Sla over en ga naar de inhoud
‘Nieuwe aansluiting duurt soms langer dan bouw marineschip’

‘Nieuwe aansluiting duurt soms langer dan bouw marineschip’

Stijn Jaspers

John van Helvert

Slim plannen voorkomt netcongestie Marinebasis Den Helder

Netcongestie – het vollopen van het stroomnet – zorgt op steeds meer plekken in Nederland voor uitdagingen. Ook bij de Koninklijke Marine. Dreigt een tijdelijke stop voor aansluitingen? Komt de operationele inzetbaarheid in gevaar? En waar liggen de oplossingen? Hoofd Bedrijfsvoering Mickel van der Burg en projectleider Piet Glas van het Energiedistributiebedrijf (EDB) over wat de energietransitie en de druk op het elektriciteitsnet betekenen.

Netcongestie is de overbelasting van het elektriciteitsnet. Wat speelt er op Marinebasis Den Helder?

Van der Burg: “Al in 2020 zagen we dat de capaciteit van onze hoofdaansluiting zijn grens bereikte. Daarom hebben we tijdig maatregelen genomen en bij netbeheerder Liander een verzwaring aangevraagd van 18 naar 25 megawatt (MW). Deze staat gepland voor 2028. Ondertussen beperken we de piekbelasting van het netwerk met ons eigen Kracht Warmte Station (KWS). Die bestaat uit 3 grote dieselgeneratoren die zowel elektriciteit als warmte leveren. Daarmee vlakken we ons verbruiksprofiel af en blijven we binnen het gecontracteerde vermogen. Zo houden we, ondanks groei en nieuwe plannen, grip op de energievoorziening van de marinebasis.”

Hoofd Bedrijfsvoering Mickel van der Burg en projectleider Piet Glas van het Energiedistributiebedrijf.

Hoe verschilt de situatie van die in bijvoorbeeld de provincie Utrecht?

Glas: “In delen van Nederland, zoals de provincie Utrecht, speelt netcongestie al langer en is de situatie nijpender. Daar kunnen zelfs huishoudens soms niet meer worden aangesloten. In Noord-Holland zien we vergelijkbare beperkingen voor grootverbruikers, maar wij waren er relatief vroeg bij. We zijn al sinds 2020 in gesprek met Liander en hebben daardoor een gunstige positie in de wachtrij voor netverzwaring. Landelijk blijft het probleem heel groot. De landelijke netbeheerder, TenneT, verwacht pas rond 2034 significante uitbreidingen van de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Nederland is dus nog lang niet af van de netcongestie. Dat maakt vooruit plannen essentieel, zeker voor organisaties met een groeiende energiebehoefte zoals Defensie.”

De huidige centrale uit 1992 nadert het einde van zijn levensduur.

Welke gevolgen heeft de netcongestie voor de operationele inzetbaarheid van onze eenheden?

Van der Burg: “De operationele inzetbaarheid komt niet in gevaar. We hebben tijdig geanticipeerd en investeren in een nieuw KWS, dat gepland staat voor 2032. De huidige centrale uit 1992 nadert het einde van zijn levensduur. De nieuwe installatie zal meer vermogen leveren, mogelijk 20 tot 30 MW. De precieze behoefte berekenen we nog. Dit betekent in ieder geval minimaal een verdubbeling ten opzichte van de huidige 10 MW. Dat is nodig, want de energievraag groeit: grotere marineschepen, nieuwe onderzeeboten, uitbreiding van kades, meer legeringscapaciteit en verduurzamingsmaatregelen, zoals warmtepompen en elektrificatie van het wagenpark. Energiezekerheid is daarmee een integraal onderdeel van onze operationele gereedheid geworden.”

Ook door de komst van grotere marineschepen groeit de energievraag. (Foto: MCD)

Welke concrete maatregelen neemt EDB om de situatie te verlichten?

Glas: “Dat zijn de grote maatregelen, zoals de verzwaring van ons contract bij Liander en het nieuwe KWS, maar ook kleine maatregelen helpen. Er worden bijvoorbeeld vanuit het defensiebrede programma ‘Zon op dak’ zonnepanelen op gebouwen geplaatst. En de plannen voor kleinschalige opwekking van windenergie zijn ook weer uit de kast gehaald. Dat blijft een lastige – voor wat betreft de vergunningen – vanwege de vliegbewegingen van Maritiem Vliegkamp De Kooy. Het vliegkamp zit trouwens ook bij ons aangesloten en wordt in alle plannen voor de energievoorziening meegenomen. We kijken ook naar containers met batterijen voor energieopslag, zoals de glastuinbouw die gebruikt. Het eerlijke verhaal is wel dat je met zonne- en windenergie alleen een marinebasis niet draaiend houdt. We blijven afhankelijk van olie en gas om elektriciteit op te wekken. De optie om over te stappen op waterstof, bleek ook niet haalbaar. De hoeveelheid waterstof die de marinebasis nodig heeft bij langdurige stroomuitval vergt enorme opslagcapaciteit. Daarnaast is deze vorm van opslag behoorlijk kwetsbaar voor vijandelijke acties.”

Het EDB beheert transportcontracten en coördineert uitbreidingsaanvragen. Niet alleen voor Marinebasis Den Helder, maar zelfs voor héél Defensie.

Welke afdeling van CZSK heeft de uitdagingen rond netcongestie op zijn bordje liggen?

Van der Burg: “Dat zijn wij! De 30 medewerkers van het EDB. Wij werken voor de uitvoer van projecten, zoals de bouw van het nieuwe KWS, natuurlijk samen met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en publieke en private partijen. Maar het EDB beheert zelf de transportcontracten voor elektriciteit en gas met netbeheerders en coördineert uitbreidingsaanvragen op het contractvermogen. En dat doen we niet alleen voor Marinebasis Den Helder en de rest van CZSK, maar voor héél Defensie. Als Vliegbasis Volkel of de Kromhoutkazerne in Utrecht meer energie nodig hebben, komen die aanvragen ook bij ons terecht. En dat geldt ook voor de wateraansluitingen van Defensie.”

Het EDB werkt met 2 netten, van 50 en 60 Hertz, voor respectievelijk vastgoed en schepen.

Het KWS dat dicht bij de steigers staat wordt verplaatst. Heeft dat ook met de netcongestie te maken?

Glas: “De verplaatsing staat niet direct in verband met netcongestie, maar past wel binnen een bredere toekomstvisie. Marinebasis Den Helder heeft al sinds 1992 een zekere mate van energieonafhankelijkheid. Daarbij houden wij ook rekening met NAVO-verplichtingen: bondgenoten moeten hier stroom kunnen krijgen. We werken met 2 netten, van 50 en 60 Hertz, voor respectievelijk vastgoed en schepen. Door herinrichting van het terrein en groei van activiteiten is een nieuwe, beter gepositioneerde centrale nodig. Dat biedt tegelijkertijd kansen om de energievoorziening te moderniseren en uit te breiden.”

In hoeverre spelen innovatieve technologieën, zoals lokale energieopslag of slimme netwerken, een rol binnen de oplossing?

Van der Burg: “Nieuwe technologieën spelen zeker een rol, al bevinden sommige zich nog in de ontwikkelfase. We kijken dus naar zonne-energie op daken, kleinschalige windprojecten en energieopslag met batterijen. Daarnaast lopen er nog 2 mooie projecten. Ten eerste een proef in samenwerking met het RVB voor thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Met TEO wordt warmte en koude aan het oppervlaktewater onttrokken. Deze warmte en koude zijn geschikt om gebouwen en kantoren te verwarmen en te koelen. En samen met energie- en afvalbedrijf HVC in Alkmaar start binnenkort een project om een geothermiebron – aardwarmte – voor de marinebasis te realiseren.”

“... we hebben een gunstige positie in de wachtrij voor netverzwaring.”

Werkt de marine met nog meer externe partijen samen om uitdagingen het hoofd te bieden?

Glas: “Ja, samenwerking is essentieel. Voor de bouw van de nieuwe KWS, bijvoorbeeld, worden via het RVB externe bouwbedrijven en ingenieursbureaus ingeschakeld. De marine kan niet zonder expertise van buitenaf. Want niet alleen de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk is krap, ook de arbeidsmarkt. Dat vertraagt de toch al lange en complexe trajecten van netverzwaring. Een nieuwe aansluiting duurt soms langer dan de bouw van een marineschip.”

Alle Hens

Editie 04 | 2026