KAP Jaap Wolting
SM Barend Westerveld, archief Mediacentrum Defensie e.a.
Eerste waterstoftrucks voor Defensie
De krijgsmacht heeft in mei 3 nieuwe vrachtwagens met een verbrandingsmotor die op waterstof loopt, in gebruik genomen. Deze voertuigen zijn een eerste stap om ook het zware transport binnen Defensie duurzamer te maken.
Bijzonder aan de vrachtwagens is dat deze een verbrandingsmotor (internal combustion engine) hebben die op waterstof loopt. Deze motor is een aangepaste benzine- of dieselmotor. De waterstoftrucks hoeven daardoor geen zwaar accupakket te gebruiken om volgens de wetgeving emissievrij te zijn. Daarbij is de aandrijftechniek gelijk aan de aandrijflijn van een benzine- of dieselmotor.
De voertuigen hebben tanks waarin 56 kilo waterstof kan. Hiermee kan het voertuig grofweg 600 kilometer rijden, rekening houdend met een totaal combinatiegewicht van trekker en oplegger van maar liefst 40.000 kilo. 210 Regionale Vervoerscompagnie gaat ermee rijden. Het personeel gebruikt de nieuwe vrachtwagens voor zowel de lijndienst als het transport van materieel en brandstof. De voertuigbemanningen hebben brandstofpassen waarmee ze bij alle waterstoftankstations in Nederland kunnen tanken.
1GNC schuift op richting oostflank
Het Duits-Nederlandse Legerkorps 1GNC (1 German-Netherlands Corps) krijgt medio dit jaar de rol van tactisch hoofdkwartier voor de NAVO. Daarmee neemt het een aansturende rol op zich aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied, specifiek in de regio Estland en Letland. De inzet van een extra tactisch hoofdkwartier in de regio versterkt de samenhang binnen de NAVO en draagt bij aan de afschrikking van Rusland.
De inzet van 1GNC draagt bij aan een sterkere Europese rol binnen de NAVO, in lijn met de afspraken die zijn gemaakt tijdens de NAVO-top van 2025 in Den Haag. De NAVO zal de nieuwe rol van 1GNC deze zomer formaliseren. Daarna krijgt het de command & control over NAVO- en nationale landstrijdkrachten die in Estland en Letland zijn gestationeerd. Daarmee krijgt 1GNC een belangrijke verantwoordelijkheid bij het aansturen van oefeningen en andere voorbereidende activiteiten, en in het uiterste geval bij de verdediging van de oostflank. Deze verantwoordelijkheid ligt momenteel bij Multinational Corps North East (MNC NE). Door naast MNC NE een tweede tactisch hoofdkwartier in de regio in te richten, laten Duitsland en Nederland zien dat zij bereid en in staat zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de afschrikking en verdediging van de oostflank van de NAVO.
1GNC is een multinationaal (14 bondgenoten) hoofdkwartier dat in vredestijd en bij crisis- of conflictsituaties een internationale troepenmacht van ongeveer 50.000 militairen kan aansturen. Dit betekent dat het hoofdkwartier eenheden aanstuurt bij oefeningen, afschrikkingsactiviteiten en – indien nodig – in geval van conflict. In het verleden gaf 1GNC al leiding aan meerdere crisisbeheersings- en vredesoperaties. Zo werd het hoofdkwartier in 2003, 2009 en 2013 ingezet voor de International Security Assistance Force in Afghanistan.
432 Herstelpeloton traint vaardigheden
432 Herstelpeloton ging medio mei een week te velde om de vaardigheden aan te scherpen. Zowel de School Techniek & Onderhoud als een detachement van 434 Herstelpeloton ondersteunden de eenheid tijdens de oefening waarin realistische scenario’s aan bod kwamen.
Zo werkten de YBZ en PRB samen aan de berging van een rupsvoertuig dat ondersteboven in de berm was beland. In deze casus kantelde de YBZ het voertuig zodat de PRB deze kon bergen. Ook trainden de monteurs op Battle Damage Repair: het snel herstellen van beschadigde voertuigen met minimale middelen onder operationele omstandigheden. Met creativiteit en vakmanschap maakten ze zwaar beschadigde sloopauto’s weer rijdend. Daarnaast oefenden de militairen in het verzamelgebied, waar ze onder meer te maken kregen met loyalisten van de tegenstander die het kamp naderden. ‘432’ bleef rustig en professioneel, waaroor de ‘vijand’ geen kans kreeg om de oefening verder te verstoren.
Pick-ups voor Oekraïne
Het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL) heeft eind mei ondersteund met het beladen van een trein met 60 Toyota Hilux pick-ups. De voertuigen zijn bestemd voor Oekraïne. Daar zet het Unmanned Systems Force Command de voertuigen in. Deze Oekraïense drone-eenheid is van groot belang voor de strijd tegen de Rusland.
30 personeelsleden van het OOCL reden in het Twentse Vriezenveen de Toyota’s 1 voor 1 op de trein. De voertuigen worden voor diverse taken ingezet, zoals het vervoer van materieel en personen van de eenheden, maar ze kunnen ook worden voorzien van systemen voor radardetectie of het uitschakelen van drones. Het Unmanned Systems Force Command beslist uiteraard zelf op welke manier het de pick-ups inzet.
De oorlog in Oekraïne laat zien dat drones een doorslaggevende rol spelen in het moderne gevecht. Eenheden zetten ze in voor verkenning, doelopsporing, logistiek en aanval. Tegelijk vormen vijandelijke drones een directe dreiging. Om effectief en veilig te opereren, moeten militairen daarom kunnen vechten mét en tégen drones. Deze Toyota’s helpen daarbij.
Europese landen kopen samen militair materieel
Defensie gaat bij de ontwikkeling en aanschaf van voertuigen, wapens, munitie en ander militair materieel vaker samen optrekken met andere Europese landen. Nederland sluit zich aan bij de alliantie OCCAR (Organisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement). Dit draagt bij aan het versterken van de Europese defensiesamenwerking én biedt de Nederlandse defensie-industrie kansen op interessante orders.
Nederland sluit zich aan bij België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk en wordt daarmee het zevende lid. Toetreding tot OCCAR, dat losstaat van de EU en de NAVO, vergt goedkeuring door het parlement. Het wetsvoorstel is vorige maand door de ministers Dilan Yeşilgöz-Zegerius (Defensie) en Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken) aan de Tweede Kamer gestuurd. Afhankelijk van goedkeuring door het parlement kan Nederland naar verwachting later dit jaar formeel toetreden tot OCCAR.
Op dit moment beheert OCCAR maar liefst 24 ontwikkelings- en investeringsprojecten. Een voorbeeld is de Boxer. Nederland, dat recent extra voertuigen bestelde, is al als samenwerkingspartner bij dit project betrokken. Ook voor het Multi-Role Tanker Transporttoestel (Multinational MRTT-Unit van de NAVO in Eindhoven, waar ook Nederland aan deelneemt) heeft OCCAR in het verleden de verwerving gedaan. Een ander in het oog springend project is het A400M-transportvliegtuig.
Meer aandacht voor mentale gezondheid
Hoe ga je het gesprek aan met een collega die met mentale problemen kampt? De drempel om hierover te praten is hoog. Om er aandacht voor te vragen liepen 10 militairen in mei een mars van 135 kilometer met bepakking. Daarmee zamelden ze geld in voor 113 Zelfmoordpreventie. De aanleiding voor de actie was de zelfdoding van hun vriend en collega Gijs van der Werf vorig jaar.
De 20-jarige Gijs was geneeskundig verzorger bij de landmacht. Volgens zijn partner Bram, ook in dienst van Defensie, had Gijs het naar zijn zin bij de militaire organisatie. Hij kwam ook altijd vrolijk over. De laatste tijd merkten zijn vrienden wel dat zijn gedrag veranderde, maar ze wisten niet goed hoe ze daarmee om moesten gaan. Ze waren bang hem op ideeën te brengen door ernaar te vragen. “Achteraf leerden we via een training van 113 dat die angst onterecht is”, vertelt Bram. “Dat hadden we dus veel eerder moeten weten. Dan hadden we misschien hulp voor Gijs kunnen zoeken.”
Langs de route plaatsten de lopers samen met gemeenten speciale 113-bankjes met een QR-code naar de hulplijn. De bedoeling is dat deze bankjes ook op alle kazernes komen. Op de Generaal Spoorkazerne in Ermelo, waar Gijs gelegerd was, is dat al het geval. Zo’n bankje kan leiden tot een gesprek, of tot het bellen van 113.
In Nederland sterven gemiddeld 5 mensen per dag door suïcide. Ook Defensie wordt jaarlijks geconfronteerd met zelfdodingen onder het eigen personeel. De organisatie werkt daarom aan een integraal suïcidepreventiebeleid. Denk aan het breder aanbieden van lessen over het herkennen van mentale klachten en hoe je het gesprek daarover voert.
Daarnaast steken veel mensen binnen de organisatie een professionele hand uit naar wie daar behoefte aan heeft. Denk aan de Diensten Geestelijke Verzorging en het Bedrijfsmaatschappelijk Werk. Ook valt er beroep te doen op de praktijkondersteuners (POH) GGZ bij de eerstelijnsgezondheidscentra. Dat geldt eveneens voor de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg en het Veteraneninstituut.
Wie aan zelfdoding denkt kan dag en nacht bellen met 113 via 0800-0113 of chatten via https://www.113.nl/ (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) . De gratis online training is beschikbaar via https://vraagmaar.113.nl/ (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) .
Koningin Máxima ontvangt haar baret
Koningin Máxima heeft vorige week tijdens de militaire opleiding tot reservist bij de landmacht haar baret ontvangen. Daarmee zit het eerste deel van haar opleiding erop.
De koningin is als reservist geplaatst bij het Militaire Huis van de Koning en volgt van daaruit de opleiding. Na afronding van het volledige traject wordt soldaat Máxima bevorderd tot luitenant-kolonel. Omdat Koningin Máxima een algemene en brede rol binnen de Koninklijke Landmacht zal vervullen, wordt zij niet ingedeeld bij een specifiek wapen, regiment of korps. Op haar baret draagt zij daarom het embleem van de generale staf: een leeuw op een ponceaurode achtergrond.
Bijzondere onderscheiding voor levensreddend handelen
3 Nederlandse militairen zijn op 14 mei onderscheiden met de ‘Humanitaire Heldendaad’ van het Rode Kruis van de Federatie van Bosnië en Herzegovina. De luchtmobiele infanteristen redden oktober vorig jaar een vrachtwagenchauffeur na een ernstig verkeersongeluk. “We hebben gedaan wat nodig was.”
Deze onderscheiding kent de organisatie toe aan personen die uitzonderlijke moed, menselijkheid en bereidheid laten zien om anderen die in levensgevaar verkeren te helpen. Vaak gebeurt dit door behoeften van anderen boven de eigen veiligheid te stellen.
Tijdens een patrouille oktober vorig jaar zagen de militairen een vrachtwagenchauffeur uitwijken voor een automobilist. Deze haalde gevaarlijk in en reed daarna door. Bij de uitwijkmanoeuvre kantelde de vrachtwagen. De infanteristen troffen de chauffeur bewusteloos en bloedend aan in de cabine. De rode baretten klommen via het dak het voertuig in, omdat de deur van de vrachtwagen vastzat. Ze trapten de voorruit eruit en wisten de gewonde te bevrijden. Daarbij ondersteunden ze zijn hoofd, om verdere verwondingen te voorkomen. Volgens militair medisch protocol openden ze bovendien zijn luchtweg en legden de chauffeur in de stabiele zijligging. Een ambulance bracht de man naar het ziekenhuis.
De militairen van 11 Luchtmobiele Brigade waren in Bosnië en Herzegovina op uitzending. Zij maakten daar deel uit van de Europese troepenmacht Eufor Althea. Zij zijn inmiddels terug in Nederland. Hun taak is overgenomen door een andere compagnie. Die maakt nu onderdeel uit van een multinationaal bataljon van in totaal zo’n 1.000 militairen. Doel van de missie is veiligheid en stabiliteit op de Westelijke Balkan te bevorderen.