Sla over en ga naar de inhoud
Een Chinook en twee Apaches vliegend boven een startbaan met op de achtergrond een blauwe lucht en weids uitzicht over vlak platteland.

Op buitenlandavontuur bij 302 in Texas

8 min

Jopke Rozenberg-van Lisdonk

sergeant-majoor Cristian Schrik

Hollandse nuchterheid in ‘the American Dream

Met regelmaat trainen en verbeteren onze helikoptereenheden vanaf het Amerikaanse Fort Hood hun vaardigheden. Achter de schermen regelt het 302 Squadron de faciliteiten daarvoor. 22 luchtmachters en zeven landmachters verplaatsten hun carrière er tijdelijk voor naar Texas. Daar ging ieder een persoonlijk avontuur aan in een cultureel interessante omgeving met het squadron als warme thuishaven.

Een buddy maakt je wegwijs

Welcome to Texas’. Deze titel prijkt op het zelfgemaakte handboek dat iedere Nederlandse nieuweling op het 302 Squadron in de Verenigde Staten ontvangt. Erin staan handige tips over het wonen, werken en leven in de zuidelijke Amerikaanse staat. Daarnaast krijgt iedere nieuwe collega voor de begintijd een buddy toegewezen, die neemt je mee op sleeptouw en maakt je wegwijs. “Je wordt hier opgevangen als onderdeel van een soort hechte familie”, steekt Commandant 302 Squadron luitenant-kolonel Wilko de Waard van wal.

Luitenant-kolonel Wilko de Waard is al 23 jaar Apache-vlieger en komt sinds die tijd al op Fort Hood. Inmiddels is hij er 3,5 jaar squadroncommandant.

 

Warm bad

Met zijn jarenlange ervaring op Fort Hood weet De Waard dat het sociale vangnet binnen de Nederlandse community goed zit. “Als je hulp nodig hebt of iets tegenzit, komt er steun vanuit alle kanten. Dat is enorm fijn. Op een buitenlandplaatsing mis je toch je familie en vrienden. We zijn er voor elkaar, maar zitten niet de hele tijd op elkaars lip. Het is als een warm bad dat de squadronmuren overstijgt.”

Vliegcrews van Apache en Chinook trainen op Fort Hood met 11 Luchtmobiele Brigade hun gezamenlijke land-luchtoptreden.

Twee exoten

Hoewel 302 Squadron redelijk vergelijkbaar is met een in Nederland geplaatst squadron, bevinden zich in het team meerdere ‘exoten’, waaronder een HR-adviseur en een landmachter als plaatsvervangend sectiehoofd.

Benieuwd hoe zij hun baan en buitenlandavontuur ervaren? Lees hun persoonlijke verhalen in de tekstblokken hieronder.

Personeelsfunctionaris Leroy had geluk en mocht een keer meevliegen tijdens een trainingsvlucht. Foto: KLu

Kapitein Leroy Hettema, Hoofd Sectie 1 Personeel

‘Als onderdeel van het squadron middenin de operatie’

“Dit is de enige vaste luchtmacht-gelabelde stoel binnen HR (Human Resources, red.) die je kunt doen in het buitenland. De functie is enorm gevarieerd; dat maakt het uitdagend en leuk. Voor het vaste squadronpersoneel begeleid ik bijvoorbeeld ook de buitenlandplaatsingen in samenwerking met het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie. Daarnaast fungeer ik als verlengstuk van Bureau Operationele Zaken. Verder doe ik hier ook de financiën, omdat daarvoor geen aparte functie is.

Het is bijzonder om als HR-adviseur opgenomen te zijn in een squadron, waardoor je middenin de operatie zit. Die vaste functie is ook wel nodig, omdat hier zes oefeningen per jaar plaatsvinden. Daarvoor komt steeds aardig wat personeel uit Nederland over. Dan is het fijn als je het squadron en de locatie goed kent. Ik heb hier korte lijntjes.

 

Voor de dagelijkse HR-zaken stuur ik twee Amerikaanse contractors aan. Ook dat is bijzonder, want ons vakgebied heeft maar twee leidinggevende kapiteinsfuncties binnen de luchtmacht. Samen met mijn team begeleid ik onder meer in- en externe media. Ook coördineren we de werkbezoeken van hooggeplaatste militairen of ambtenaren.

Privé heb ik het hier ook erg naar mijn zin met mijn vrouw. Ik houd van countrymuziek, zing en speel gitaar, dus ik zit in Texas aardig op m’n plek. We hebben een muzikale roadtrip naar Nashville gemaakt en pakten eens een binnenlandse vlucht om onder meer Las Vegas te bezoeken. In anderhalf jaar tijd hebben we ook een leuke sociale kring buiten het werk opgebouwd. Samen bezoeken we concerten, voetbalwedstrijden en spelen we padel. Onder de collega’s is de sfeer ook goed. Er heerst een fijn familiegevoel, we staan voor elkaar klaar wanneer dat nodig is.”

Texas biedt het hele jaar door meestal goede weersomstandigheden voor het trainen van helikopterinzetten.

‘We hebben alle secties zelf in huis’

Fort Hood-community

Binnen het circa 250-koppige squadron vormen de 29 Nederlanders van de staf een kleine club. Zij sturen het andere personeel aan. Dat bestaat uit Amerikaanse inhuurkrachten, veelal ex-militairen. “We zijn een eigen eenheid binnen de Fort Hood-community”, vertelt De Waard. Plaatselijk valt het squadron onder de Amerikaanse trainingseenheid 166th Aviation Brigade, maar organiek behoort het bij het Defensie Helikopter Commando. Die stuurt de eenheid inhoudelijk aan. “We vormen een robuust squadron. Alle secties die randvoorwaardelijk zijn voor de uitvoering van onze taken hebben we zelf in huis.”

De band en samenwerking met de Amerikanen is enorm goed, volgens De Waard. “Die is gebaseerd op een relatie van bijna dertig jaar, professionaliteit, vertrouwen en netwerk. De huidige geopolitieke situatie heeft daaraan niets veranderd.”

Inhoudelijke expertise 

Die taken bestaan kort gezegd uit het hosten van twee Mission Qualification Trainingen van tien weken en drie tot vier keer per jaar een American Falcon (AMFA)-oefening van vijf weken. Per AMFA zijn er dan bijvoorbeeld zo’n 175 Nederlandse militairen te gast. Behalve het ter beschikking stellen van de helikopters, het regelen van oefenvijand en alle andere facilitaire en logistieke randvoorwaardelijke zaken, levert het squadron inhoudelijke expertise. De Waard: “Alle vliegers en loadmasters die hier permanent zitten zijn wapen- dan wel vlieginstructeur. Zij evalueren de vluchten en koppelen de verbeterpunten terug aan de betreffende aircrew, vlucht- en squadroncommandant.” Voor 11 Luchtmobiele Brigade ligt dat net iets anders; voor hen is AMFA in sommige gevallen de eindoefening. De landmachteenheden nemen zelf hun observer-trainer-evaluators mee en de bataljonscommandant laat ter plaatste zijn compagnie trainen of certificeren.

Zo nu en dan ondersteunt 302 Squadron met Chinooks ook de Operational Readiness Aeromedevac Course (ORAC) van de Operationele Gezondheidszorg. Foto: sergeant-majoor Jan Dijkstra

Om de functie van S3 Ground goed uit te kunnen voeren, is enige ervaring in de lucht ook belangrijk voor landmachtmilitair Govert.

Majoor Govert Dijksman, Hoofd Sectie 3 Ground

‘Ik heb drie keer bijgetekend – het is hier heerlijk’

“Door de hele krijgsmacht heen en op elk niveau heb je S3-functies, maar het mooie van deze stoel is het samenwerken met en het laveren tussen de verschillende culturen op het squadron. Hoewel land- en luchtmachters op sommige punten aardig verschillen, hebben we als Nederlanders in ieder geval één ding gemeen: we zijn direct en ambitieus. We proberen overal het maximale uit te halen, blijven beleefd, maar verpakken onze boodschap niet. Dat is soms even schakelen wanneer je zaken doet met de Amerikanen hier. Al merk ik ook dat hoe vaker je met elkaar samenwerkt, je naar elkaar toegroeit.

Als Chief EXCON, ofwel exercise control, ben ik verantwoordelijk voor het scheppen van de juiste facilitaire randvoorwaarden voor de oefeningen hier. Denk daarbij aan het reserveren van oefengebieden, regelen van oefenvijand tot en met het bijtijds en op de juiste locatie bijtanken van heli’s. 

Alles moet vooraf goed gepland en georganiseerd worden, uiteraard in afstemming met de oefenende eenheden. Ik doe de grote lijnen, de battlecaptain – ook een landmachter – richt de details in. Hoewel het om terugkerende oefeningen gaat, is toch geen oefening hetzelfde. Behalve inhoudelijke wijzigingen zijn er ter plaatse tal van variabelen, zoals het weer, jacht- en broedseizoen en de – daarmee deels samenhangende – beschikbaarheid van oefenterreinen op en buiten Fort Hood.

Mijn plaatsing was initieel voor vier jaar, maar ik heb drie keer een jaar bijgetekend. Het is hier een heerlijke combinatie van leuk werk en een mooi leven. Amerika was altijd al het favoriete vakantieland van mijn vrouw en mij. Het is hier allemaal veel weidser, ook het wonen. En de natuur is prachtig. Met de caravan hebben we al flink wat roadtrips gedaan, tot aan het Canadese Vancouver Island aan toe. Elke staat heeft iets unieks. Het leven hier ga ik straks zeker missen.”

Govert: “Ondersteunend aan de oefening proberen we ook weleens Amerikaanse F-35’s, Black Hawks (linkerfoto), een MQ-1 (rechterfoto) of MC-12 te regelen. De Amerikanen combineren dan hun currency-vlucht met een missie.” Foto links: Hector Blanco. Foto rechts: Brian Ferguson 

30 jaar overseas opleiden en trainen

De Nederlanders trainen en leiden al (bijna) dertig jaar vliegers en loadmasters op vanuit het Amerikaanse Fort Hood. Op 8 december 1996 startte er een klein trainingsdetachement op de – destijds voor Nederland nieuwe – Apache-gevechtshelikopter. 

Inmiddels is de in Amerika geplaatste eenheid uitgegroeid tot volwaardig squadron waar de drie-eenheid Apache, Chinook en 11 Luchtmobiele Brigade hun land-luchtoptreden traint en verder professionaliseert. Meer weten over het ontstaan en de ontwikkelingen van 302 Squadron? Lees dan dit eerder verschenen artikel in de Vliegende Hollander (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) .

De oefengebieden nabij Fort Hood zijn enorm. Het eigen militaire gebied direct naast de basis is ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Daarnaast ligt een gebied ter grootte van Nederland met slechts zo’n 500.000 inwoners. De grondeigenaren stellen vaak graag een deel van hun privéterrein ter beschikking voor militaire oefeningen.

de Vliegende Hollander

Editie 02 | 2026