Sla over en ga naar de inhoud
Marineschip Vlissingen op zee, daarnaast 2 sleepboten die met hun waterkanonnen spuiten. Het schip wordt voorgegaan door een kleine, klassieke mijnenveger.

‘Machtig om dit te kunnen doen’

KAP Nico Schinkelshoek

SM Hille Hillinga en archief

Binnenkomst Vlissingen markeert nieuw tijdperk mijnenbestrijding

Het eerste gloednieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig van de Koninklijke Marine ligt eindelijk in Den Helder. “Hier keken we maanden naar uit”, zegt luitenant ter zee 1 Joris Egtberts. Hij is de commandant van de ‘Vlissingen’. “Dit is het startpunt van een omslag binnen de Mijnendienst.”

In de verte doemt een grijs schip op. Het stipje dat achter de dijk vandaan komt, wordt steeds groter. De 2 sleepboten die aan weerszijden varen, heten de nieuwste aanwinst van de Koninklijke Marine een warm, nautisch welkom met hun waterkanonnen. Museumschip Hr.Ms. Mahu, een mijnenveger uit de jaren 60, gaat de Vlissingen voor. Na de tocht vanuit de werf in het Franse Concarneau is het mijnenbestrijdingsvaartuig bijna thuis.

De Vlissingen vaart voor het eerst de marinehaven van Den Helder binnen.

Aan boord in Zeebrugge

Voor aankomst in de marinehaven, maakte het mijnenbestrijdingsvaartuig nog een tussenstop in het Belgische Zeebrugge, waar het werd volgetankt, schoongemaakt en overgedragen aan het Commando Materieel en IT (COMMIT). De materieelorganisatie maakt het schip in Nederland af, voordat het later dit jaar officieel aan de Koninklijke Marine wordt overgedragen en klaar is voor operaties op zee. Zeebrugge was bovendien de plek waar een groot deel van de bemanning opstapte, om voor de allereerste keer gezamenlijk de zee te trotseren.

 

Samenwerking met zuiderburen

Na zo’n 40 jaar trouwe dienst is de huidige vloot mijnenjagers aan vervanging toe. Jaren geleden startte daarom het project ‘Vervanging Mijnenbestrijdingscapaciteit’. De Nederlandse en Belgische krijgsmachten schaffen in totaal 12 van deze vaartuigen aan.

Dat zijn er 6 voor ieder land, onder leiding van de zuiderburen. Elk jaar ontvangt zowel de Belgische als de Nederlandse marine een nieuwe vaartuig. Voor ons land staat de volgende eind dit jaar gepland, de laatste in 2030.

 

De Belgische schepen zijn vernoemd naar belangrijke Belgische steden, evenredig verdeeld over het land. De namen van de Nederlandse schepen zijn gekozen om de historische en maritieme betekenis van hun havens te benadrukken, maar ook zodat de schepen hun naamstad aan kunnen doen. Goed voor de verbinding met die stad.

Veel beter verdedigen

Het binnenvarende schip oogt groot. Met een lengte van ruim 80 en een breedte van 17 meter, zijn de mijnenbestrijdingsvaartuigen dan ook compleet anders dan hun voorgangers. Qua tonnage is het schip zelfs 5 keer groter dan de huidige Alkmaarklasse-schepen. “Dit voelt luxe. Zelf ben ik vrij lang, dus op de oude schepen kon ik op weinig plekken rechtop staan. Daar heb ik nu geen last meer van”, zegt Egtberts tevreden. 

Daarbij krijgt het mijnenbestrijdingsvaartuig, in tegenstelling tot de huidige schepen, een 3D-radar om het luchtbeeld in kaart te brengen en worden geavanceerde wapensystemen aan boord geplaatst. Bovendien is het schip voorzien van een commandocentrale en netwerken om geïntegreerd in NAVO-verband te communiceren. “Wij kunnen ons nu veel beter verdedigen dan vroeger. Met de bewapening en sensoren zijn we vergelijkbaar met een patrouilleschip. Beeldopbouw, zelfverdediging, maar ook stafcapaciteit; dat kunnen wij straks allemaal in één keer leveren”, aldus de commandant.

LTZ 1 Joris Egtberts is de allereerste commandant van het schip.

Onbemande systemen

Na de overstap van mijnenvegers naar mijnenjagers, 4 decennia terug, focust het nieuwe concept zich op werken met onbemande middelen. De belangrijkste verandering zit ‘m dan ook in de toolbox: een verzameling van onbemande systemen voor het detecteren, classificeren en identificeren van explosieven op de zeebodem. Deze werkwijze haalt de mens, waar mogelijk, ‘uit de loop’. Veiliger werken dus. Voor de commandant, die al zijn hele carrière bij de Mijnendienst werkt, was het wel even schakelen. “Ik was betrokken bij het voortraject en ken daarom al veel van de nieuwe systemen, maar het concept is helemaal anders. Dat betekent ook wat voor de mensen die ze gaan bedienen.”

Met de komst van de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen verandert ook de werkwijze.

Wat zit er in de toolbox?

Om te beginnen een geavanceerd, onbemand oppervlakteschip (USV). Dit kleine bootje wordt te water gelaten vanaf het mijnenbestrijdingsvaartuig, het ‘moederplatform’. Vanaf dit vaartuig kunnen weer andere drones ingezet worden om explosieven te detecteren (zoals de T18-sonar) en identificeren (zoals de Seascan). Vindt dit samenspel van drones vervolgens een explosief, dan komt de K-ster in beeld. Dit onderwatervoertuig (ROV) is speciaal ontworpen voor het vernietigen van onderwaterobjecten. De K-ster is uitgerust met een krachtige lading en kantelbare camera. 

Ook zitten er op afstand bestuurbare, onbemande helikopters in de toolbox, van het type Skeldar. Deze zijn onder meer geschikt voor het verzamelen van informatie. Deze Skeldar dient bovendien als communicatiemiddel tussen het moederschip en onbemande systemen op en onder water. Al deze middelen worden naar verwachting begin maart in Den Helder geleverd. De veranderde manier van mijnenbestrijding maakt van het schip een ‘drone-taxi’ en is wereldwijd uniek.

Vanaf het onbemande oppervlakteschip, de Inspector (links), kan onder meer een K-ster (rechts) ingezet worden om objecten te vernietigen. 

Dat bedienen gebeurt straks door marinepersoneel van de Mijnenbestrijding Module Groep (MMG). Deze collega’s worden, afhankelijk van de inzetbehoeftes, aan boord geplaatst en komen bovenop de basisbemanning, bestaande uit 33 personen. Deze werd een jaar geleden samengesteld en is verantwoordelijk voor het varen en het beschermen van alle high tech-systemen aan boord. In totaal is er plaats voor 63 opvarenden, inclusief bijvoorbeeld duikers. 

Luid hoorngeschal

In de haven klinkt bij aankomst het onafgebroken geluid van scheepshoorns, waarmee de binnenliggende schepen de Vlissingen verwelkomen. De Nederlandse driekleur achterop het schip wappert fier in de frisse winterwind. Toeschouwers op de kade leggen het moment vast met hun mobiele telefoons. Er komt nou eenmaal niet dagelijks een gloednieuw schip binnengevaren. 

Ondertussen nadert het schip de steiger tot op enkele tientallen meters. ‘Geeft... acht!’, klinkt het aan de wal. Een groep collega’s van de Mijnendienst brengt de militaire groet richting het binnenvarende vaartuig en haar bemanning.

Vanwege regelgeving werd het schip tijdens de tocht naar Den Helder nog gevaren door Fransen. De Koninklijke Marine gaat medio april voor het eerst zelf met de Vlissingen de zee op.

Mijnen nog springlevend

Hoewel mijnen misschien klinken als een probleem uit de Tweede Wereldoorlog, is de bestrijding ervan zeker niet achterhaald, aldus Egtberts. Los van de explosieven die nog in de Noordzee liggen, wordt de mijn volgens hem wereldwijd veelvuldig ingezet. “Het is een goedkoop wapen. 

Niet voor niets is de Zwarte Zee bij Oekraïne ermee volgegooid.” Bij een direct conflict voorziet hij ook in Nederlandse wateren een grote(re) mijnendreiging. “Onze havens zijn van essentieel belang voor de aanvoer van materiaal voor de NAVO. Een willekeurig schip kan een mijn gemakkelijk overboord gooien.”

Even later staan sergeant LDGD Lars en matroos 1 LDV Rowan weer op Hollandse bodem. Het tweetal had kippenvel op de armen staan bij de binnenkomst. “Het is trots; dat je als eerste bemanning, op het eerste nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig, terug in Den Helder komt. Echt gaaf”, zegt een breed lachende Rowan. “Het is de eerste keer dat we met bijna de hele bemanning samen op het schip waren”, vult Lars hem aan. “Sleepboten naast ons, een oude mijnenveger die ons escorteerde, adelborsten op de dijk en dan de haven invaren, waar andere schepen ‘toeteren’...”

SGTLDGD Lars en MATR1LDV Rowan maken deel uit van de basisbemanning van het nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig.

Rondjes lopen

Beiden maken deel uit van de basisbemanning. Lars als verpleegkundige, Rowan als kok en bakker. Ze hebben respectievelijk 1 en 3 jaar ervaring binnen de Mijnendienst, maar dit schip voelt compleet anders dan dat wat ze gewend waren. Vooral door de toegenomen ruimte aan boord, vertelt Rowan: “Het slaapverblijf dat nu voor 2 personen is, deelde je voorheen met z’n zessen”, geeft hij als voorbeeld.

Ook de ziekenboeg ziet er anders uit, zegt Lars. “Die is bijna 4 keer zo groot”, aldus de sergeant. “Op de oude schepen was het soms gepuzzel om alle materialen mee te krijgen. Dat gaat nu veel makkelijker.” En wat je dan doet tijdens zo’n allereerste vaartocht met z’n allen? “Heel veel rondjes lopen”, lacht Rowan.

 

Laatste tests

Nu de Vlissingen in Nederland ligt, voert COMMIT de laatste werkzaamheden aan het schip uit. “Een schip is niet zoals een auto die je koopt en waarbij alles werkt. Pas als je het echt gaat gebruiken, kom je de kinderziektes tegen”, aldus Egtberts. Er volgen daarom meerdere tests, onder meer om te kijken hoe het schip zich houdt onder verschillende weersomstandigheden. Later dit jaar volgt de ceremonie waarbij het schip gedoopt wordt en COMMIT de Vlissingen aan de marine overdraagt.

Na een periode van trainen en het schip leren kennen, staat in 2027 vervolgens de eerste operationele inzet van het vaartuig op de planning. “Nu gaan we echt met elkaar beginnen. Iedereen was hieraan toe”, zegt commandant Egtberts. Sergeant Lars beaamt dat. “We zullen ongetwijfeld tegen zaken aanlopen, maar ik vind het machtig om dit te kunnen doen.”

Een deel van de bemanning volgde voor aankomst van het schip fabrieksopleidingen. Dat gebeurde verspreid over Europa en had als doel de voor hen nieuwe (technische) systemen te leren kennen.

Rook in elektriciteitskast

Kort voor het afmeren ontstond er rookontwikkeling in een elektriciteitskast. De Marinebrandweer ging aan boord. Het onderzoek naar de oorzaak loopt nog.

 

Op bezoek in Concarneau

Het Defensiejournaal nam onlangs een kijkje bij de werf in de Franse stad Concarneau. Daar werkt de Naval Group aan de bouw van schepen zoals de Vlissingen. Benieuwd? Bekijk hieronder de beelden!

Bezoek aan de werf in Concarneau

Alle Hens

Editie 02 | 2026