Samen sterker tegen natuurgeweld
Een natuurbrand stopt niet bij de grens. De bestrijding ervan evenmin. Toen België half augustus werd getroffen door bosbranden, schoot Nederland te hulp met Chinook-transporthelikopters. De inzet laat zien dat Europese landen elkaar in crisissituaties snel kunnen versterken.
Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel en Europees commissaris voor Paraatheid en Crisisbeheer Hadja Lahbib bezochten gisteren het squadron waar de Chinooks zijn ondergebracht. Daar spraken zij met de mensen achter de inzet in België en over wat Europa daarvan kan leren.
Lahbib kwam om de militairen en de brandweer te bedanken, maar ook om te zien wat er nodig is om zo’n inzet mogelijk te maken. De Nederlandse Chinooks leverden de eerste buitenlandse hulp om België bij te staan. Voor de Eurocommissaris ging het om Europese solidariteit in de praktijk. Tegelijkertijd roept zo’n inzet vragen op: hoe snel kan hulp beschikbaar zijn, hoeveel capaciteit is er en hoe kunnen landen opschalen als een crisis meerdere grenzen raakt?
Van Weel (links) en Lahbib (rechts) tussen de brandweer en militairen.
Hulp zonder grenzen
“Geen enkel land kan voldoende mensen en materieel beschikbaar houden voor elk denkbaar crisisscenario”, vertelt Van Weel. “Daarom is het belangrijk beschikbare capaciteit over grenzen heen te delen en in te zetten waar die het hardst nodig is.” Daarbij trok hij een parallel met Defensie. “Binnen de krijgsmacht weten we hoe belangrijk het is om interoperabel te zijn. Samenwerking is de enige weg vooruit.” Europese hulpdiensten moeten volgens hem dezelfde kant op: systemen en communicatiemiddelen op elkaar afstemmen en elkaars werkwijze kennen.
Ook Lahbib ziet een belangrijke rol voor civiel-militaire samenwerking. Bij grote crises is alle beschikbare capaciteit nodig. Door kennis, mensen en middelen Europees beter te bundelen, kunnen landen volgens haar sneller reageren. Ook zijn ze dan beter voorbereid wanneer een crisis meerdere landen raakt.
De inzet in België laat zien dat de basis daarvoor er al is. Militairen, civiele hulpdiensten en Europese partners weten elkaar over grenzen heen te vinden. Van Weel: “Daarvoor is meer nodig dan alleen extra capaciteit. Door samen te oefenen, werkwijzen op elkaar af te stemmen en elkaar beter te leren kennen, groeit ook het onderlinge vertrouwen. Dat vertrouwen vormt de basis voor effectieve samenwerking.”