Evert Brouwer
Diversen
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag gaan we terug naar 26 juni 1943.
De April-Meistaking (ook bekend als de melkstaking of mijnstaking), de Spoorwegstaking en de Havenstaking in de Tweede Wereldoorlog; die staan in het geheugen gegrift. Veel minder bekend, maar toch van grote betekenis, is de zogenoemde Artsenstaking van 1943.
Op 26 juni schrijven Nederlandse artsen een historische brief aan Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Deze Oostenrijkse nazi is dan de hoogste Duitse gezagsdrager in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In hun brief kondigen de artsen een staking aan. Daarmee willen ze protesteren tegen de maatregelen van de bezetter. Het gaat met name om de verplichte registratie van Joodse patiënten en de deportatie van Joodse collega’s.
Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart (rechts) met de burgemeester van Amsterdam, dr. W. de Vlugt. (Foto: Collectie NIMH)
De situatie escaleert
De artsen Brutel de la Rivière, Roorda en Eeftinck Schattenkerk richten al in september 1941 de eerste Nederlandse artsenverzetsorganisatie op: het M.C. oftewel Medisch Contact. Het draait ze met name om de zogenoemde Ariërverklaring, die Joden de toegang tot bepaalde beroepen ontzegt. Artsen mogen dan vanaf 1942 geen Joodse patiënten meer behandelen, tenzij de zieken zich laten registreren als ‘Joods’.
In 1943 escaleert de situatie. De bezetter eist dat alle Nederlandse artsen een loyaliteitsverklaring ondertekenen en zich aansluiten bij de Duits gezinde Artsenkamer. Wie weigert, riskeert zijn of haar werk niet meer te mogen uitvoeren of erger nog: opgepakt te worden. Voor veel artsen is dit een grens. De artseneed van Hippocrates verplicht een medicus immers om iedere patiënt te helpen.
‘Medische ethiek gaat boven de bevelen van de bezetter’
De opgepakte artsen kwamen in Kamp Amersfoort terecht. Op de foto een groep gevangenen die tomaten krijgt uitgedeeld. (Foto: Collectie NIMH)
Represailles
In de brief aan Seyss-Inquart wijzen de artsen de loyaliteitsverklaring op die gronden af. Ze eisen het recht op om alle patiënten, ongeacht afkomst, te behandelen. De artsen benadrukken dat hun medische ethiek boven de bevelen van de bezetter gaat. De brief is ondertekend door duizenden artsen. Ze dreigen met een algehele staking als de maatregelen niet van tafel gaan. Dit is een radicale stap: een staking in oorlogstijd is niet alleen gevaarlijk, maar kon ook leiden tot represailles tegen de bevolking.
Veel artsen kwamen in verzet en moesten hun licentie inleveren. In onder meer Eindhoven werd flink gestaakt. (Foto: gemeente Eindhoven)
Nederlands artsenverzet
Dr. Daan de Melker (1894–1944) was een van de leidende figuren in het Nederlandse artsenverzet. De Amsterdamse huisarts was bestuurslid van de Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (NMG). Hij speelde een grote rol in het organiseren van het verzet tegen de nazi-maatregelen, met name de verplichte registratie van Joodse patiënten en het lidmaatschap van de Artsenkamer. Dat was een door de Duitsers opgerichte organisatie die artsen onder controle van de nazi’s moest brengen.
De Melker was ook betrokken bij Medisch Contact. Hij hielp artsen onder te duiken, regelde zo nodig valse papieren en bleef medische zorg geven aan onderduikers en Joodse patiënten. De Melker werd na de brief gearresteerd en overgebracht naar Kamp Amersfoort, een berucht doorvoerkamp voor politieke gevangenen. Van daaruit werd hij later gedeporteerd naar concentratiekamp Neuengamme in Duitsland, waar hij op 30 september 1944 is omgekomen.
D.G Winkler en zijn vrouw J. Winkler-Siebenga waren tijdens de bezettingsjaren een artsenechtpaar in Hoorn. Beiden ontsnapten aan de vervolging door de Rijkscommissaris. Als herinnering lieten zij na de oorlog voor elkaar een zilveren lepel maken. Op de achterkant staat: 'Artsenjacht 30 juni tot 8 juli 1943'. (Foto: Medisch Contact)
Zeldzame overwinning
De Duitse autoriteiten reageren woedend op de brief. Dat komt ook doordat de inhoud nog voor ontvangst op verzetsradio Radio Oranje is te horen. Seyss-Inquart ziet het schrijven als een openlijke uitdaging en dreigt met zware strafmaatregelen. Hij laat weten dat de artsen 'vrijheid en leven in de waagschaal stellen’ om niet onder het regime van de Artsenkamer te worden gebracht. De Rijkscommissaris laat 350 artsen gevangen nemen, van wie de meesten naar Kamp Amersfoort worden gevoerd.
In sleutelstad Leiden is het artsenverzet groot. (Foto: gemeente Leiden)
Opmerkelijk is dat in bijvoorbeeld Leiden politieagenten weigeren mee te werken aan het oppakken van de artsen. Sommige artsen voelen zich gedwongen onder te duiken of hun praktijk te sluiten. De meesten daarvan blijven illegaal werken, vaak in samenwerking met het verzet.
Medisch Contact bestaat nog altijd als tijdschrift voor de medische sector. Op de voorpagina van het laatste nummer prijkt militair-arts Saskia Meerhoff.
Als begin juli blijkt dat de arrestaties meer slecht dan goed doen, moet Seyss-Inquart bakzeil halen. De bezetter trekt de loyaliteitsverklaring al snel in en schort de maatregel op. Het is een zeldzame en vreedzame overwinning voor het Nederlandse verzet. Net als enkele verzetsbladen (Trouw, het Parool) is Medisch Contact als naam ook na de oorlog blijven bestaan: als blad van de medische sector.