Coen Heil
John van Helvert
Grote schepen krijgen specialistische medische teams
De wereld staat al enige tijd op zijn kop vanwege toenemende geopolitieke spanningen. Dat heeft logischerwijs effect op onze krijgsmacht, hetgeen blijkt uit de focus op hoofdtaak 1 en de forse investeringen de komende jaren. In dat licht bezien groeit eveneens het belang van een adequate medische capaciteit binnen Defensie. Juist daarom is de uitbreiding van 400 Geneeskundig Bataljon, met onder meer 480 Hospitaalcompagnie Maritiem, logisch en noodzakelijk. ‘480’ biedt binnenkort betere zorg op zee.
“Je moet niet meer wedden op één paard”, windt de kersverse commandant van 480 Hospitaalcompagnie Maritiem Rob Faber er geen doekjes om. Daarom juicht de luitenant ter zee 1 (LD) de plannen toe die straks voorzien in een gelijktijdige inzet op zee en aan land. “Met 3 onafhankelijke Role-2 Afloat-pelotons (hospitalen aan boord van schepen, red) zijn we straks flexibeler en ontstaat er meer ruimte”, vervolgt hij. “Terwijl voorheen alles op één eenheid werd ingezet en de hulp elders moest wachten. Dat kunnen we ons niet meer veroorloven.”
Groen en blauw staan tegenover elkaar tijdens de ceremonie, maar samenwerking blijft essentieel.
Verandering van denken
De groei van 400 Geneeskundig Bataljon betekent dus méér dan extra mensen. Het is een fundamentele verandering van denken: van schaarste naar spreiding en van afhankelijkheid naar robuustheid. Daarnaast kenmerkt de medische keten van de vloot zich door grote afstanden en beperkte aan- en afvoermogelijkheden. Werken op een maritiem platform vergt specifieke vaardigheden en integratie. Daarom is taakspecialisatie zeer wenselijk.
LTZ 1 (LD) Rob Faber is de eerste commandant van 480 Hospitaalcompagnie Maritiem. Hij kreeg het commando overgedragen door bataljonscommandant LKOL Vincent Commandeur.
Specialistische kennis
De landmacht richtte eind januari 480 Hospitaalcompagnie Maritiem op in Den Helder. Dit is ook de standplaats. De eenheid heeft specialistische kennis voor de verzorging van patiënten aan boord van grote marineschepen. De nieuwe eenheid behoort tot 400 Geneeskundig Bataljon van de landmacht en is gevuld met medisch geschoolde marinecollega’s en medewerkers van het Defensie Ondersteuningscommando.
De oprichtingsceremonie vond plaats aan boord van Zr.Ms. Karel Doorman. De Karel Doorman is 1 van de 4 schepen met een hospitaal aan boord waar een medisch team valt in te zetten. De andere schepen zijn Zr.Ms. Rotterdam, Den Helder en Johan de Witt.
Het logo van de kersverse eenheid 480 Hospitaalcompagnie Maritiem.
“Werving van inzetbaar personeel krijgt volop aandacht.”
Vullen pelotons stevige klus
Het vullen van de pelotons van 480 Hospitaalcompagnie Maritiem blijkt evenwel een stevige klus. “Niet vanwege het materieel, want dat is beschikbaar”, stelt de commandant. “Maar door een tekort aan inzetbare mensen. Medische specialisten zijn schaars, zeker als ze ook militair inzetbaar moeten zijn.” Daarmee doelt hij op militair-verpleegkundigen, artsen, IC-verpleegkundigen en laboranten.
Voor 3 pelotons zijn straks 75 medisch specialisten en verpleegkundigen nodig. Dat zijn vaste pelotonsleden, aangevuld met mensen vanuit het Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR) en personeel dat nu nog bij andere eenheden zit. Hoewel de staf op orde is, vergt de operationele vulling tijd, creativiteit en doorzettingsvermogen. Faber: “Daarom komen er veel PeopleSoft-aanpassingen – standaardaanpassingen. Met name de invulling voor secundaire arbeidsplekken en meer van dat soort praktische vraagstukken. Daar lopen we nu tegen tegenaan.”
Herverdeling landmacht en marine
De oprichting van 480 Hospitaalcompagnie Maritiem markeert een duidelijke herverdeling tussen landmacht en marine. Defensie kan maritieme operaties ondersteunen zonder gevolgen voor de landgeoriënteerde keten. Deze capaciteit ondersteunt de vloot actief met hoogwaardig materieel en vakkundig opgeleid personeel. Waar voorheen 420 Hospitaalcompagnie – een landmachteenheid – vaak werd ingezet voor maritieme medische taken, verschuift die rol nu naar 480. Hierdoor wordt 420 weer primair landgebonden, zoals oorspronkelijk bedoeld.
Hoewel het onderscheid dus duidelijker wordt, blijft samenwerking essentieel. Specialisaties worden gedeeld, personeel wordt tijdelijk uitgewisseld en niemand pretendeert dit alleen te kunnen. “Het wordt paars, linksom en rechtsom”, zegt Faber met gevoel voor nuance.
Tot voor kort voerde een grondgebonden hospitaalcompagnie de maritieme taak uit. Daardoor waren zij niet beschikbaar voor de eigenlijke taken. Dat is met de oprichting van 480 Hospitaalcompagnie Maritiem opgelost.
Specialisaties uitdagend
Binnen de marine bestaan loopbaanpaden voor verpleegkundigen, maar niet voor functies als laborant, bloedbankmedewerker of sterilisatiespecialist. En juist ook die zijn onmisbaar voor een volwaardige medische capaciteit. Dat vraagt volgens Faber om aangepaste loopbanen, opleidingen en vooral: tijd. “Voorlopig worden specialisten ‘geleend’ van de landmacht, vaak voor periodes van 3 jaar. Zij lopen rond in een groen pak binnen een blauwe eenheid. Dat is een tijdelijke, maar noodzakelijke oplossing.” Intussen krijgt werving volop aandacht. Onder meer via gezamenlijke events en ‘nursing dagen’. “Niemand koestert overigens de illusie dat we daarmee snel resultaat boeken; een medisch specialist opleiden kost namelijk jaren.”
420 wordt weer landgebonden, terwijl 480 zich gaat bezighouden met de voomalige maritieme medische taken van 420.
Aandacht voor afvoerketen
Behalve werving van personeel, zit de complexiteit voor de recent aangestelde commandant van 480 ook in het aanbrengen van structuur. Procedures, certificeringen en afvoerlijnen moeten opnieuw worden ingericht. “Zo staat er in week 6 een certificeringsoefening op het programma, gevolgd door andere oefeningen om de eenheid stap voor stap operationeel te maken. Daarnaast vraagt de medische afvoerketen aandacht. Elk schip heeft zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Hoe lang blijven gewonden aan boord? Wanneer is doorverwijzing naar een Role-3 nodig? Wat als die niet in de buurt is? En hoe regel je de afvoer als er geen eigen helikopters zijn? Nu is het dus vooral een kwestie van oefenen, afstemmen en vastleggen; per platform en per scenario. Er is een hoop werk te verzetten.”