KAP Jaap Wolting
Rob ter Bekke
Defensie en Nederlandse industrie bouwen samen aan operationele slagkracht
De landmacht is volop in ontwikkeling. Voor een geloofwaardige afschrikking zijn extra wapens, munitie en materieel nodig. En om lang strijd te kunnen leveren, zijn voortdurende aanvulling en herstel essentieel. Nederlandse bedrijven maken dat mede mogelijk. Elke maand zetten we er één in de spotlights. Deze keer het Veluwse SURCOM, onder meer bekend van het inbouwen van interfaces in pantservoertuigen. We spraken met managing director Michel van der Hartt.
Wat leveren jullie precies en waar komen landmachters jullie producten tegen?
“Zoals de naam SURCOM al doet vermoeden, leveren wij surveillance- en communicatieapparatuur. We zijn distributeur én maken zelf producten. Denk aan interfaces voor de inbouw in voertuigen en op schepen. Verder trainen we landmachters en zitten we in de ‘rugged IT’; de gehardende IT-middelen. RODA is een merk dat veel landmachters wel kennen. Het is een van oudsher Duits bedrijf waar militairen over de hele wereld mee werken. Ze maken stevige tablets en laptops, maar bijvoorbeeld ook de schermen in de CV90. Die spullen zijn qua elektronische uitstraling helemaal veilig. Sluit je ze aan op het stroomnet, zal er via dat net nooit informatie weglekken. Bijkomend voordeel is dat je niet op kilometers afstand gepeild kan worden op basis van de signatuur van je apparaten.
Een van onze eigen producten is de Joint Air-Ground Gateway, die het landdomein en luchtdomein koppelt. Het is niets meer dan een koffer met verschillende radio’s voor landoptreden. Voeg je daar een Link-16-radio aan toe, kun je joint optreden. Die koffer verbindt namelijk de air picture – zoals straaljagerpiloten die hebben – met het plaatje en de radiomiddelen die landmachters hebben. Zo weet bijvoorbeeld een Joint Terminal Attack Controller of Forward Observer welke vliegtuigen er in de buurt zijn… en of die friendly zijn of niet.”
SURCOM levert surveillance- en communicatieapparatuur, waaronder Forward Looking Infra-Red camera’s.
Wat is er zo uniek aan deze samenwerking?
“We zijn een familiebedrijf, en dan ook nog eens vrij klein. Buitenlandse investeerders? Hebben we niet. We hoeven niet bij banken aan te kloppen en hebben überhaupt geen vreemd geld. Daarom kunnen wij heel gericht doen waar wij in geloven, voor de Nederlandse krijgsmacht, voor de BV Nederland. Ten tweede is 80 procent van ons personeel oud-militair. Ik durf wel te stellen dat dat een ander type mindset creëert dan een – met alle respect – standaard verkoper.
Het juiste doen voor de eindgebruikers staat bij ons boven commerciële belangen. Maakt een concurrent iets beters dan wij, dan zeggen wij dat ook gewoon. Daarnaast vinden wij dat je naast het leveren van producten ook training moet geven. We gaan het veld in, zelfs als dat in missiegebied is. Zo hebben onze mensen FLIR-camera’s (Forward Looking Infra-Red, red.) geïnstalleerd in Afghanistan.”
Een medewerker van SURCOM voert een meting uit aan een apparaat dat snel naar de klant moet.
Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie diensten aansluiten op de behoeften van landmachters?
“Het zegt denk ik genoeg dat wij met Defensie meegaan in onderhandelingen, als adviseur, wanneer zij met grote buitenlandse partijen zitten. Wij zijn een soort externe consultant, ook op technisch vlak. Op basis van onze eigen ervaringen bij de krijgsmacht hebben wij een heel goed beeld van hoe een militair zijn spullen gebruikt.
Maar wat nog belangrijker is: wij gaan naar oefeningen, het veld in, een week lang mee in een tent, zelfs mee op missie. Omdat we bijna allemaal veteraan zijn, zijn soldaten open en eerlijk tegen ons. Wij komen niet jasje-dasje, maar op oude kisten en werkkleding… en draaien mee. Daardoor krijgen we eerlijke feedback en die verwerken we weer in het vervolg van het project.”
Michel van der Hartt: “Wij zijn een soort externe consultant, ook op technisch vlak. Op basis van onze eigen ervaringen bij de krijgsmacht hebben wij een heel goed beeld van hoe een militair zijn spullen gebruikt.”
Hoe ervaren jullie het contact met defensiemedewerkers?
“Doordat onze mensen gezamenlijk meer dan 100 jaar in actieve dienst hebben doorgebracht, denken, praten en doen we zoals de meeste defensiemedewerkers. We verspillen geen tijd en doen wat we beloven. Wanneer militairen zien dat wij weten waar we over praten, en dat we daadwerkelijk de soldaat op het gevechtsveld bovenaan zetten, krijgen we veel vertrouwen en ontstaat een open dialoog.”
Voordat een FLIR-camera het pand verlaat, test personeel eerst uitvoerig of alles naar behoren functioneert.
Waar zien jullie mogelijkheden voor groei en wat is daarvoor nodig?
“In de ondersteuning van de voorbereiding van projecten, tot en met innovatie, onderzoek, installatie en integratie van hoog‑specialistische producten die misschien wel uit Amerika komen. Want ik zal je eerlijk zeggen: ik denk niet dat we al deze producten hier snel in Nederland kunnen maken. Daarvoor lopen we al te veel jaren achter en zijn we te duur. Maar als wij nu wél zorgen dat wij de inbouw doen voor de specifieke Nederlandse wensen, dan zorgen we dat we kennis hebben van al die producten die in de wereld beschikbaar zijn. Onze groei zit dus in het investeren in de juiste mensen en de tools die ze nodig hebben.
Op de tweede plaats moet Defensie de Nederlandse industrie nog veel meer zien als partner en vriend. En niet als broodroof van, laten we zeggen, bureautjes die her en der nog bestaan. Het ‘not‑invented‑here‑syndroom’ is helaas nog sterk aanwezig, voornamelijk bij de landmacht.”