kapitein Arjen de Boer
Kick Smeets en archief Mediacentrum Defensie (MCD)
Defensie neemt deel aan drukbezocht Amsterdam Space Symposium
Het ruimtedomein is allang geen bijzaak meer, het is hoofdzaak. Militaire operaties kunnen niet zonder. Om niet achterop te raken is samenwerking in de volle breedte essentieel. Dat was de teneur deze week tijdens de eerste editie van het Amsterdam Space Symposium.
‘Eigenlijk merk je het pas als het uitvalt’
Veel mensen zullen er niet bij stilstaan, maar ze maken er dagelijks gebruik van: satellieten en andere ruimtevaarttechnologie. Het weerbericht, navigeren van a naar b met Google Maps, pinbetalingen, even naar huis bellen... “Ik denk dat mensen weinig beseffen hoe fundamenteel space al is in hun dagelijks leven”, zegt luitenant-kolonel Petra Wijnja, hoofd Space Warfare and Expertise bij het Defense Space Security Center (DSSC). “Eigenlijk merk je het pas als het uitvalt. Zelfs militairen beseffen niet altijd hoezeer zij al leunen op ruimtevaarttechnologie”, vertelt zij in de coulissen van het Amsterdam Space Symposium.
Satellieten kunnen op verschillende manieren informatie verzamelen ver achter de grenzen van een tegenstander. Bijvoorbeeld met radarbeelden of juist meer optisch (zoals een foto).
Space is cruciaal
Wijnja weet als geen ander dat ruimtevaarttechnologie vandaag de dag het verschil bepaalt tussen winnen of verliezen. Het is niet weg te denken uit militaire operaties. Kijk naar Oekraïne, kijk naar Iran. Ook daar is space, zoals militairen het noemen, alom aanwezig bij de planning en uitvoering van offensieve en defensieve acties.
Goede en tijdige informatie is daarbij essentieel en ruimtetechnologie biedt dan een uitkomst. Satellieten zijn immers niet gebonden aan landgrenzen en kunnen diep in het achterland van de tegenstander kijken. Hoe meer gegevens, des te beter de inschatting van risico’s en bedreigingen.
“Space is cruciaal om het militaire beslissingsproces te verkorten. Dat is niet alleen belangrijk tijdens een conflict. Maar ook in de grijze zone vóórdat spanningen leiden tot een confrontatie”, aldus luitenant-generaal André Steur, commandant van het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten (CLRS), tijdens het symposium. Dankzij informatie vanuit de ruimte wordt het volgens hem in theorie mogelijk om conflicten te voorkomen: “In plaats van een war fighting domain kan het een war preventing domain worden.” Dit maakt space in Steurs ogen misschien wel belangrijker dan nieuwe tanks of vliegtuigen.
Nederland heeft eerder al kleine testsatellieten de ruimte ingestuurd. Inmiddels zijn we druk bezig om een meer serieuze capaciteit in space op te bouwen. Hiermee kan Defensie dan eigen inlichtingen verzamelen.
Eigen capaciteit bouwen
Dus bouwt ook Nederland een eigen militaire capaciteit op in de ruimte. Eerder werden al kleine testsatellieten, ter grootte van een schoenendoos, de ruimte in geschoten. Vorig jaar juni lanceerde Nederland de eerste operationele SAR-satelliet (Synthetic Aperture Radar) voor Defensie. Dit gebeurde in samenwerking met de Finse fabrikant ICEYE. Deze satelliet kan onder alle weersomstandigheden gedetailleerde radarbeelden leveren. Er moet een constellatie van deze SAR-satellieten komen.
‘Space is zo essentieel voor militair optreden’
Daarnaast ontwikkelt Nederland een eigen optische observatiesatelliet, de PAMI-1. Deze maakt superscherpe foto’s van het aardoppervlak en heeft ook demonstratie-apparatuur op het gebied van lasercommunicatie aan boord. De lancering van dit technologische hoogstandje staat gepland rond 2028. “Uiteindelijk zal Nederland meerdere satellieten hebben”, schetst Wijnja de toekomst. “Dat aantal zal blijven groeien. Er gaat meer budget naar space omdat het zo essentieel is voor militair optreden.”
Tijdens het symposium waren er diverse workshops en discussiepanels. Hier is CLRS-commandant luitenant-generaal André Steur aan het woord. Luitenant-kolonel Petra Wijnja (rechts) was voorzitter van dit panel.
Space = samenwerking
Bij het bouwen van die capaciteiten zoekt Nederland bewust de samenwerking met bondgenoten. Denk aan België, dat veel kennis heeft van Space Weather; het ‘weer’ in de ruimte veroorzaakt door zonneactiviteit. De zuiderburen werken ook aan een telescoop op de Noordpool waar nog weinig dekking is. Deze kan vanaf aarde zien welke satellieten er wanneer overvliegen.
Of denk aan Luxemburg, waar commerciële partijen sterk zijn in satellietcommunicatie. “Dat heb je nodig om ook ver voorbij de horizon te kunnen communiceren”, aldus Wijnja.
Links luitenant-generaal André Steur, rechts luitenant-kolonel Petra Wijnja.
Maar het stopt niet bij de Benelux. Ook landen als Polen, Zweden en Finland bouwen een eigen militaire capaciteit in het ruimtedomein, blijkt tijdens het symposium. Zo wil Polen eind dit jaar enkele verkenningssatellieten in een baan rond de aarde hebben. Zweden en Finland hebben eveneens hun eerste satellieten in de ruimte.
Maar de focus moet liggen op samenwerking, zegt de Zweedse ‘ruimte-admiraal’ Anders Sundeman. Landen kunnen elkaar namelijk helpen bij de ontwikkeling en operationele inzet. “Space staat gelijk aan samenwerking”, aldus Sundeman. “Laten we nadenken over het delen van capaciteiten”, vult kolonel Grzegorz Matyja, commandant van het Poolse Space Operation Center, aan. “Als we dezelfde satellieten gebruiken, waarom niet samen een constellatie opzetten?”
Veel bedrijven zijn naar de eerste editie van het Amsterdam Space Symposium gekomen om te netwerken en hun innovaties aan het publiek te tonen.
Met hulp van bedrijven en kennisinstituten
Naast samenwerking met bondgenoten zijn ook onderzoeksinstituten zoals TNO en bedrijven als Airbus en ICEYE belangrijk. Zij zijn dan ook in groten getale aanwezig op het Amsterdam Space Symposium. Deze civiele partners hebben veel waardevolle kennis en hun innovatiesnelheid is enorm hoog, weet Wijnja.
“Dat moeten we binnenhalen om een voorsprong te hebben”, schetst de luitenant-kolonel. “De ruimte is immers niet vredelievend meer.” Zo is het bekend dat onze tegenstanders al manieren hebben om met eigen satellieten andere satellieten af te luisteren. Rusland heeft op zijn beurt al eens opzettelijk een eigen exemplaar uit de ruimte geschoten. Of dat allemaal zomaar mag, is overigens nog maar de vraag. Het ruimterecht is nog niet waterdicht en volop in ontwikkeling.
In Europa is veel kennis op het gebied van ruimtevaartechnologie. Het is van belang om met de industrie samen te werken omdat zij heel snel innoveren.
‘Meer dan een miljoen stukken space debris groter dan één centimeter’
Ruimte-afval
Een ander aandachtspunt is de drukte, letterlijk. Momenteel vliegen er zo’n vijftienduizend actieve satellieten rond. En dat is niet alles. “Er zijn ook meer dan een miljoen stukken space debris (ruimte-afval, red.) groter dan één centimeter. Als jouw satelliet hierdoor wordt geraakt, is hij kapot”, zegt Wijnja. “Dan zijn er ook 140 miljoen stukjes puin kleiner dan een centimeter. Die vliegen rond met een snelheid van acht kilometer per seconde… dat geeft ook schade. Daar moet je allemaal rekening mee houden.”
In 2023 werden vanaf het Kennedy Space Center twee Noors-Nederlandse satellieten gelanceerd.
Beschermen wat dierbaar is
Alles bij elkaar opgeteld zit het ruimtedomein vol uitdagingen. Al spreekt CLRS-commandant Steur liever van kansen. “Er is sprake van een nieuwe realiteit voor de wereld, voor Europa. We hebben een eigen verantwoordelijkheid om onze veiligheid te beschermen”, concludeert de generaal. “We moeten de juiste focus hebben en de toekomst écht omarmen. Samen met anderen, want zónder space-capaciteit verliezen we. Mét space kunnen we beschermen wat ons dierbaar is.”