De opmaat naar het conflict
In 1919 en 1920 trekken Italiaanse troepen het zuiden van Albanië binnen. De lokale bevolking, gesteund door nationale leiders, weigert zich neer te leggen bij deze buitenlandse bezetting. De spanningen lopen op tot een kookpunt op 4 juni 1920. Op die dag weigert de Italiaanse generaal Settimo Piacentini om Vlora terug te geven aan de Albanezen. Piacentini voert het bevel over het XVIe Italiaanse Legerkorps, samen met generaal Enrico Gotti. In totaal tellen de Italiaanse troepen in Vlora zo’n twintigduizend man, uitgerust met moderne wapens zoals machinegeweren, granaten en vliegtuigen.
Ze waren misschien slecht bewapend; Albanese vrijheidsstrijders brachten de Italiaanse troepen grote verliezen toe. (foto’s: memory.al)
De opstand
Piacentini’s weigering is de lont in het kruitvat. De Albanezen, slechts bewapend met stokken, stenen en een beperkt aantal vuurwapens, nemen het initiatief. Duizenden vrijwilligers uit heel Albanië trekken naar Vlora om mee te vechten. Totaal zo’n tienduizend man. Hoewel het Italiaanse leger een technologische overmacht heeft, weten de Albanezen door hun kennis van het terrein en hun vastberadenheid de Italianen zware verliezen toe te brengen.
Een van de bevelhebbers van de Italiaanse troepen, generaal Enrico Gotti, sneuvelt tijdens de Vlora-oorlog. (foto: Wikipedia)
Met slimme guerrilla-tactieken weten de Albanezen door de Italiaanse verdediging heen te breken. Deze ongebruikelijke methodes verrassen de Italianen, die niet gewend zijn aan deze vorm van oorlogsvoering. Binnen korte tijd lijdt het Italiaanse leger aanzienlijke verliezen. Generaal Enrico Gotti is een van de dodelijke slachtoffers.
De gevechten concentreren zich rond Vlora, waar de Albanezen de Italiaanse troepen belegeren. De constante aanval van Albanese strijders en het uitblijven van versterkingen uit Italië maken de positie van de Italianen onhoudbaar. Binnen enkele weken is een kwart van het Italiaanse leger gesneuveld of gewond: in totaal zo’n vijfduizend man, al zijn er geen officiële cijfers van.
In Vlora staat het Onafhankelijkheidsmonument op het Vlaggenplein, dat de onafhankelijkheidsverklaring van Albanië in 1912 en de Vlora-oorlog van 1920 herdenkt. (Foto dreamstime.com)
Overwinning en nasleep
De Italiaanse overheid, geconfronteerd met het grote aantal slachtoffers, hoge kosten en gebrek aan steun voor de campagne, biedt een wapenstilstand aan. Op 2 augustus 1920 wordt een protocol ondertekend waarin Italië akkoord gaat met de terugtrekking van zijn troepen uit Vlorë en het zuiden van Albanië. De wapenstilstand treedt op 5 augustus 1920 in werking. De Italianen verlaten het gebied met de staart tussen de benen.
Vlora wordt daarmee een symbool van verzet en nationale trots. Het land behoudt zijn soevereiniteit en voorkomt met de opstand een verdere opdeling. Toch leidt de overwinning niet direct tot stabiliteit: in de periode van juli tot december 1921 komen er vijf regeringen aan de macht, die vervolgens weer ten val komen.