KAP Jaap Wolting
Foto SM Jan Dijkstra, KAP Joris van Duin, KPL-1 Brian Vonk, Rob ter Bekke, Hans Roggen, archief Mediacentrum Defensie e.a.
Nieuw drijvend materieel overbrugt rivieren
Troepen die in vijandelijk gebied een water moeten oversteken als een brug ontbreekt of kapot is geschoten. De landmacht is nu in staat een oever-tot-oeververbinding tot stand te brengen van maximaal 225 meter. 105 Brugcompagnie Waterbouw ontving namelijk op 1 april nieuwe brugslagcapaciteit.
Om ermee te leren werken was het eerste systeem (van het Duitse General Dynamics European Land Systems – Bridge Systems) al sinds eind 2024 in handen van de genisten. ‘105’ beschikt inmiddels over de volledig nieuwe brugslagcapaciteit. Het gaat om een modulair systeem om snel tijdelijke overgangen over waterpartijen te realiseren. De brugslagcapaciteit bestaat onder meer uit midden- en eindpontons en duwboten. Met deze vaartuigen verplaatst de genie brugdelen of houdt ze in positie. Ook is er een speciaal systeem waarmee ‘105’ brugdelen lanceert of uit het water haalt.
Landmacht zet vol in op dronespecialisten
De landmacht breidt haar gevechtseenheden zo snel mogelijk uit met dronefuncties. In een eerste fase gaat het om honderden plekken. Vechten mét en tégen drones is een vereiste in het huidige gevechtsveld. Dat laat ook de oorlog in Oekraïne zien. Een heuse ‘dronedag’ op de kazerne in Oirschot markeerde begin april deze belangrijke stap.
Binnen de NAVO maken militairen al decennia gebruik van dronetechnologie. Toch is die nergens zó in het gevecht verweven als op het slagveld in Oekraïne. Onbemenste systemen kregen hier definitief een bepalende plek in het militair optreden. Drones hebben invloed op alle aspecten en dimensies van de strijd. De krijgsmacht moet volgens Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim daarom alle facetten beheersen. “We moeten ons tegen drones kunnen verdedigen, maar ze ook zelf op alle mogelijke manieren inzetten. En daarbij moeten we de razendsnelle innovatiecyclus in de vingers krijgen.”
Chemische aanval in Vredepeel
Op de thuisbasis van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) vond op 25 maart een grootschalige oefening plaats waarbij een chemische aanval werd gesimuleerd.
101 Multi Role Engineer Coy (101 MREC), onderdeel van 43 Gemechaniseerde Brigade, trainde onder realistische omstandigheden haar optreden bij een CBRN-incident. Dit is een situatie waarbij chemische, biologische, radiologische en/of nucleaire stoffen vrijkomen. De eenheid stelde een complex ontsmettingsplan op om materieel, personeel en infrastructuur veilig en snel weer operationeel te krijgen.
Tijdens de inzet werkten de militairen intensief samen met 802 Squadron en de Force Protection van het DGLC. “De oefening sluit aan bij actuele dreigingen, zoals het gebruik van drones voor chemische aanvallen. Door realistisch te trainen, vergroten de eenheden hun paraatheid en verbeteren ze procedures voor inzet in échte crisissituaties”, aldus majoor Tom Ragbourn, commandant 101 MREC.
Nederland doet mee aan Runway Run Litouwen
Nederlandse militairen zijn in Litouwen om het land te verdedigen als dat nodig is – maar vooral om af te schrikken en gerust te stellen. Dat doen ze niet alleen met trainingen en inzet, maar ook door zichtbaar te zijn. Bijvoorbeeld tijdens grote evenementen, zoals de Runway Run in Šiauliai.
Tijdens deze open dag op de luchtmachtbasis – ter ere van 22 jaar NAVO-lidmaatschap van Litouwen – kwamen duizenden bezoekers samen. Ze konden militaire vliegtuigen, helikopters en voertuigen van dichtbij bekijken. Nederlandse voertuigen zoals de CV90 en Fennek trokken veel bekijks. Het hoogtepunt was een gezamenlijke run van 3 kilometer over de start- en landingsbaan. Militairen uit meerdere NAVO-landen liepen samen met duizenden deelnemers, onder wie ook de Nederlandse ambassadeur. Door hier samen zichtbaar te zijn, laten NAVO-partners zien: we staan naast Litouwen. Klaar om te verdedigen als dat nodig is en betrokken bij de mensen die we beschermen.
Samenwerking in space
Militaire operaties vinden steeds vaker plaats in meerdere domeinen tegelijk. Wat er gebeurt in de lucht, op het land, op zee, en in het cyber- en ruimtedomein is nauw met elkaar verweven: hun onderlinge synergie bepaalt steeds meer het succes van elke inzet. Juist daarom is samenwerking met bondgenoten cruciaal.
Om meer inzicht te krijgen in de Amerikaanse space-organisatie, brachten C-LAS lt-gen Swillens, C-LRS lt-gen Steur en lt-gen Van Ingen een werkbezoek aan onder meer U.S. Space Command, 1st Army Space Brigade, 4 Infantry Division en US Space Force. Hier werd duidelijk hoe het land-, lucht- en ruimtedomein elkaar versterken. Satellietcommunicatie, navigatie en observatie ondersteunen de eenheden in het veld en verbinden de verschillende domeinen tot één geïntegreerde manier van optreden.
Grote aantallen gewonden tijdens Casualty Move
Dagelijks honderden, misschien wel duizend gewonden en zieken die verzorging nodig hebben: daarvoor moeten de NAVO en partnerlanden klaar zijn nu een groot conflict niet meer ondenkbaar is.
Casualty Move26 (CAMO26) was een computergestuurde oefening die ook ons land op zo’n scenario voorbereidt. Defensie deed daar onlangs voor de vijfde keer op rij aan mee, net als het Landelijk Crisis Centrum in Zeist. In 5 dagen denderde een scenario van enkele weken, met grote gevechten aan de oostgrens van Europa, over de circa 300 deelnemers uit 18 landen heen. De regie was in handen van het Multinational Medical Coördination Centre – Europe, gevestigd in Koblenz (Duitsland).
Kolonel-arts (landmacht) Wynand is daar de plaatsvervangend directeur voor de NAVO. “Er wordt vooral gekeken naar de samenwerking tussen de NAVO en de landen, en tussen militaire en civiele instanties”, meldt hij. “Ze moeten samenwerken met de andere landen om oplossingen te vinden. Het doel: gewonden snel, veilig en zorgvuldig verplaatsen. Van het moment van verwonding tot aan specialistische zorg en uiteindelijk een veilige terugkeer naar het thuisland. Daarnaast is de oefening gericht op het werken met logistieke voorraden en het leren van processen en communicatie met andere ministeries.”
Ruiming explosieven Deelen tijdelijk gestopt vanwege broedseizoen
Een 1.000 pond zware brisantbom, honderden granaten, duizenden patronen en meer dan 14.000 stuks kleinkalibermunitie. Dit materiaal vernietigde de Explosieven Opruimingsdienst Defensie de afgelopen 3 maanden op en rond Vliegbasis Deelen. De ruimingen zijn nu tijdelijk gestopt vanwege het broedseizoen, maar gaan daarna weer verder.
De Duitse Luftwaffe gebruikte Deelen in de Tweede Wereldoorlog. Daarom hebben de geallieerden het veld zwaar gebombardeerd. De niet gesprongen explosieven zijn dan ook voornamelijk van Engelse en Amerikaanse makelij. Defensie werkt sinds 2021 in fases aan het opschonen van het terrein. Dat is nodig omdat de militaire organisatie de activiteiten op Deelen wil uitbreiden en de infrastructuur moderniseert.
Defensie krijgt wachtkamer voor te repatriëren gewonden
De krijgsmacht krijgt de beschikking over een Casualty Staging Unit (CSU). Deze mobiele medische faciliteit biedt opvang aan gewonden en is zowel militair als civiel te gebruiken. De CSU is binnen 72 uur operationeel, waardoor Defensie op medisch gebied sneller kan opschalen. Defensie huurt de CSU van medische leverancier Hospitainer-GM Center.
Het medische systeem heeft de functie van een veredelde wachtkamer. Gewonden die niet in levensgevaar verkeren, verblijven in de CSU in afwachting van repatriëring. Zo komt er plek vrij voor zwaargewonden, wat zorgt voor een betere doorstroom van de medische keten. De CSU is een noodzakelijke tijdelijke oplossing tot een eigen systeem gereed is. Die is in ontwikkeling en rond 2030 operationeel. Met het project versterkt Defensie de militair-civiele samenwerking. In aangepaste vorm is de CSU ook te gebruiken bij rampen of crises.
1GNC beoefent defensieve oorlogsvoering vanuit Rotterdam
1 German-Netherlands Corps nam afgelopen maand deel aan de oefening Loyal Leda 2026. Het multinationale legerkorpshoofdkwartier uit Münster werkte samen met 3 andere Europese NAVO-hoofdkwartieren: het in Polen gevestigde Multinational Corps Northeast en 2 Polish Corps, en het Rapid Deployable Corps uit Spanje.
Tijdens de multidomein-oefening stond het trainen en evalueren van de legerkorpshoofdkwartieren centraal. Zij oefenden met het plannen en uitvoeren van defensieve oorlogsvoering tegen een gelijkwaardige tegenstander. Daarbij waren de hoofdkwartieren ontplooid in verschillende landen. Alleen 1GNC werkte al vanaf maar liefst 5 locaties: 3 in Rotterdam, 1 in het Duitse Sennelager en 1 in Bydgosczc, Polen.
In Rotterdam maakte 1GNC gebruik van civiele infrastructuur om verschillende concepten in de praktijk te testen, zoals ‘comms on the move’. Daarbij werd het gevecht gevolgd en aangestuurd vanuit rijdende, civiele voertuigen. Ook kwam een vernieuwd concept met trailers aan bod, waarin communicatie- en informatiesystemen al vooraf zijn voorbereid. Waar het vroeger een week duurde om het hoofdkwartier op te bouwen, kon 1GNC tijdens Loyal Leda vanaf dag 1 aan de slag.
Van 1 CMI Commando naar C&E Commando
De oprichting van het Communicatie & Engagement Commando vond op 4 maart plaats in hartje Apeldoorn. Het markeert de overgang van het oude 1 CMI Commando naar een commando dat beter aansluit op de NAVO-structuur en op het veranderende dreigingsbeeld waarin het personeel opereert.
Naast de ceremonie was er een static show en een sociale patrouille, waarin de militairen zich presenteerden aan het publiek. Op het Marktplein stonden Manticores en Scania’s en kon de bevolking in gesprek met de collega’s van de C&E-compagnie. Daarmee liet het personeel niet alleen zien over welke middelen het beschikt, maar ook hoe belangrijk contact en zichtbaarheid zijn. Het C&E Commando bestaat uit circa 120 beroepsmilitairen en 20 burgermedewerkers, en beschikt daarnaast over meer dan 500 reservisten.