Sla over en ga naar de inhoud
Adjudant Allard zit achterin de dienstbus met zijn camera vast en een blik naar de camera toe.

Als het erop aankomt 

kapitein Riemer Witteveen 

Rob ter Bekke 

‘Zulke schokkende beelden hebben effect op je’

Hoe handel je als marechaussee in het heetst van de strijd? In deze rubriek vertellen collega’s over een bijzonder moment tijdens de dienst. Een moment waarbij het er echt op aankomt. 

Adjudant Allard, coördinator van het team Forensisch Onderzoek Verkeer en Visualisatie, ligt net te slapen als zijn telefoon gaat. Een centralist vertelt hem dat een jonge militair om het leven is gekomen bij een oefening in Duitsland. Allard bedenkt zich geen moment. Hij springt uit bed, kleedt zich aan en stapt de dienstbus in. Bij de grens pikt hij zijn collega Arno op. Aan hen de veeleisende taak om te onderzoeken wat er gebeurd is. Het is nog donker als ze slechts enkele uren later aankomen op de plaats van het tragische ongeval in Güz Altmark. Allard en Arno gaan meteen aan het werk, in afwachting van nog zes collega’s die uit Nederland onderweg zijn. Een intensief onderzoek volgt.

De dienstbus van FO Verkeer & Visualisatie is gevuld met hoogwaardige apparatuur. 

Voor collega’s die jullie minder goed kennen: hoe ziet het werk van FO Verkeer & Visualisatie er doorgaans uit?

“We onderzoeken van alles. Van ongevallen met fietsers en voetgangers tot incidenten met vliegtuigen, gevechtsvoertuigen en vaartuigen. In binnen- en buitenland. Ik ben naar Irak geweest voor een verkeersongeluk, maar ook naar Aruba, Curaçao, Duitsland en Oostenrijk. Je komt overal waar Defensie actief is, want overal gebeurt wel eens wat. We zijn zelfs in Oekraïne ingezet om onderzoek te doen naar oorlogsmisdrijven.

Wat werkzaamheden betreft, is het ongeval in Güz Altmark geen uitzonderlijk incident. Maar we doen meer dan verkeersongevallen onderzoeken. Wij zijn eigenlijk grote puzzelaars op het gebied van incidenten. Een derde van het werk is de puzzelstukjes verzamelen, dat levert altijd vragen op. Het overige deel beslaat het uitwerken; het beantwoorden van die vragen en het formuleren van onze conclusie.

Bij verkeersongevallen bestaan de puzzelstukjes onder meer uit bandensporen, camerabeelden, boordcomputers en airbagmodules. Geeft die data geen uitsluitsel, dan doen we een reconstructie. Als het even kan met hetzelfde voertuig onder exact dezelfde omstandigheden.

Visualisatie is een standaard onderdeel van ons werk. Daarbij gaat het om het snel, controleerbaar en reproduceerbaar vastleggen van het plaats delict (de term delict wordt gebruikt omdat vooraf niet bekend is wat de uitkomst is, red.). Bij die visualisatie maken we onder andere een gedetailleerde 3D-scan van de omgeving. Daarmee kunnen we op een later moment van alles nameten.”

De drone is een waardevolle toevoeging voor FO Verkeer & Visualisatie.

Wat zijn de uitdagingen voor jullie team? 

“We zijn binnen de Marechaussee best een vreemde eend in de bijt. Jarenlang vielen we onder allerlei verschillende noemers. Sinds de reorganisatie van afgelopen jaar zijn we getransformeerd van het Verkeersongeval Analyseteam (VOA) naar FO Verkeer & Visualisatie. Om een te worden met de andere onderdelen van de forensische opsporing, moeten we veel ontwikkelen en samenwerken. De mogelijkheden zijn grenzeloos veelzijdig en dat maakt het tegelijkertijd uitdagend.

Het juiste personeel vinden is soms een uitdaging. Het betreft een specialistische functie waarvoor je nog een opleiding dient te volgen aan de politieacademie. We hebben nog arbeidsplaatsen beschikbaar en zijn altijd op zoek naar versterking."

Adjudant Allard werkt veel vanuit de dienstbus.

Terug naar Güz Altmark. Hoe verliepen jullie werkzaamheden daar?

“In de bus naar Duitsland was al wel duidelijk dat dit een impactvol incident zou zijn. Het zou gaan om een jonge soldaat die zou zijn overleden door een aanrijding met een militair voertuig. Aanvankelijk wist niemand wat er was gebeurd. Er waren meer dan honderd voertuigen bij de oefening betrokken, dus het kon zijn dat we naar een spelt in een hooiberg moesten zoeken. 

Arno en ik waren als eerste te plaatse. Bij aankomst hebben we meteen met de drone overzichtsfoto’s gemaakt. Vervolgens moesten we onderzoeken wie er wanneer op de plek van het ongeval was geweest en er wat mee te maken kon hebben. Inmiddels was het team acht man sterk. Verschillende specialismes van forensische opsporing waren aanwezig, waaronder tactisch rechercheurs, een digitaal specialist en een forensisch arts.

We spraken met betrokkenen en hebben voertuigdata uitgelezen. Die voertuigen waren voorzien van een MCTC-systeem (Mobile Combat Training Centre, red.) met gps. Hiermee konden we alle voertuigbewegingen van die nacht goed terughalen. Enkele dagen later hebben we de reconstructie gedaan om de situatie beter te begrijpen. We zijn vele uren bezig geweest met dat onderzoek. Doorgaans hebben we vrij snel helder wat er gebeurd is, maar dan moeten we het nog met bewijzen op papier kunnen zetten. Dat is best ingewikkeld en duurt lang. Uiteindelijk zijn we zeven maanden met deze casus bezig geweest, vanaf het eerst belletje tot aan het proces verbaal.”

 

Achter het bureau worden de puzzelstukjes bij elkaar gelegd en zo concreet mogelijk als bewijslast ingediend.

Wat doet zo’n casus met je?

“Het vormt je. Het is algemeen bekend dat het zien van zulke schokkende beelden effect op je hebben. We kennen allemaal wel dat bekende emmertje; je moet zorgen dat dat emmertje niet te vol raakt, al weet je van tevoren niet wat de druppel kan zijn. Het werk heeft zeker impact. Impact op thuis, impact op het werk en impact op mij als vader. Als je op missie naar Oekraïne bent geweest en je komt terug op  Sinterklaasavond, dan is dat schakelen. Of als je net een dodelijk ongeval van een fietser hebt onderzocht en je eigen puberzoon zijn fietslicht niet wil aandoen, dan reageer je anders dan een andere vader.

Ik zoek onbewust altijd naar overeenkomsten. Misschien is het slachtoffer wel net zo oud als ik, mijn kinderen of een van mijn ouders. Hoe meer overeenkomsten, hoe zwaarder het kan zijn. Het is wel zo dat ik er na jaren ervaring beter mee om kan gaan.” 

Hoe doe je dat?

“Ik denk dat je goed met je collega’s overweg moet kunnen om het werk te bespreken, zodat je het niet mee naar huis neemt. Ik kan en wil thuis niet alles vertellen wat ik meemaak. Gelukkig heb ik een hecht team met fijne collega’s en gaan we het gesprek niet uit de weg.

Een stabiel thuisfront is ook belangrijk. Als ik op pad ben voor werk, draait het huishouden gewoon door. We hebben vier kinderen, een hond en mijn vrouw werkt fulltime. Ik geef weleens een seintje als ik een zware dag heb gehad. Daar kunnen ze thuis dan rekening mee houden. Mijn grootste uitdaging is dat ik los van mijn werk de beste vader, de leukste man en de gezelligste voetballer blijf. Ik ben niet 24/7 de forensisch onderzoeker.”

 

“Je moet zorgen dat je emmertje niet te vol raakt,  al weet je van tevoren niet wat de druppel kan zijn.” 

OPROEP!

Ben of ken jij een collega die iets bijzonders heeft meegemaakt tijdens de dienst? Een moment waarbij ‘het erop aankwam’? 

Laat het ons weten via kmarmagazine@mindef.nl.

KMarMagazine

Editie 02 | 2026