Defensie moet zich sneller aanpassen om oorlog te voorkomen
“Voeg digitale kennis en onbemenst werken toe aan je dagelijks werk”. Met die woorden richtte Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim zich vandaag in een dagorder tot het defensiepersoneel. Daarnaast spoort hij iedereen aan om van de lessen uit Oekraïne en het Midden-Oosten te leren. Hij vraagt de medewerkers om met slimme ideeën te komen om de zogeheten sensor-to-shooter-cyclus te verkorten. Dat is de tijd tussen het onderkennen van een doelwit en het uitschakelen ervan.
Volgens Eichelsheim veranderen de machtsverhoudingen in de wereld snel en ingrijpend. Rusland bereidt zich voor op een mogelijke confrontatie met de NAVO en in het Midden-Oosten spelen diverse conflicten. Ook Nederland heeft dagelijks te maken met cyberaanvallen, spionage en nepnieuws.
De manier waarop wordt gevochten verandert ongekend snel. De krijgsmacht moet daarom in staat zijn zich sneller dan de vijand aan te passen. Eichelsheim is van mening dat Nederland zó sterk moet zijn, dat niemand oorlog met het land wil.
Drones
Een grote verandering op het slagveld is de opkomst van drones. In de oorlog in Oekraïne wordt er inmiddels 80 tot 90% van alle doelen mee uitgeschakeld. Door kunstmatige intelligentie zijn deze systemen steeds gevaarlijker en sneller. Het gevechtsveld is transparanter dan ooit: door data van drones, sensoren en satellieten is vrijwel elke beweging zichtbaar.
Defensie wil daar op inspelen. Over 5 jaar moet meer dan de helft van de operationele effecten te behalen zijn met onbemenste systemen. Ook moet de bescherming tegen vijandelijke drones verbeteren.