André Twigt
Mediacentrum Defensie
Riptide scherpt onderzeebootbestrijding aan
In en bij de fjorden in de buurt van het Noorse Stavanger speelde zich onlangs een intens kat & muis-spel af. Tijdens de Anti-Submarine Warfare (ASW)-oefening Riptide draaide het 2 weken lang om één ding: onderzeebootbestrijding bij de Koninklijke Marine naar een hoger plan tillen.
Opsporen en ongezien blijven, stonden centraal in de strijd tussen het M-fregat Zr.Ms. Van Amstel en onderzeeboot Zr.Ms. Bruinvis. Tegelijk bood editie 2026 van Riptide een uitgelezen kans om uitgebreid systeemtests uit te voeren aan onder meer de sonars en torpedo’s. Dat gebeurt altijd in nauwe samenwerking met het Maritime Warfare Centre van de marine. Dit instituut is gespecialiseerd in het analyseren van operationele data.
Het is niet voor niets dat NAVO-eenheden, ook van de Koninklijke Marine, oefenen met onderzeebootbestrijding in noordelijke wateren. Het Hoge Noorden is namelijk een belangrijke regio bij de verdediging van het NAVO-verdragsgebied. Vijandelijke onderzeeboten vormen vanuit het Hoge Noorden een mogelijke dreiging voor het Europese vasteland en voor Amerikaanse marineschepen die richting Europa varen.
Er werden uitgebreide beproevingen gedaan met oefenversies van de Mark 46-torpedo’s, afgevuurd door de Van Amstel en een NH90-maritieme gevechtshelikopter. “Door meetgegevens als koers, vaart, diepte en nauwkeurigheid te combineren met sonarwaarnemingen, ontstaat een gedetailleerd beeld over hoe de wapensystemen zich in het echt zouden gedragen”, begint eerste officier van de Van Amstel, luitenant ter zee 1 Olaf.
De Noorse wateren zijn een vertrouwd operatiegebied voor bemanningen van de Onderzeedienst.
Één met onze omgeving
“Het mooie van Riptide is dat we, door tegen elkaar te spelen, samen beter worden”, vervolgt Olaf. Los van de analyse door het Maritime Warfare Centre leggen opvarenden van boot en schip geregeld operationele gegevens naast elkaar en reconstrueren ze op die manier wat er is gebeurd. En of tactieken werken en wanneer minder of helemaal niet.”
Volgens Olaf was de Bruinvis tijdens Riptide een capabele trainingspartner, die enkele malen ongezien uit een door de Van Amstel bewaakt fjord wist te ontsnappen. “Wij zijn één met onze omgeving en door onze omgeving goed uit te buiten, zijn wij bijna niet te vinden”, beschrijft luitenant ter zee 2 OC Yur een vaak gebruikte methode. Het Hoofd Operationele Dienst van de Bruinvis vertelt dat de strijd tussen een onderzeeboot en een schip er een met vele variabelen is. Ondanks dat een onderzeeboot onderwater een fundamenteel voordeel heeft, namelijk stilte. De dieselelektrische boten van de Walrusklasse staan bekend om hun grote geruisloosheid.
De 3 hoofdspelers van Riptide in hun natuurlijke element.
Verre van kansloos
Met zijn opsporingsapparatuur is ook de Van Amstel verre van kansloos. Door zijn lage geluidskarakteristiek is een onderzeeboot weliswaar moeilijk te detecteren. Maar met haar hoogwaardige sonar en ervaren personeel is het M-fregat, in samenwerking met de NH90-boordheli, in staat om nauwkeurig de positie van een onderzeeboot te bepalen en die vervolgens te bestrijden. Tijdens 12 engagements van soms wel 12 uur probeerden beide eenheden elkaar tijdens Riptide continu te slim af te zijn.
Bij herhaling moest de Bruinvis proberen onopgemerkt uit een fjord te komen of juist erin te varen. Aan de Van Amstel de taak om de boot te detecteren. Had een fregat in het echt rekening moeten houden met een torpedoaanval, tijdens Riptide is daarvan natuurlijk geen sprake. “Een voor de hand liggende verdedigingsmethode hiertegen zou zo snel mogelijk van de dreiging wegvaren zijn”, aldus Olaf. “Door afstand te creëren, kan een torpedo uiteindelijk zonder brandstof raken. In de Noorse fjorden is wegvaren overigens lang niet altijd mogelijk.”
Zr.Ms. Mercuur trad tijdens Riptide onder meer op als high value target. Daarnaast simuleerde het torpedowerkschip sonar- en torpedogeluiden, waardoor de dreiging voor de Bruinvis realistischer werd.
Sonarbeeld opbouwen lastiger
De keuze voor de Noorse wateren is allesbehalve toevallig. De fjorden bij Stavanger zijn heel diep en bieden door de steile rotswanden een unieke akoestische omgeving. Daarbij beïnvloeden ook temperatuurverschillen en variaties in zoutgehalte de manier waarop geluid zich door het water verplaatst. Voor onderzeeboten biedt dat kansen om ongezien weg te komen. “Met deze factoren in het spel verplaatsen geluidsgolven zich anders en wordt het voor een tegenstander lastiger om een duidelijk sonarbeeld op te bouwen, als je daar als onderzeeboot goed gebruik van maakt”, licht Yur toe.
De omstandigheden in het Hoge Noorden zijn ook een ideale trainingsomgeving voor de bovenwatervloot. Met systemen als de gesleepte Towed Array Sonar kan de Van Amstel passief luisteren naar geluiden in het water zonder de eigen positie te verraden. Het bekende ‘pingen’ van de actieve hull mounted-sonar wordt spaarzamer gebruikt, omdat het de eigen positie prijsgeeft. “Zo’n ping klinkt als een aflopende toonladder”, weet Olaf. “Het is een krachtig middel bij de opsporing, dat je alleen gebruikt als het echt nodig is.”
In de haven van Stavanger liggen de Bruinvis en Mercuur zij aan zij.
Samenwerking in de breedte
Volgens Olaf is onderzeebootbestrijding bij uitstek een teaminspanning. Tijdens Riptide werkte de Van Amstel intensief samen met de NH90-boordhelikopter, die met de dipping sonar en sonarboeien een extra dimensie toevoegde aan de opsporing. Vanuit de lucht kan zo rap een groot gebied worden afgezocht, dat bijdraagt aan de opbouw van het sonarbeeld van de Van Amstel.
Naast de heli speelde ook Zr.Ms. Mercuur een belangrijke rol. Het torpedowerkschip simuleerde in de Noorse wateren sonar- en torpedogeluiden, waardoor de dreiging voor de Bruinvis realistischer werd. Door periscopen te detecteren of zelf doelinformatie te verzamelen, droeg de Mercuur ook bij aan de opbouw van het vijandplaatje.
De NH90-boordheli is een onmisbaar uitrustingsstuk bij het opsporen van een onderzeeboot.
Leren en verbeteren
Olaf vertelt dat hij de scheepsbemanning van de Van Amstel zoveel mogelijk bij Riptide betrok, waardoor de bijdrage aan de oefening naar zijn zeggen een product van iedere opvarende werd. Zo mocht iedereen tijdens de operaties bij de Commandocentrale oplopen om te worden bijgepraat over de voortgang.
Riptide geldt volgens de eerste officier als een opstap naar aanstaande grotere internationale oefeningen, zoals Dynamic Mongoose. “Daar draait het vaak meer om competitie, terwijl de nadruk bij Riptide op leren en verbeteren ligt. Hier zijn de lijnen korter, delen we sneller informatie en proberen we nieuwe tactieken uit. Dat maakt ons uiteindelijk effectiever en beter voorbereid op het echte werk.”
Riptide is een Nederlandse onderzeebootbestrijdingsoefening, die ook dient als opstap voor deelname aan grotere internationale oefeningen als Dynamic Mongoose.