Max van de Pol
Louis Meulstee
Orkest Koninklijke Luchtmacht blijft ook na 75 jaar vernieuwen
In het Chassé Theater in Breda zoeken de leden van het Orkest Koninklijke Luchtmacht hun plaats op het podium op. De zaal zit ondertussen al vol met genodigden: collega’s, familie en vrienden. Dan klinkt de eerste muziek van de avond: Soldier of Orange, een toepasselijke opening voor een orkest dat zijn wortels heeft in de Tweede Wereldoorlog.
Majoor Toine Jongbloets: “Je maakt hier muziek met elkaar en dat zie je ook buiten de noten om.”
'Het zijn topmusici uit verschillende richtingen die samen één geheel vormen'
Het orkest bestaat uit 48 professioneel opgeleide musici, allemaal conservatoriumgeschoold. Sommigen met een klassieke achtergrond, anderen geworteld in de pop- en jazzmuziek. “Juist die mix maakt ons orkest”, zegt majoor Toine Jongbloets, directeur van het orkest. “Het zijn topmusici uit verschillende richtingen die samen één geheel vormen.”
Met dirigent majoor Jasper Staps, technici en staf erbij bestaat het geheel uit bijna zestig mensen. Niet alleen de musici bepalen het eindresultaat; ook achter de schermen werken leden continu aan hoe een optreden eruitziet en klinkt.
Muziek, licht en beeld vormen samen de basis van de moderne concertproducties van het orkest.
Ontstaan
Het verhaal van het orkest begint kort na de Tweede Wereldoorlog. In Twente begint het als een muziekkorps van oorlogsvrijwilligers, dat in 1946 naar Breda verhuist en onderdeel wordt van de Luchtvaarttroepen. Wat begint als een klein muziekkorps groeit al snel uit tot een professioneel orkest.
“In die beginjaren zie je al die drang om vooruit te gaan”, legt Staps uit. In 1951 krijgt het orkest officieel de status van beroepsorkest, nog vóór de luchtmacht een zelfstandig krijgsmachtdeel wordt. Niet veel later gaan ze door het leven als de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht.
Dirigent majoor Jasper Staps: “Als het klopt, voel je dat meteen, bij ons én bij het publiek.”
De ‘Rel van Delft’ leidde tot ophef, Kamervragen en krantenkoppen
Kantelpunt
Die vernieuwingsdrang blijft. Zelfs als dat schuurt. “In de jaren zestig speelden ze swing tijdens een militaire taptoe”, vertelt Staps. “Dat was eigenlijk ongehoord, want bij dit soort militaire ceremonies hoorde strikte, traditionele marsmuziek.” Die keuze botste met de verwachtingen van dat moment. De actie, later bekend als de ‘Rel van Delft’, leidde tot ophef, Kamervragen en krantenkoppen. Maar achteraf blijkt het ook een kantelpunt. Het orkest laat zien dat het anders durft te zijn. “Dat zit nog steeds in ons”, zegt Staps. “Die behoefte om te blijven veranderen.”
Die vernieuwingsdrang klinkt nog altijd door, in samenspel en solo’s.
‘We vertellen niet alleen met muziek, maar ook met beeld’
Van harmonie naar totaalproductie
In de loop van de jaren verandert het orkest zichtbaar van karakter. In de jaren ’90 kiezen de musici bewust voor een andere koers: meer ruimte voor lichte muziek, jazz en pop. Het orkest zit anders op het podium, experimenteert met nieuwe vormen en trekt het theater in. “Dat was echt een omslag”, zegt Jongbloets. “We zijn toen veel meer voor een breed publiek gaan spelen.” Vanaf dat moment ontwikkelt het orkest die richting steeds verder. Muziek vullen ze aan met licht, geluid en beeld. Wat begint met musici die zelf experimenteren met techniek, groeit uit tot volwaardige producties.
“Het stukje techniek is bij ons erg ver doorgevoerd”, zegt Staps, zeker in vergelijking met veel andere orkesten. Vandaag de dag is het orkest geheel zelfvoorzienend en werkt het met een uitgebreid team van technici en makers achter de schermen. “Het is echt een totaalproductie geworden”, zegt Jongbloets.
In de jaren ’90 wordt bewust gekozen voor een koers met meer ruimte voor lichte muziek, jazz en pop.
‘Dat zijn momenten waarop je voelt waarom dit orkest bestaat’
Van grote zalen tot kleine ontmoetingen
Het orkest is niet alleen in Nederland actief. Het treedt regelmatig op in het buitenland, bij ceremonies, concerten en internationale samenwerkingen. Soms voor grote groepen, bij officiële gelegenheden of herdenkingen. Soms ook op veel kleinere schaal. Jongbloets vertelt over een reis naar Canada. Daar speelt het orkest in een verzorgingstehuis voor veteranen die Nederland hielpen bevrijden. “We begonnen met Glenn Miller”, vertelt hij, verwijzend naar de Amerikaanse bandleider en componist die met zijn swingmuziek een symbool werd voor de Tweede Wereldoorlog. “En vervolgens zag je een man en een vrouw elkaar aankijken. Alsof ze teruggingen naar hun jeugd. De afstand van tachtig jaar leek even te verdwijnen.” Volgens Staps zit daarin precies de kracht van hun werk: herinneringen voelbaar maken en generaties samenbrengen door muziek. “Dat zijn momenten waarop je voelt waarom dit orkest bestaat. Je speelt soms voor duizenden mensen en soms voor een kleine groep. Maar het effect kan net zo groot zijn.”
Zangeres Anneke van Giersbergen treedt net als andere aanwezige zangers en zangeressen vaker op met het Orkest Koninklijke Luchtmacht.
Tussen ceremonie en spektakel
Ook in Nederland wisselt dat voortdurend. Van nationale ceremonies tot concertzalen en festivals. “Soms zit de kracht juist in eenvoud”, aldus Staps. “Zoals bij de taptoe: één trompet, een paar noten en iedereen voelt wat er gebeurt.” Tegelijkertijd worden optredens steeds groter en visueler. “We proberen er echt een beleving van te maken”, zegt Jongbloets.
Bijvoorbeeld tijdens de luchtmachtshows, waarbij muziek en techniek samenkomen. Bij een optreden rond het afscheid van de F-16 werd zelfs het toestel onderdeel van het geheel. De muziek kwam toen letterlijk tot leven vanuit en rondom het toestel. “Je wilt blijven vernieuwen en verrassen. Niet alleen in wat je speelt, maar ook in hoe je het brengt.”
Samenwerking
Die ontwikkeling zie je ook terug in de samenwerkingen die het orkest aangaat. Tijdens het jubileumconcert staan onder anderen Douwe Bob en Shirma Rouse op het podium.
“Vroeger huurden we iemand in voor een avond”, zegt Jongbloets. “Nu zoeken we echt samenwerking. Artiesten die bij ons passen.” Volgens hem is die relatie de afgelopen jaren ook veranderd. “Je merkt dat artiesten het fijn vinden om met ons te werken. Het niveau ligt hoog en we kunnen snel schakelen.”
“Dat is ook wat we willen bereiken”, vult Staps aan. “Dat een artiest zich onderdeel voelt van het orkest. Dat het niet voelt als ‘wij begeleiden’, maar dat je samen iets maakt. Dan klopt het, muzikaal en als verhaal.”
Met Douwe Bob zoekt het orkest de samenwerking op tussen verschillende stijlen en geluiden.
‘Met onze muziek vertellen we het verhaal van de luchtmacht’
Rol in maatschappij
Het orkest speelt niet alleen voor Defensie, maar zoekt ook nadrukkelijk het publiek daarbuiten op. De impact van het orkest ligt in de manier waarop het mensen samenbrengt, bij concerten voor buren rond vliegbases, voor veteranen of tijdens openbare optredens. Muziek wordt ingezet om een brug te slaan tussen de luchtmachtorganisatie en de samenleving.
“Wij zijn er niet alleen om te spelen”, zegt Jongbloets. “Met onze muziek vertellen we het verhaal van de luchtmacht. Op een manier die mensen begrijpen en voelen.”
“Je laat zien wat er achter die organisatie zit,” aldus Staps aan. “Niet met woorden, maar met muziek. Dat maakt het toegankelijk.”
Een heel arsenaal aan zangers en zangeressen deelt op de jubileumavond in Breda het podium met het orkest.
Geen afstand te groot
In Breda komt dat allemaal samen. Het publiek luistert aandachtig. Hier en daar wordt mee gezongen en mee bewogen, soms wordt er gelachen om herkenning, soms blijft het stil. Aan het einde van de avond klinkt het laatste nummer: Ain’t No Mountain High Enough. Het orkest, de zangers en de zaal komen nog één keer samen. “Uiteindelijk wil je dat het klopt. Dat mensen het voelen”, zegt Staps.
Het applaus dat volgt is lang en oprecht. Na 75 jaar staat het orkest er nog steeds en juist in dat laatste nummer zit misschien de kern van alles wat deze avond laat zien: dat geen afstand te groot is en verschillen overbrugd kunnen worden, zolang muziek de verbinding maakt.
Na de laatste noten volgen het applaus en de bloemen, onder meer voor directeur Toine Jongbloets.