Sla over en ga naar de inhoud
Generaal Onno Eichelsheim zit in een Apache-helikopter.

‘Afghanistan-uitspraken doen mij pijn’ 

9 min

kapitein Nico Schinkelshoek 

Floris Oosterveld en archief Mediacentrum Defensie

Generaal Eichelsheim bespreekt hectische situatie in de wereld 

In het werk van Commandant der Strijdkrachten (CDS) generaal Onno Eichelsheim is absoluut geen sprake van rustig vaarwater. Grote thema’s als Groenland en Oekraïne houden de hoogste militair van ons land volop bezig. Daarnaast zijn er onderwerpen die hem persoonlijk raken, zoals de recente uitspraken van de Amerikaanse president Donald Trump over ‘achterblijvende’ NAVO-troepen in Afghanistan. De Defensiekrant sprak met de CDS. “Nederland heeft vooraan gestaan in de strijd tegen de Taliban. Onze veteranen verdienen erkenning en geen ontkenning. Ik sta pal achter hen en hun thuisfront.” 

De situatie in de wereld is allesbehalve rustig. Wat doet dat met u? 

“De wereld is heel volatiel geworden. Het gemak waarmee een conflict oplaait, is groot. De conflicten die we nu zien ontstaan, zijn vaak ook nog eens fors. Dan kijk ik bijvoorbeeld naar Iran, de Gazastrook en de spanning in het Midden-Oosten. Ik besef nog meer dat er, overal ter wereld, een roep om de inzet van onze krijgsmacht kan zijn. Daar moeten we ons op voorbereiden. Die zaken spelen in mijn hoofd. Net als de veiligheid van onze mensen die in die regio’s zitten.”  

‘Het gemak waarmee een conflict oplaait, is groot.’ 

Ook vlakbij het Nederlands Koninkrijk heerst spanning. Hoe ziet onze rol eruit als de situatie escaleert in Venezuela? 

“Als in Venezuela de spanning oploopt, moet je daar als krijgsmacht op kunnen reageren. We hebben duizend militairen op de ABC-eilanden zitten. Samen met de schepen van onze Zeemacht in het Caribisch gebied kunnen we zo onze eilanden veilig houden. We denken natuurlijk ook na over een mogelijke escalatie en wat dat dan betekent. We denken in scenario’s, zoals bij een tijdelijke sluiting van het luchtruim. We hebben plannen op de plank liggen voor als de politiek ons dat vraagt. Daarvoor staan we ook in goed contact met de lokale autoriteiten van het Caribisch deel van het Koninkrijk. Indien nodig kunnen we altijd vertrouwen op de Nederlandse krijgsmacht.” 

CDS generaal Onno Eichelsheim: 'Samen met de schepen van onze Zeemacht in het Caribisch gebied kunnen we onze eilanden veilig houden.'

‘Wij hebben de militaire capaciteiten om onder Arctische omstandigheden op te treden’ 
 

Vorige maand was er verder veel te doen om Groenland. De Amerikaanse president Donald Trump zei het gebied te willen inlijven. Hoe beleefde u deze roerige periode?  

“Het was inderdaad hectisch. Dit laat zien - en dat wisten we natuurlijk al - dat Groenland een strategische rol speelt in het Arctisch gebied. En we weten dat daar meer interesse vanuit Rusland en China voor komt. Het is goed dat we als NAVO onze bereidheid tonen om meer effort te steken in de verdediging ervan. Met een verkenning hebben we gezamenlijk gekeken waar de mogelijkheden liggen voor een bijdrage aan Arctic Endurance. Dit is een bredere oefenreeks van NAVO-bondgenoten op en rondom Groenland. Het doel is om te trainen onder Arctische omstandigheden en potentiële tegenstanders af te schrikken. De NAVO beziet ook of er in de nabije toekomst een missie kan komen om Groenland veilig te houden (Arctic Sentry, red).” 

Verwacht u dat er straks Nederlandse militairen rondlopen op Groenland? 

“Oefenen en trainen is onderdeel van ons vak. Dat doen we ook al onder Arctische omstandigheden. Of Nederland aan de oefenreeks deel gaat nemen, moet nog besloten worden. Maar we hebben zeker ervaring en militaire capaciteiten die dat goed zouden kunnen. We hebben bijvoorbeeld schepen die geregeld aan Cold Response (militaire oefening in Noord-Noorwegen, red.) deelnemen. Onze mariniers zijn gespecialiseerd in koudweer optreden. En we kunnen daar ook met onze vliegtuigen opereren. Dus we hebben als Nederland mogelijkheden en we staan er welwillend tegenover.” 

Een Nederlandse marinier tijdens de tweejaarlijkse oefening Cold Response (2024) in Noorwegen. 

Is het bondgenootschap nog even sterk als vóór de onenigheid over Groenland? 

“Het kan altijd gebeuren dat je binnen een bondgenootschap, als vrienden, over een bepaald onderwerp andere meningen hebt. Dat is in het verleden vaker gebeurd. Als ik met mijn Amerikaanse evenknie spreek, dan is het voor mij volkomen duidelijk dat hij toegewijd is om de NAVO verenigd te houden. We zijn dus samen sterk. En dat moeten we ook zo uitstralen.” 

Leiden kwesties zoals Groenland niet af van thema's die misschien belangrijker zijn voor het NAVO-bondgenootschap? 

“Er was even een periode dat de aandacht specifiek naar Groenland ging. We hebben ook een crisis in het Midden-Oosten en er zijn andere plekken op de wereld die vanuit mijn perspectief, gezien de urgentie van de dreiging, meer aandacht moeten krijgen. Tijdens het World Economic Forum in het Zwitserse Davos was de angel er gelukkig vrij snel uit en kon het gesprek gaan over hoe we de verdediging van het Arctisch gebied gezamenlijk oppakken. De focus verschoof onmiddellijk ook weer naar Oekraïne. En daar moet de focus ook op liggen, want de oorlog gaat nog steeds door. Met elke dag achthonderd tot duizend militaire gewonden en doden, en inwoners van Kiev die in onverwarmde huizen bij een buitentemperatuur van -30 graden Celsius zitten.” 

 Generaal Eichelsheim: ‘De wereld is heel volatiel geworden.’

‘Bestand in Oekraïne op korte termijn zou me verbazen’ 

Is een bestand in Oekraïne realistisch, denkt u? 

“Uiteindelijk komt er een bestand, daar ben ik van overtuigd. Het zou mij persoonlijk wel verbazen als dat op de korte termijn gebeurt. Rusland boekt nog steeds terreinwinst – zij het gestaag – en heeft nog te weinig belang om serieus aan vredesonderhandelingen deel te nemen. En ik denk ook dat ze die houding voorlopig blijft vasthouden. Wat wij tot die tijd moeten doen, is Oekraïne blijven steunen. Zowel diplomatiek, financieel als met hulpgoederen. Maar zeker ook door militair materieel te blijven leveren, het continueren van trainingen aan Oekraïense militairen, en door hun gewonden in Nederland te laten revalideren.” 

Nederlandse militairen trainen Oekraïners tijdens Operatie Interflex in het Verenigd Koninkrijk, 2023. Nederland levert sinds eind 2022 instructeurs. 

Mocht het wel tot een akkoord in Oekraïne komen, is Nederland dan in staat om militairen te leveren aan een eventuele vredesmacht? 

“Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben al toegezegd dat ze capaciteiten willen leveren. Het is aan het nieuwe Nederlandse kabinet om te beslissen of dat politiek wenselijk is. Als ik kijk naar wat militair haalbaar is, dan kan ik zeggen dat de Nederlandse krijgsmacht daar zeker toe in staat is.”

Versneld gereedstellen 

Binnen de krijgsmacht gebeurt momenteel een hoop om op volle sterkte te komen. De CDS stuurde vorig jaar een zogenoemde dagorder naar alle defensiemedewerkers, een urgente boodschap. Daarin riep hij militairen op hun fysieke eisen op orde te brengen. Eenheden gaf hij de opdracht ‘zo snel als mogelijk op niveau opgeleid en getraind’ te zijn. Dit vanwege toegenomen (Russische) dreigingen. “We komen van ver, maar ik zie en voel ook de motivatie en urgentie in de krijgsmacht”, schreef hij destijds.  

Ook versoepelde Eichelsheim onder meer de mogelijkheden bij het aanschaffen van materieel en gaf hij extra ruimte in het aanstellen van personeel. Aan die opdrachten werkt de krijgsmacht inmiddels volop, laat hij weten. Zo werd 2025 afgesloten met 5.576 meer medewerkers dan het jaar ervoor. Ook werden grootschalige (internationale) oefeningen gehouden en nieuwe eenheden opgericht. Verder is meer materiaal binnengebracht, dat vaak ook nog eens versneld bij fabrikanten werd gekocht. 

Dan Afghanistan. Deze week is het twintig jaar geleden dat het kabinet besloot om Nederlandse militairen uit te zenden naar Uruzgan. U bent zelf drie keer in het land geweest. Heeft u bij dit moment stilgestaan?

“Ja, ik heb daar afgelopen maandag zeker bij stilgestaan. Als CDS, maar ook als Afghanistan-veteraan die in Uruzgan opgetreden en gevochten heeft. Dus ik kijk daar tweeledig naar. We hebben daar ongelooflijk goed werk verricht. Zo hebben we scholen opgezet. Poppyvelden werden graan- en safraanvelden. We hebben infrastructuur aangelegd. Waterputten geslagen. We zorgden voor een beter bestuur. En tegelijkertijd weet ik ook dat we 25 van onze militairen verloren. En een veelvoud daarvan keerde terug met fysieke en/of mentale schade.”

In twintig jaar tijd werden bijna 30.000 Nederlandse militairen van alle krijgsmachtonderdelen uitgezonden naar Afghanistan. 

Onlangs zei Trump dat de NAVO-troepen een ‘beetje achterbleven’ aan het front daar. Wat deden die uitspraken met u? 

“Het is natuurlijk schandalig dat hij dat zegt. Het raakt kant noch wal. We zijn na 9/11 samen begonnen aan de missies in Afghanistan. Dus we stonden zij aan zij met onze Amerikaanse bondgenoot. We vochten samen aan de frontlinie. We kwamen in hinderlagen terecht. We verleenden ondersteuning vanuit de lucht. We reden er met transporten die geregeld onder vuur werden genomen. We hebben compounds bevrijd en veiliggesteld. We vochten tijdens de ‘Slag om Chora’. Dan doet het mij pijn dat de president, die eigenlijk de vertegenwoordiger is van het land dat ons toen in het kader van artikel 5 opriep, dit soort uitspraken doet. Nederland heeft vooraan gestaan in de strijd tegen de Taliban. Onze veteranen verdienen erkenning en geen ontkenning. Dat geldt voor onze militairen, maar zeker ook voor hun thuisfront, dat vaak de gehele uitzending van hun relatie in spanning zat. Ik sta pal achter wat onze mannen en vrouwen daar gedaan hebben. Ik sta pal achter onze veteranen en hun thuisfront.” 

Tot slot: wat wordt 2026 verder voor jaar? 

“Het wordt een jaar van verrassingen. Ik denk dat we voorbereid moeten zijn op een aantal grote crises, zonder nu te weten waar die gaan zijn. Ik hoop daarnaast dat het ook het jaar is van vrede in Oekraïne. Dat het bestand er toch dit jaar komt. En verder een jaar van stevige groei, gezien de miljarden die in het coalitieakkoord beschikbaar komen voor Defensie. We ontwikkelen in 2026 echt door naar een wezenlijk andere krijgsmacht. Die wordt schaalbaar en moderner met veel meer onbemenste systemen en het gebruik van hightech, zoals AI-toepassingen. Hierbij is het niet in alle gevallen van belang dat we het allerbeste materieel hebben, maar dat we tijdig over voldoende materieel beschikken om effectief bij te kunnen dragen aan bondgenootschappelijke verdediging van het NAVO-grondgebied. Tot slot zullen we steeds meer in Europees verband gaan doen. Simpelweg omdat we voor het grootste deel zelf verantwoordelijk zijn om in NAVO-verband ons eigen continent veilig te houden.” 

Drugsbeleid versoepeld? 

“In tegenstelling tot wat er in sommige media gesuggereerd is deze week, is het drugsbeleid van Defensie niet versoepeld. Dat betekent dat het zerotolerancebeleid ten aanzien van drugs nog altijd van kracht is”, verduidelijkt generaal Eichelsheim. Her en der ontstond deze week het beeld dat dit beleid bestuursrechtelijk versoepeld zou zijn. “De verwarring zit hierin: we hebben onlangs wel overeenstemming bereikt met de bonden over de invoering van voorwaardelijk ontslag als disciplinair middel. Eerder beschikte Defensie namelijk over slechts twee middelen: de waarschuwing (ambtsbericht, red.) of een onvoorwaardelijk ontslag.”  

“Met een voorwaardelijk ontslag kan een commandant tot een meer op de persoon gerichte straf komen. Dus zonder dat de militair – in een aantal gevallen – direct ontslagen wordt. In de burgerrechtspositie kennen we het voorwaardelijk strafontslag ook. De invoering van het voorwaardelijk ontslag staat echter los van een eventuele aanpassing van het drugsbeleid in de toekomst. We houden het huidige drugsbeleid wél tegen het licht, om te beoordelen of dit nog up-to-date is. Maar of er iets aan dat beleid verandert, kunnen we nu dus nog niet zeggen.”

Defensiekrant

Editie 04 | 2026