LTZ 2OC (SD) Joost Margés
SM Mike de Graaf en Zr.Ms. Evertsen
‘Waakhond’ Evertsen na maanden weer thuis
Een deployment van 9 weken werd een inzet van ruim 3 maanden. Het Luchtverdediging- en Commandofregat (LCF) Zr.Ms. Evertsen trok van het Hoge Noorden naar de Middellandse Zee vanwege de oorlog in het Midden-Oosten. Het schip opereerde binnen een Franse Carrier Strike Group als waakhond voor FS Charles de Gaulle en beschermde Cyprus en bondgenootschappelijk grondgebied tegen drones en raketten. Vandaag, woensdag 13 mei, liep de Evertsen – een reeks ervaringen rijker – weer de marinehaven van Den Helder binnen.
Zr.Ms. Evertsen vertrok 4 februari uit Den Helder en sloot 6 februari aan bij het Franse vlootverband voor een internationale oefening. Tijdens de vaart richting de Oostzee startte de oorlog tussen de Verenigde Staten/Israël en Iran en kreeg de Franse taakgroep een nieuwe opdracht in de Middellandse Zee. Hierop volgde het Franse verzoek of Zr.Ms. Evertsen deel kon blijven uitmaken van het vlootverband. De Evertsen kreeg diverse keren als Anti Air Warfare Commander de leiding over de volledige luchtverdediging.
Tijdens de aanwezigheid in de Middellandse Zee is het schip meerdere keren in verhoogde paraatheid geweest, maar dit leidde niet tot wapeninzet. Wel oefende de bemanning met diverse wapensystemen. Het schip lanceerde een Evolved NATO Sea Sparrow voor luchtdoelen op korte afstand en ook werd het Goalkeeper-snelvuurkanon voor doelen dichtbij getest.
‘Waardevolle inzichten in prestaties van wapensystemen en sensoren’ – LTZ 2OC Fedor Schlepers, luchtverdedigingsofficier
“Wij hebben voornamelijk opgetreden als close escort AAW-schip naast de Franse carrier FS Charles de Gaulle, dit ook vaak in de rol van Anti Air Warfare Commander (AAWC). In die hoedanigheid droeg de Evertsen de volledige verantwoordelijkheid voor de luchtverdediging van de gehele Carrier Strike Group. Tevens hebben wij de unieke capaciteit om met onze SMART-radar early warning te leveren aan de schepen in het gebied, Cyprus en bondgenootschappelijk grondgebied. Doordat wij in staat zijn om in een vroeg stadium precieze impactpunten te generen van inkomende dreiging, hebben wij de waarschuwingstijd aanzienlijk kunnen vergroten.”
“Ondanks een gedegen voorbereiding vergt opereren met een vliegdekschip altijd een integratieperiode. Het opereren met een strategische asset als een carrier vraagt om een andere manier van denken. Je neemt immers een vliegveld mee naar het gebied waar je naar toe gaat. Dat brengt aandacht met zich mee en brengt hoe dan ook impact.
Maar door open en directe communicatie groeide de samenwerking snel naar een hoog niveau. Regelmatige uitwisseling van personeel tussen schepen heeft daarin een cruciale rol gespeeld: het bevordert wederzijds begrip op een manier die je via chat, mail of telefoon niet kan evenaren. Het ultieme bewijs van die integratie is natuurlijk wel het vertrouwen van de Fransen door ons als AAWC aan te wijzen.”
“De deployment heeft ons waardevolle inzichten geleverd in de prestaties van onze eigen wapensystemen en sensoren. Voor het eerst heeft een schip langdurig geopereerd in een omgeving waar ballistische raketten met regelmaat werden waargenomen. Daarnaast hebben we gezien hoe goed de Fransen zijn in het leiden van dit soort complexe operaties. Maar deze inzet heeft ook ons ook bevestigd dat onze eigen mensen over de juiste kennis en vaardigheden beschikken om in een veeleisende omgeving te opereren. Het is dus een belangrijke bevestiging dat de opleidingen en trainingen die in Nederland worden verzorgd ook in een multinationaal verband op het juiste niveau zijn. De mensen aan boord hebben dat bewezen.”
Luchtverdedigingsofficier LTZ 2OC Fedor Schlepers.
“Een reguliere oefening werd een heel andere reis; de bemanning is hier enorm goed mee omgegaan.”
‘Sfeer aan boord was goed, maar er heerste ook een zekere spanning’ – AOOODND Bert de Vries, chef der equipage
“Er gebeurt van alles in de wereld; dit vraagt veel flexibiliteit van onze bemanning en ook van hun thuisfront. Daar waar het een reguliere oefening zou zijn, werd het een heel andere reis. Lekker voor het Paasweekend thuiskomen zat er dus niet in. De bemanning is hier enorm goed mee omgegaan. Hier ben en mag ik als chef der equipage gigantisch trots op zijn.”
“Je zag en voelde dat bijna elk bemanningslid weet wat hem/haar te doen staat in verschillende situaties. Dat was mooi om te zien en gaf een veilig gevoel. Ik zeg ‘bijna’ omdat er tijdens binnenligperiode’s nieuw personeel aan boord kwam en ervaren mensen er vanaf gingen. Nieuwe collega’s opleiden ging ook door tijdens de inzet. In de verschillende diensten kampen wij nog steeds met tekorten, dus is opleiden een must.”
“Tijdens havenbezoeken heeft de bemanning zich kostelijk vermaakt. Er waren dagen bij dat alleen het wachtsvolk aanwezig was. Anderen huurden hotelkamers, appartementen, huisjes, auto’s, scooters en motoren om maximaal te ontspannen en zoveel mogelijk te zien. Havens als Rhodos, Heraklion en Piraeus zijn natuurlijk fantastisch om te bezichtigen. Bij mooi weer ging men heerlijk naar het strand.”
“Tijdens de terugreis naar Den Helder was de sfeer aan boord goed, maar er heerste ook een zekere spanning. Voor een groot deel van onze bemanning was het de eerste keer terugkomen van een langere reis. Je hebt tenslotte toch je familie en vrienden gemist en gaat ze dan na 3 maanden weer terugzien. Tijdens de terugreis heeft de bemanning het schip gereed gemaakt voor een welverdiend verlof en hebben we adaptatiegesprekken gehouden die horen bij inzet.”
BOZ: brandstof of goederen laden terwijl je aan het varen bent.
'Alsof er echt een band gecreëerd was’ - MATR 1 ODND Bram Gerritsen, Nautische Dienst
“De afgelopen weken zijn goed verlopen. Ondanks dat het soms erg druk was en we lange dagen maakten, was er ook de nodige balans door havenbezoeken. Deze waren voornamelijk voor het laden van voeding en onderdelen, maar daarbij waren we dan ook voor 1 à 2 dagen vrij. Hierin kon ieder zijn of haar eigen ding doen. Al met al vond ik het een geslaagde reis.”
“Ik heb ook nog wel een mooi verhaal. De Franse tanker BRF Jacques Chevallier maakte deel uit van ons vlootverband. Aangezien ik van de Nautische Dienst ben, hebben we hier een aantal keer mee mogen BOZ’en – Bevoorraden Op Zee. Dat houdt in dat je brandstof of goederen laadt, terwijl je aan het varen bent. Tijdens een BOZ gaat er meestal ook een boodschappentas over, waar kleine dingen in zitten, zoals cadeautjes van commandant naar commandant of van ons dek naar het dek van de Fransen. Hiermee hebben we meermaals leuke berichten en cadeaus naar elkaar gestuurd, waarbij we elkaar bij elke BOZ probeerden te overtreffen. Voorbeelden hiervan waren patches met persoonlijke dingen erop of Polaroidfoto’s. Ondanks dat we elkaar nooit bij naam hebben leren kennen of de hand hebben kunnen schudden, was het alsof er echt een band gecreëerd was.”
“Naast de grappen en grollen vonden de Fransen ook dat wij onze procedures uitstekend uitvoerden. Wij vonden dat ook van hen. Helaas kwam er op 3 mei een einde aan toen we met Zr.Ms. Evertsen afscheid namen van de Carrier Strike Group. Deze avond hadden we ook de laatste BOZ. Toen de operatie bijna voorbij was, kwam er bij hun een persoon in een hanenpak aan dek – een Frans symbool – en bij ons iemand in een geitenpak – we hadden helaas geen leeuwenpak. Met muziek en licht werd de afstand tussen de 2 schepen steeds groter, tot we uiteindelijk uit elkaars zicht verdwenen waren. Iets dat je alleen op zee kunt meemaken en dat je je hele carrière bijblijft. En een reden om ‘naut’ te willen zijn bij de Koninklijke Marine.”
MATR 1 ODND Bram Gerritsen.