KAP Max van de Pol
SGTBDAV Jasper Verolme
Johan de Witt logistiek en operationeel knooppunt tijdens Cold Response
In de besneeuwde fjorden van Noord-Noorwegen trainen duizenden militairen tijdens de oefening Cold Response. Het landschap is ruig, de temperaturen duiken ruim onder nul en de omstandigheden zijn zwaar. Toch is dit precies de plek waar NAVO-landen willen laten zien dat ze kunnen samenwerken en opereren onder extreme omstandigheden. Met als hoogste doel: het beschermen van de Noordflank.
Aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt komt die samenwerking op allerlei niveaus samen: van strategische besluitvorming en operationele coördinatie tot techniek en logistiek. Achter elke landing van mariniers schuilt een netwerk van mensen dat ervoor zorgt dat alles op het juiste moment samenkomt.
Strategisch belang
Volgens Commander Netherlands Maritime Force commandeur George Pastoor heeft Cold Response een duidelijke strategische functie. De tweejaarlijkse oefening heeft ongeveer 25.000 militairen uit 14 landen samengebracht om operaties onder arctische omstandigheden te trainen. “Die trainen hier om de plannen die we hebben te oefenen en om te leren opereren in extreme kou”, legt Pastoor uit. Temperaturen kunnen dalen tot min 20 graden Celsius en het terrein bestaat uit sneeuw, ijs en ruig, bergachtig gebied.
Commander Netherlands Maritime Force CDR George Pastoor.
Tegelijkertijd groeit het strategisch belang van het Poolgebied. Door klimaatverandering wordt het steeds toegankelijker, waardoor ook de militaire en economische belangstelling toeneemt. “Het is de Noordflank van het NAVO-territorium”, stelt Pastoor. Vanuit dit gebied kunnen Russische onderzeeboten relatief snel richting de Noordzee varen, met steden als Rotterdam, Londen en Brussel binnen bereik. “Daarom moeten we hier kunnen opereren en laten zien dat we aanwezig zijn.”
Arctic Sentry
Cold Response maakt deel uit van een bredere NAVO-aanpak in het hoge noorden. Onder de paraplu van de bredere NAVO-missie Arctic Sentry worden verschillende operaties en oefeningen in het Poolgebied gebundeld om aanwezigheid en afschrikking te versterken.
Spin in het web
Aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt vertaalt het strategische plaatje zich naar dagelijkse operaties. In de Commandocentrale wordt overzicht gehouden over wat er rond het schip gebeurt. Commandocentrale-officier (CCO) luitenant ter zee 2OC Joni koos bewust voor deze rol. “Ik vind het leuk om een spin in het web zijn. Tijdens Cold Response betekent dit vooral het coördineren van amfibische operaties in combinatie met het behartigen van de belangen van het schip. Indien er dreiging is moeten we gereed zijn om onszelf te verdedigen. Mariniers worden vanaf het schip naar land gebracht, met landingsvaartuigen of helikopters, en later weer opgehaald. Het schip fungeert daarbij als logistiek en operationeel knooppunt.”
Vanaf Zr.Ms. Johan de Witt worden de amfibische operaties gecoördineerd.
In de Commandocentrale zorgt Joni ervoor dat alle bewegingen rond het schip op elkaar worden afgestemd. “Bijvoorbeeld wanneer we het dok laten vollopen, zodat de landingsvaartuigen eruit kunnen, of wanneer er helikopters op het helidek landen”, legt de CCO uit. “Dan zorg ik er met mijn team voor dat alles goed op elkaar wordt afgestemd en dat die activiteiten elkaar niet in de weg zitten.”
Voldaan gevoel
Dat klinkt overzichtelijk, maar in de praktijk verandert een plan voortdurend. Een helikopter kan vertraging hebben, een landingsvaartuig kan later aankomen of weer een andere eenheid bevindt zich niet op de afgesproken plek. Joni: “Je plan is eigenlijk nooit de uitvoering. Maar als het uiteindelijk toch lukt om het effect van die dag te bereiken, geeft dat een voldaan gevoel.” De Commandocentrale draait overigens ook ‘s nachts door. “We lopen oorlogswacht, dus dat betekent dat er 24/7 mensen op post zitten.”
Mariniers van zee naar land
Het amfibische transportschip speelt een belangrijke rol bij de training van de 150 ingescheepte mariniers, tijdens Cold Response. Zij hebben net daarvoor hun wintertraining afgerond op land, maar oefenen nu hoe zij vanuit zee aan land gaan om operaties uit te voeren. Tijdens de eerste fase leren zij vooral hoe zij in praktisch opzicht van boord kunnen en vervolgens aan land gaan. Namelijk, met helikopters, landingsvaartuigen en amfibische voertuigen.
Mariniers tijdens hun wintertraining in Noorwegen.
Daarna volgen de daadwerkelijke aanvalsscenario’s. De mariniers worden aan land gebracht, voeren daar een opdracht uit en worden weer opgehaald. Het schip zelf geldt binnen het scenario als een zogenoemde High Value Unit en dus zwaar beveiligd door andere marineschepen. Want de belangen zijn groot. “Als wij aangevallen worden en niemand zou ons verdedigen, dan hebben niet alleen wij een probleem, maar ook de mariniers die wij dan niet meer van land kunnen halen”, legt Joni uit.
Techniek in de kou
Terwijl in de Commandocentrale de operaties worden gecoördineerd, werken de bemanningen van de landingsvaartuigen onder vaak zware omstandigheden. Sergeant TD Evert van de Littoral Manoeuvre Group is verantwoordelijk voor het technisch goed functioneren van deze boten. Zijn takenpakket bestaat onder andere uit het zorgen dat eventuele defecten snel worden opgelost. “Als er iets mankeert aan een boot, zorg ik dat er snel reserveonderdelen zijn of dat ik ter plekke kan helpen”, vertelt hij.
SGTTD Evert van de Littoral Manoeuvre Group aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt.
Dat is echter niet altijd eenvoudig in het arctische klimaat. De kou heeft invloed op zowel mens als materieel. “Systemen hebben het zwaarder. Accu’s raken sneller leeg, leidingen kunnen bevriezen en ijs kan het varen bemoeilijken”, aldus Evert. Toch leveren deze omstandigheden juist belangrijke lessen op. “Het zijn allemaal dingen waar je rekening mee moet houden. Bijvoorbeeld dat je bepaalde systemen al in Nederland prepareert, zodat ze niet kunnen bevriezen.”
Logistieke ruggengraat
Achter alle operaties en techniek schuilt een logistieke organisatie die ervoor zorgt dat alles blijft draaien. Binnen de staf van de taakgroep – waar de Johan de Witt deel van uitmaakt tijdens Cold Response – houdt korporaal LDGB Carl zich bezig met de logistieke berichtenstroom. Via rapportages van de verschillende varende eenheden wordt bijgehouden hoeveel brandstof, munitie, voedsel en andere voorraden nog beschikbaar zijn. Ook de materiële status en gereedheid van alle eenheden worden daarin meegenomen.
Tijdens Cold Response zorgt de logistieke keten ervoor dat schepen, mariniers en materieel inzetbaar blijven.
“Ik ga continu door alle berichten heen”, vertelt hij. “Dan filter ik wat voor ons relevant is en dat geef ik door aan de staf.” Op die manier houden de commandanten overzicht over de logistieke situatie van de eenheden die onder hun verantwoordelijkheid vallen. “Dan kun je relatief snel zien wat de status is van alle aanwezige eenheden”, legt Carl uit.
Motor achter de operatie
Wat de logistiek betreft, loopt er tijdens Cold Response een interessante logistieke pilot, waarbij nieuwe manieren worden getest om goederen vanuit Nederland bij de eenheden te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld per vliegtuig of koerier of via logistieke hubs in havens, afhankelijk van de situatie.
Naast transport van personeel worden de NH90-maritieme gevechtshelikopters ook ingezet voor logistieke bevoorrading tussen schepen en eenheden op land.
Volgens Carl krijgt logistiek binnen oefeningen gelukkig steeds meer aandacht. “In het verleden was logistiek soms een ondergeschoven kindje”, zegt hij. “Nu zit er ook echt een logistiek scenario binnen de oefening. Dat is belangrijk, want zonder logistiek komt een operatie simpelweg tot stilstand.”
Samen effect bereiken
Cold Response draait uiteindelijk toch vooral om internationale samenwerking. Op de Johan de Witt werken Nederlandse militairen bijvoorbeeld veel samen met collega’s uit andere NAVO-landen. Liaisonofficieren van verschillende nationaliteiten zitten aan boord en ook helikopters en schepen van bondgenoten nemen deel aan de oefening. “Je wilt allemaal hetzelfde effect bereiken, maar de mate van geoefendheid kan verschillen”, zegt Joni. “Door samen te oefenen krijg je daar over en weer meer inzicht in.”
Alle schakels moeten samenwerken om de operatie te laten slagen.
Dat is volgens de CCO ook de kracht van de oefening. “We laten zien dat we goed kunnen samenwerken met andere landen en samen een effect kunnen bereiken.” Van Commandocentrale tot landingsvaartuigen en logistieke keten: uiteindelijk moet alles samenkomen om een operatie te laten slagen. Of zoals Evert het kernachtig samenvat: “Een oefening is pas echt geslaagd wanneer alles werkt zoals het moet.”