kapitein Max van de Pol
sergeant-majoor Aaron Zwaal
… bij Sectie Inwinning
Het is een gewone woonwijk. Kinderen spelen buiten, auto’s staan geparkeerd langs de stoep. Niemand vermoedt dat in één van de woningen een grote partij zwaar illegaal vuurwerk ligt opgeslagen. Totdat een tip, zorgvuldig verkregen en discreet gedeeld, leidt tot de vondst van duizenden stuks zwaar illegaal vuurwerk. Een potentiële ramp wordt voorkomen. Voor nieuwsconsumenten blijft het vaak bij een kort bericht. Voor de mensen achter de schermen bij Sectie Inwinning is dit precies waar het werk om draait: in stilte bijdragen aan veiligheid.
Sectie Inwinning van de Koninklijke Marechaussee bestaat uit drie specialistische teams die verspreid werken over locaties in Nederland en het Caribisch gebied: het Team Criminele Inlichtingen (TCI), het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) en het Team Bijzondere Getuigen (TBG). Alle medewerkers werken heimelijk en zijn gespecialiseerd in het beschermen van hun bronnen. In mei 2025 is stap 4 van de reorganisatie van het Landelijk Tactisch Commando (LTC) afgerond. Waar TCI eerder onder de Brigade Recherche viel, is de gehele Sectie Inwinning na afronding van stap 4 onderdeel van de afdeling Intelligence.
Als weinig toch genoeg is
“Inwinning begint zelden met een volledig beeld. Vaak zijn het losse signalen die binnenkomen: een bijnaam, een locatie, een vaag verhaal over activiteiten die niet kloppen”, vertelt Julius*, intelmedewerker bij Sectie Inwinning. “Dan krijg ik bijvoorbeeld informatie over iemand in Utrecht die zich mogelijk bezighoudt met mensenhandel. Soms is dat alleen maar een voornaam. Dat lijkt weinig, maar het is genoeg om te beginnen.”
Op de intelligence-afdeling begint dan het puzzelwerk. Informatie wordt geanalyseerd, vergeleken en gekoppeld aan wat al bekend is. “Het doel is om personen te ‘veredelen’: van een vaag profiel naar een concrete identiteit toewerken. Dat kan soms binnen minuten lukken, maar het kan ook uren duren. En soms lukt het gewoon niet. Dat hoort er ook bij.”
De rol van de runner
Informatie kan afkomstig zijn van andere opsporings- en inlichtingendiensten, maar ook van runners van de Sectie Inwinning, die tijdens hun werk signalen en meldingen opvangen van informanten. Sjoerd* is zo’n runner. “Wij zijn de schakel tussen de informatie en de mensen die de informatie leveren, ofwel de informanten”, legt hij uit. “Het contact met hen is strikt gereguleerd en draait volledig om vertrouwen. Onze bron staat altijd op één. Als iemand zich niet veilig voelt, houdt het op”, vertelt Sjoerd. Juist daarom blijft zijn werk bewust onzichtbaar. De identiteit van runners is afgeschermd en ook privé houden zij hun werk vaag. “Dat is niet om geheimzinnig te doen. Dat is noodzaak. De criminele wereld is de laatste jaren veranderd doordat het geweldsspectrum harder is geworden.”
Veiligheid voorop
Contact leggen met mogelijke informanten gebeurt nooit zomaar. “Vooraf maken we altijd een plan en analyseren de mogelijkheden”, zegt Sjoerd. “We kijken naar de veiligste locatie, het juiste moment en de mogelijke risico’s.” Het eerste contactmoment hoeft niet lang te duren. “Uiteindelijk is het soms niet meer dan een tikje op de schouder”, legt hij uit. “Maar ik ben me extreem bewust van de impact daarvan. Zelfs als iemand niet wil meewerken, kan het feit dát er contact is geweest al gevolgen hebben voor die persoon. Daarom is veiligheid voor mij belangrijker dan informatie.”
Meer dan informatie
Het werk van runners en intelligence-medewerkers gaat verder dan feiten en namen, vertelt Sjoerd. “Wat runners gemeen hebben, is dat ze contact kunnen leggen zonder een oordeel te vellen. Een deel van het gesprek met een informant levert bruikbare informatie op, maar een groot deel is ook iemand die zijn hart lucht. Voor sommige informanten is het contact een uitlaatklep. Het zijn vaak mensen die hier in hun eigen omgeving met niemand over kunnen praten”, zegt hij. “Als ik merk dat iemand na een gesprek opgelucht is, dan geeft mij dat ook energie. Dan weet ik dat het gesprek op meerdere niveaus waarde had.”
Gegroeid in omvang en slagkracht
De Sectie Inwinning groeide de afgelopen jaren flink. Waar de capaciteit lange tijd rond de zestig functies lag, bestaat de sectie inmiddels uit ongeveer honderd personen, inclusief ondersteuning voor analyse, training en veiligheid. Die groei is merkbaar in het dagelijks werk: er is meer ruimte om informatie te verwerken, verbanden te leggen en signalen zorgvuldig uit te werken. Toch is de ontwikkeling nog niet afgerond. “De sectie is nog volop op zoek naar nieuwe collega’s om verder door te groeien. We kunnen nu al veel meer aan dan een paar jaar geleden,” zegt Julius. “Maar we zijn er nog niet. Juist omdat het werk complexer wordt, hebben we mensen nodig die willen meebouwen en zich willen specialiseren.”
Geen sirenes
Het werk van Sectie Inwinning blijft grotendeels buiten beeld. Geen sirenes, geen camera’s, geen namen in de krant. Succes wordt intern gevierd. Wat er wél is, zijn momenten waarop een puzzel klopt, een risico wordt weggenomen of een onderzoek de juiste richting op gaat. Daar, ver weg van de schijnwerpers, wordt elke dag gebouwd aan veiligheid. Soms met resultaat dat zichtbaar wordt, vaak zonder dat iemand het merkt. Zoals Sjoerd het nuchter zegt: “Soms heb je bingo en soms moet je door.” Julius vult aan: “Wij leveren geen bewijs, maar geven wel richting aan het onderzoek. En zonder richting kom je nergens.”
*De namen van medewerkers zijn om veiligheidsredenen gefingeerd.