Sla over en ga naar de inhoud
Op de voorgrond een radar, op de achtergrond militairen die met een touw afdalen uit een helikopter.

Partners in paraatheid 

KAP Jaap Wolting 

SGT Jasper Verolme 

Defensie en Nederlandse industrie bouwen samen aan operationele slagkracht 

De landmacht is volop in ontwikkeling. Voor een geloofwaardige afschrikking zijn extra wapens, munitie en materieel nodig. En om lang strijd te kunnen leveren, zijn voortdurende aanvulling en herstel essentieel. Nederlandse bedrijven maken dat mede mogelijk. Elke maand zetten we er één in de spotlights. Deze keer het Haagse Robin Radar, onder meer bekend van het leveren van radars aan Oekraïne. We spraken met CEO Siete Hamminga. 
 

Wat leveren jullie precies en waar komen landmachters jullie producten tegen? 

“3D-dronedetectieradars, ontworpen voor het detecteren van kleine doelen, met name drones. Kleintjes op een paar kilometer afstand, Shaheds iets verder weg. Onze systemen kijken 360 graden in de rondte en geven doelen– en hoogte-informatie. 

Er staan er al veel in Oekraïne en ook Nederland kocht vorig jaar 100 radars voor de bescherming van kritieke infrastructuur. Met het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando hebben we sowieso al jaren contact, want tijdens de Nucleair Security Summit in Den Haag, in 2014, bleek hoe moeilijk het was om drones te detecteren. Dat leidde tot Elvira, de allereerste purpose-built droneradar ter wereld en voorloper van de huidige IRIS-radars.” 

Een medewerker van Robin Radar werkt aan het binnenwerk van een IRIS-radar. 

Wat is er zo uniek aan deze samenwerking? 

“Dat het de vorm krijgt van een partnership. Ik heb het de afgelopen 15 jaar zien ontwikkelen. Toen wij kort na de oprichting van ons bedrijf vogelradars aan de luchtmacht wilden verkopen, duurde dat 3,5 jaar. Toen wij in 2023 de grootste deal ooit maakten, kostte dat minder dan 2 maanden. De manier waarop het gesprek plaatsvindt tussen industrie en Defensie is anno 2026 veel opener en volgens mij kunnen we daardoor sneller doorpakken.” 

Robin Radar maakt onder meer 3D-dronedetectieradars, ontworpen voor het detecteren van kleine doelen. 

Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie diensten aansluiten op de behoeften van landmachters? 

“Door in dialoog te gaan en mét Defensie te innoveren in plaats van vóór. In het verleden bouwde de industrie iets in de hoop dat daarna er iemand brood in zou zien. Nu betrekken we de krijgsmacht veel eerder bij nieuwe plannen. Als je aan een landmachter vraagt op welke afstand hij een drone wil detecteren, dan zegt hij '30 kilometer', bij wijze van spreken. Maar zoom je samen in, blijkt dat andere specs ook toereikend zijn en de kosten veel lager uitvallen. Door eerder om tafel te gaan, maken we nu een veel betere afweging tussen capabilities en kosten. Op de tweede plaats is het mooi dat Defensie ons stimuleert samen te werken met andere partijen zoals fabrikanten van voertuigen of drone-interceptors. Want je wilt natuurlijk van meerdere deeloplossingen 1 capability maken.” 

Een medewerker van Robin Radar gaat volledig op in zijn werkproces. 

Hoe ervaren jullie het contact met defensiemedewerkers? 

“We zijn daar heel positief over. Persoonlijk heb ik een goede klik met Defensiepersoneel, omdat ze altijd acteren vanuit innerlijke drive en urgentie. Natuurlijk is het wel zo dat wij als bedrijf minder gebonden zijn aan processen en we soms vinden dat zaken wel wat sneller mogen. Kan ook, hè. Die deal voor die 100 radars, voor Nederland zelf, sloten we binnen 2 weken. Binnen 24 uur na goedkeuring van de Tweede Kamer leverden we de eerste 30 systemen al. 2 weken later hadden we de eerste 50 militairen getraind.”  

Voordat de radars het pand verlaten, testen specialisten de hardware en de software uitvoerig. 

Waar zien jullie nog mogelijkheden voor groei… en wat is daarvoor nodig? 

“Onze strategische visie heet ‘A New Breed of Radar Company, Adaptive to Change’. Schalen we op tegen een tijdelijke piek, is dit het nieuwe normaal of nog maar het puntje van de ijsberg? Wij accepteren dat verandering de constante factor is en bouwen ons bedrijf rond een kleine, sterke kern van circa 300 medewerkers. Waar je die adaptiviteit mooi ziet, is in de samenwerking met Oekraïners die ons feedback geven, die we snel omzetten in verbeteringen. Zo wilde Oekraïne onze radars graag rijdend inzetten. Erg lastig natuurlijk, met een beweeglijke horizon. Maar we hebben het wel gefikst. Tevens hopen wij dat die partnership-gedachte die ik eerder noemde verdere uitwerking krijgt. Er is natuurlijk toch een soort cultuuromslag gaande binnen Defensie, om meer open met de industrie samen te werken. Als ik generaal was, zou ik over 2 jaar liever uitleggen dat sommige processen te kort door de bocht zijn gegaan, dan dat militairen niet de juiste spullen hebben omdat we niet zeker wisten hoe het moest.” 

Landmacht

Editie 03 | 2026