kapitein Max van de Pol
sergeant-majoor Aaron Zwaal
Hoe herover je terrein op een slagveld waar vrijwel niets onzichtbaar blijft?
Stofwolken hangen boven de Duitse heide wanneer de battlegroup van 13 Lichte Brigade zich terugvecht tegen een numeriek sterke tegenstander. Drones speuren onafgebroken naar bewegingen, commandoposten verplaatsen zich om ontdekking te voorkomen en militairen proberen de opmars van de vijand stap voor stap te vertragen. Het doel is niet zozeer terrein vast te houden, maar tijd winnen: de tegenstander ontregelen, zijn tempo breken en hem dwingen te vechten volgens jouw plan. En dan: na dagen van gevechten kantelt het scenario.
Terwijl de eenheden van 13 Lichte Brigade nog vuurcontact hebben met de vijand, trekt 43 Gemechaniseerde Brigade naar voren. In enkele minuten wisselen beide brigades de laatste informatie uit over de vijand, het gevecht en de beschikbare vuursteun. Daarna begint de tegenaanval.
Brigadegeneraal Remco van Ingen: “Je krijgt terrein niet terug door er alleen overheen te vliegen.”
"Je krijgt terrein niet terug door er alleen overheen te vliegen", zegt brigadegeneraal Remco van Ingen, commandant van 43 Gemechaniseerde Brigade. De opkomst van drones, sensoren en langeafstandsvuur heeft het gevecht ingrijpend veranderd. Het moderne slagveld is transparanter geworden: wie zichtbaar is, loopt binnen enkele minuten het risico te worden aangegrepen. Toch blijft volgens Van Ingen één uitgangspunt overeind: wie terrein wil heroveren, moet uiteindelijk ook grondtroepen kunnen inzetten. Juist dat offensieve optreden staat centraal tijdens Fighter Lion, de grootste landmachtoefening in jaren.
Drones leveren tijdens Fighter Lion cruciale informatie voor de manoeuvre van grondtroepen.
'Oekraïne is geen blauwdruk'
Wat Fighter Lion bijzonder maakt, is dat juist dit type gevecht de afgelopen jaren nauwelijks zichtbaar was in Oekraïne. De oorlog wordt vaak geassocieerd met loopgraven, drones en uitputtingsgevechten langs relatief statische frontlijnen. Grootschalige manoeuvres waarbij brigades terrein heroveren, kwamen veel minder voor.
Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Jan Swillens: “Een landmacht die alleen voorbereid is op de laatste oorlog, is niet voorbereid op de volgende."
"Oekraïne is geen blauwdruk", zegt Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Jan Swillens. "We leren er ontzettend veel van, maar we moeten oppassen dat we niet denken dat het volgende conflict er precies zo uitziet." Volgens Swillens is de operatie rond Koersk in augustus 2024 een van de weinige recente voorbeelden waarin een offensieve manoeuvre op grotere schaal zichtbaar werd. Oekraïense eenheden verrasten daar de tegenstander en wonnen in korte tijd terrein. "Dat soort optreden oefenen wij hier. Een landmacht die alleen voorbereid is op de laatste oorlog, is niet voorbereid op de volgende."
‘Oekraïne is geen blauwdruk voor het volgende conflict’
Vertragen en overnemen
Voor luitenant-kolonel Marcel Kerstens, commandant 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers (42BLJ), zit de eerste fase van het gevecht erop. Zijn eenheid van ongeveer negenhonderd militairen en 235 voertuigen verplaatste zich ruim zeshonderd kilometer naar Duitsland. De militairen vochten vervolgens 96 uur vrijwel onafgebroken tegen de oefenvijand. De sporen van zware inzet tekenen zijn gezicht.
"We hebben eerst waargenomen, daarna de vijand aangegrepen, zijn opmars ontwricht, zijn tempo eruit gehaald en hem uiteindelijk geblokkeerd", zegt Kerstens. Daarmee vervult zijn eenheid een cruciale rol binnen het scenario. Door zijn bataljonsoptreden ontstaat ruimte voor de volgende fase van het gevecht.
Luitenant-kolonel Marcel Kerstens: “Juist die minuten gelden als een kwetsbaar moment in de operatie.”
Daarna volgt een van de meest complexe manoeuvres binnen het landoptreden: de Forward Passage of Lines. Terwijl de ene battlegroup de vijand blijft binden, schuift een tweede battlegroup door de eigen linies naar voren om het gevecht over te nemen. Tijdens de overdracht opereren beide eenheden in hetzelfde gebied. De overdracht duurt niet meer dan tien minuten, zegt Kerstens. "Juist die minuten gelden als een kwetsbaar moment in de operatie. Er zitten twee eenheden door elkaar heen. Dan moeten we exact weten wie nog vecht en wie welke verantwoordelijkheid heeft."
De landmacht zet tijdens Fighter Lion dronenetten in om voertuigen beter te beschermen tegen de groeiende dreiging van vijandelijke drones.
Klaar voor de tegenaanval
Terwijl de eenheid van Kerstens zich voorbereidt op de overdracht, staat de battlegroup, bestaande uit diverse eenheden van 43 Gemechaniseerde Brigade, gereed om het gevecht over te nemen. Enkele kilometers verderop heeft brigadegeneraal Remco van Ingen zijn Forward Command Post ingericht, het vooruitgeschoven deel van zijn commandopost. Rond de commandopost staan meerdere Boxers verspreid tussen de bomen opgesteld. Op schermen verschijnen de laatste meldingen uit het veld, terwijl de staf zich buigt over kaarten en dronebeelden.
Met duizenden militairen en honderden voertuigen, waaronder Leopard-tanks en CV90's, vormt de battlegroup van 43 Gemechaniseerde Brigade het zwaartepunt van de tegenaanval. Voor Van Ingen zit de waarde van Fighter Lion vooral in de schaal waarop de landmacht oefent. "Op dit niveau worden de uitdagingen zichtbaar die horen bij het aansturen van een brigade. Niet alleen gevechtseenheden moeten functioneren, maar ook de logistiek, informatievoorziening en commandovoering die daarachter schuilgaan. Als ik alleen train met clubs van een paar honderd man, komt dat niet aan bod."
Fighter Lion biedt bovendien ruimte om nieuwe werkwijzen uit te proberen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de inrichting van de Forward Command Post. Waar commandoposten vroeger relatief compact werden opgesteld, verspreiden commandanten hun voertuigen nu over een groter gebied om de kans op ontdekking te verkleinen. "We trainen verschillende omstandigheden", zegt Van Ingen. "Wat gebeurt er met je verbindingen? Hoe zorg je dat iedereen naar hetzelfde gevechtsbeeld kijkt? En hoe blijf je een operatie aansturen als je verder uit elkaar staat? De antwoorden op die vragen zijn belangrijk, want het moderne slagveld laat steeds minder ruimte voor fouten."
Op het moderne slagveld is de reactietijd na ontdekking nog maar enkele minuten.
Het transparante slagveld
De experimenten met de Forward Command Post zijn geen doel op zich. Ze zijn een direct gevolg van de veranderingen op het moderne slagveld. "Jezelf verstoppen is heel moeilijk", zegt Van Ingen. "En dat komt voornamelijk door drones."
‘Drie jaar geleden was de reactietijd twintig minuten, nu nog maximaal zeven’
Die ontwikkeling raakt iedere laag van het gevecht. Volgens Swillens is vooral de tijd tussen waarnemen en aangrijpen drastisch verkort. "Zodra je vuur hebt afgegeven met je Pantserhouwitser moet je binnen drie minuten verkast zijn. Drie jaar geleden was je reactietijd nog ongeveer twintig minuten. Nu is dat rond de vijf tot zeven minuten." Volgens Swillens wordt de controle over de zogenoemde dronespace daarmee steeds belangrijker. "Als je met dit soort assets het gevechtsveld opgaat en je niet zeker weet of je de dronespace beheerst, dan ben je gewoon dom bezig."
Daarom wordt tijdens Fighter Lion niet alleen geoefend met tanks, infanterie en artillerie, maar ook met elektronische oorlogsvoering, luchtverdediging en systemen die drones moeten detecteren of uitschakelen. Pas wanneer die bescherming op orde is, ontstaat volgens Swillens weer ruimte voor manoeuvre.
Generaal Swillens: “Wij moeten de kennis van buiten in de krijgsmacht krijgen."
Industrie en kennisinstellingen
Tijdens Fighter Lion zijn ook vertegenwoordigers van kennisinstellingen, technologiebedrijven en de defensie-industrie aanwezig. Zij observeren de oefening en bespreken met militairen hoe nieuwe technologie sneller kan worden toegepast op het slagveld.
Volgens landmachtcommandant Swillens is die samenwerking noodzakelijk: "Wij moeten de kennis van buiten in de krijgsmacht krijgen."