LTZ 2OC (SD) Joost Margés
Mediacentrum Defensie
C-ZSK VADM Harold Liebregs vooral vastberaden
Commandant Zeestrijdkrachten (C-ZSK) vice-admiraal Harold Liebregs staat inmiddels een aantal maanden aan het roer. Als voormalig plaatsvervangend C-ZSK was hij al bekend met het reilen en zeilen binnen de top van de Koninklijke Marine. Bij zijn aantreden had de vlootvoogd een aantal doelstellingen voor ogen om het varende krijgsbedrijf door te ontwikkelen in een spannende tijd. Hoe hangt de vlag er inmiddels bij?
“Meer dan ooit moeten we gereed zijn om snel, langdurig en effectief op te treden voor veiligheid op en vanuit zee. In de afgelopen decennia hebben we voor onze veiligheid te veel op de Verenigde Staten geleund. We moeten vandaag klaar zijn om geloofwaardig af te schrikken. Maar ook om op te treden als de afschrikking faalt”, steekt Liebregs van wal.
“Met wie vecht ik dat gevecht (...), in NAVO-verband, met collega’s van landmacht en luchtmacht.”
Meer gevechtskracht
“Een belangrijke doelstelling daarbij is meer gevechtskracht beschikbaar maken. Een complexe materie, maar soms kun je zaken toch makkelijk realiseren. Als je bijvoorbeeld gaat naar 2 bemanningen per varende eenheid, dan haal je 2 keer zoveel rendement uit hetzelfde platform. Neem de nieuwe onderzeeboten; die kunnen straks 200 tot 300 dagen per jaar varen. Dat wil ik een bemanning niet aandoen. Of kijk naar een fregat dat terug is na een lange en tussentijds aangepaste vaarperiode. Dan ‘ligt de bemanning er ook echt even af’. Als je dat schip aansluitend wil inzetten als schip van de wacht, dan is dat een taak voor de nieuwe bemanning. Met 2 bemanningen per eenheid zijn schepen en boten beter inzetbaar en wisselen bemanningen inzet af met verlofperiodes, opleidingen en trainingen op de wal. Dit vraagt dus om meer collega's dan we nu hebben, dat realiseer ik mij. Maar naar zo’n situatie toewerken heeft voor mij wel topprioriteit, want het geeft lucht aan de bemanningen en verhoogt onze inzetbaarheid."
Onderhoud uitbesteden
Een volcontinu-rooster zullen de varende eenheden niet krijgen, want er moet tijd zijn voor onderhoud, modificaties en reparaties bij de Directie Materiële Instandhouding (DMI). Toch wil de admiraal ook in dat opzicht stappen maken en tijdswinst boeken. Sommige schepen liggen heel lang in onderhoud en dat drukt volgens hem op de beperkte werfcapaciteit. Vandaar ook dat Liebregs zeer te spreken is over het uitbesteden van onderhoud, zoals van het OceanGoing Patrol Vessel Zr.Ms. Holland aan Royal IHC in Krimpen aan de IJssel. “Voorheen was dat een nieuwbouwwerf, maar die is aangepast. Je kunt er nu ook reparaties verrichten. Ook het torpedowerkschip Mercuur is nog niet zo lang geleden door Royal IHC onder handen genomen, maar dan in Den Helder.”
“Als je realistisch wilt trainen, moet je precies weten wat je taak is en wie je tegenstander.”
Oorlogsplannen gereed
Onderhoud elders laten uitvoeren en eenheden dus sneller terugsturen naar zee; belangrijk bij het streven naar meer gevechtskracht. Het is in lijn met Liebregs’ doelstelling rond realistisch trainen en gereed zijn voor multidomein-operaties. “Als je realistisch wilt trainen, moet je precies weten wat je taak is en wie je tegenstander”, haakt de admiraal hierop in. “Wat doen wij in tijd van oorlog? Oorlogsplannen moeten gewoon gereed zijn en een groot deel daarvan is dan ook al uitgerold. Zoals de introductie van Force Design bij het Korps Mariniers. We hebben hiermee de manier van opereren aangepast aan de nieuwe werkelijkheid en we oefenen dit nu realistisch tijdens de grote amfibische oefening Cold Response in Noord-Noorwegen. Intussen kijken we naar wat de tegenstander doet. Met wie vecht ik dat gevecht? En natuurlijk niet alleen. Je doet het in NAVO-verband, met collega’s van de landmacht en luchtmacht. Daarvoor oefenen en lopen we alle scenario’s door. Net zolang tot we zeker weten dat we het gevecht winnen.”
Voor de nieuwe eenheden moet plek zijn in de Helderse marinehaven.
Mensen, mindset en materieel
Dat gevecht aangaan en de vijand verslaan vraagt om de juiste mensen, mindset en materieel. Wat dat laatste betreft, is er eind deze maand weer een mijlpaal te noteren. Dan vaart het eerste nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig Den Helder binnen. “Verder hoop ik dat we snel verder kunnen met de aanschaf van Multifunctional Support Ships (MSS) en de bouw van Anti-Submarine Warfare Frigates (ASWF). Daarnaast moeten we snel de nieuwe hulpvaartuigen in de markt zetten, net als de toekomstige Amfibische Transportschepen en de opvolgers van de huidige Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF). Dit alles uiteraard nog los van de Orka-klasse onderzeeboten die we laten bouwen.”
Het in bezit krijgen van die schepen en onderzeeboten is uiteraard een hele klus, net als het vinden en opleiden van bemanningsleden en het organiseren van de instandhouding. Maar dan moet er ook nog plek zijn om af te meren in de Helderse marinehaven. Het terrein van de Berghaven wordt inmiddels bouwrijp gemaakt en het verplaatsen van de Moormanbrug staat op het menu, eveneens om meer effectieve kaderruimte te krijgen. Verder moet het verplaatsen van ‘niet-watergebonden activiteiten’ naar locaties buiten de poort lucht geven aan de waterkant.
Hoewel onbemande systemen een grote rol spelen in de marineplannen, streeft C-ZSK ook naar veel meer mensen.
Niet alleen militairen
Wanneer de mix van nieuwe platformen binnen is, kan de nieuwe doctrine pas goed zijn beslag krijgen. Welk tactisch plaatje Liebregs in gedachten heeft? “Ik zie het ongeveer zo voor me: een derde grote schepen en een derde kleinere schepen, zoals het MSS, voorzien van onbemande varende en vliegende systemen. En dan nog een derde onbemande systemen, zoals drones, voor op en onder water en door de lucht. Stel, je wil je gevechtskracht versterken, dan stuur je een MSS – voorzien van luchtverdedigingsraketten – mee met een LCF of straks een ASWF. Dit vergroot onmiddellijk de vuurkracht van het geheel. Maar ook binnen het Korps Mariniers doen onbemande systemen hun intrede. Binnen de nieuwe manier van opereren - met vooral kleinere, heimelijk optredende eenheden - zijn die noodzakelijk voor de slagkracht."
Hoewel onbemande systemen een grote rol spelen in de marineplannen, streeft de vlootvoogd er toch naar om er veel mensen bij te krijgen, tot een totaal van 20.000. Nodig voor de oorlogsorganisatie, zo bepleit hij. “Die oorlogsorganisatie bestaat overigens niet alleen uit militairen. Bij DMI werken bijvoorbeeld 2.500 burgers die heel goed werk verrichten en van wie we afhankelijk zijn om schepen te repareren als ze kapot gaan.”
“Als er illegale zaken gebeuren, moet je tot juridische vervolging overgaan, anders ondergraaf je je geloofwaardigheid.”
Kennis en inlichtingen delen
Maar ook andere organisaties moeten volgens Liebregs bijdragen. “Kijk bijvoorbeeld naar de Noordzee. Daar varen schepen van de schaduwvloot waarmee Rusland de oorlogsindustrie financiert en onderzoeksschepen die onderzeese kabel en pijpleidingen in kaart brengen of saboteren. Als er illegale zaken gebeuren, moet je tot juridische vervolging overgaan, anders ondergraaf je je geloofwaardigheid. Daarvoor heb je wetgeving en dus het ministerie van Justitie en Veiligheid nodig. We hebben tijdens operatie Orange Shield, de Haagse NAVO-top, gemerkt hoeveel je samen kunt bereiken, wanneer je alle kennis en inlichtingen deelt, als Defensie, Kustwacht, Openbaar Ministerie en Politie. Dan kunnen we samen oordelen: dat schip gedraagt zich inderdaad verdacht, laten we dat in de haven eens goed doorzoeken. Zo’n operatie kunnen wij als marine niet alleen; dat moeten we gemeenschappelijk oppakken.”
“Het effect van onze aanwezigheid op de gemoedsrust van de eilandbewoners is zeer groot.”
Effect op gemoedsrust
Over de schaduwvloot gesproken... Plots waren alle ogen gericht op Venezuela. “Ondenkbare toestanden eigenlijk, maar goed, het is wat het is. Het onderstreept een belangrijke vraag die ik weleens stel: ‘Waarom zijn wij er eigenlijk?’ Als je kijkt naar de Grondwet: ‘Voor de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk’. Het gaat daarbij om het hele Koninkrijk. Alle ogen waren eerst op Oekraïne gericht en dan popt ineens het Caribisch gebied op. Zo blijkt maar weer dat onze focus wereldwijd moet zijn. Ik ben blij dat wij als marine die flexibiliteit op de mat kunnen leggen.”
De admiraal realiseert zich dat het marinepersoneel die flexibiliteit iedere keer maar weer moet opbrengen. “Want het is nogal wat als je vaar- en oefenprogramma keer op keer wijzigt. Maar dat is niet voor niets. Het effect van onze aanwezigheid in het Caribisch gebied op de gemoedsrust van de eilandbewoners is zeer groot. Ze zijn enorm blij met Defensie en dat ze onderdeel zijn van het Koninkrijk. Als wij daar niet waren geweest, was de geest misschien wel echt uit de fles gekomen.”
Militaire contacten prima
Wat die andere hotspot betreft, Groenland, vindt de Commandant Zeestrijdkrachten het van wezenlijk belang ‘dat wij elkaar steunen als NAVO-landen’. “Meer woorden hoef ik daar volgens mij niet aan vuil te maken.” Welke invloed de Amerikaanse stellingname heeft, zowel aangaande het Caribisch gebied als rond Groenland, op de onderlinge verhoudingen? We zitten ten slotte samen in vlootverbanden en internationale staven of werken anderszins militair samen? “Ik merk in de militaire praktijk dat onze contacten met de VS gewoon prima zijn. Dat helpt ons ook om de rust te bewaren, bijvoorbeeld rond Curaçao en Aruba. Aan de andere kant zien we op politiek niveau dat de wereld onvoorspelbaarder wordt. Dat is iets dat zorgen baart. Des te belangrijker dus dat we elkaar als militairen goed weten te vinden en samen optrekken, voor onze gemeenschappelijke belangen.”
“Mijn belangrijkste taak is zorgen dat de personele vulling op orde komt....”
“... net als onze gereedheid en dat mensen goed zijn toegerust op hun taak.”
Veel vooruitgang
Het zijn hoe dan ook spannende tijden. Je kunt je afvragen: komt dit nog goed? “Tegen onze medewerkers wil ik zeggen: de wereld is onvoorspelbaar en dat is waar we rekening mee moeten houden. Ik denk dat iedereen professioneel genoeg is om dat te weten. De wereld staat in brand en wij weten wat er van ons gevraagd wordt. Gemeenschappelijk moeten we het voor elkaar zien te krijgen. We hebben als marineleiding een stip op de horizon gezet, om te komen tot een marine die altijd gereed is. Dit vraagt nogal wat van iedereen die bij ons werkt, maar ook van onze omgeving. Mijn belangrijkste taak is zorgen dat de personele vulling op orde komt, net als onze gereedheid en dat mensen goed zijn toegerust op hun taak. Wat mij bij dit alles opvalt, is dat onze mensen echt hard werken en er ook veel voortuitgang is.”
“Ook reservisten en zij-instromers bieden uitkomst.”
Belangstelling trekt aan
En de boodschap richting mensen die nog niet bij ons werken, ten slotte? Deze tijd kan afschrikken, toch? Liebregs, gedreven: “Naast het feit dat het behoud van personeel beter is dan ooit, merk ik dat de belangstelling aantrekt. Niet voor niets gaan we van 4 lichtingen voor de Eerst Maritieme Militaire Vorming naar 5 of zelfs 6 per jaar. Het is zaak om zoveel mogelijk goede mensen aan te nemen, te begeleiden, te trainen, op te werken en door te laten stromen naar kaderfuncties. Daar hebben we ze het hardste nodig. Ook reservisten en zij-instromers bieden uitkomst. Laatst sprak ik een aantal van hen. Zij zeiden: ‘Ik wil echt iets doen voor de maatschappij’. Dat is precies waar wij het allemaal voor doen.”
Binnen kaderfuncties zijn mensen het hardste nodig.