Sla over en ga naar de inhoud
Een helikopter dropt water boven de hei. In de waternevel ontstaat een regenboog.

Blusoefening vanuit de lucht

6 min

Coen Heil 

sergeant-majoor Hilbert Buter

Natuurbranden woeden steeds vaker

Op het militair oefenterrein rondom ’t Harde bereidde het Defensie Helikopter Commando (DHC) zich halverwege maart drie dagen lang voor op het natuurbrandseizoen. Onder de buik van een Chinook hangt een Bambi Bucket met duizenden liters water. Die moet op het juiste moment worden geopend boven de denkbeeldige brandhaard. Tijdens het trainen van Fire Bucket Operations (FBO’s) draait alles om timing, vertrouwen en communicatie.

Voor het blussen vanuit de lucht kan plaatsvinden, is goed overleg nodig tussen MAOT (links) en civiele brandweer, waaronder een lid van het heli-team.

Hoofd van het Mobile Air Operations Team (MAOT) adjudant Noud ziet de urgentie van dit soort oefeningen toenemen. Zijn team is de verbindende schakel tussen de helikopterbemanning en de brandweerlieden op de grond. “We maken ons hier gereed voor het natuurbrandseizoen”, geeft hij aan. “In de periode van 1 april tot 1 oktober is het risico daarop het grootst.” De reden is duidelijk: het wordt droger, warmer en drukker in Nederland. “Daarom is het belangrijk dat wij de civiele brandweer blijven ondersteunen vanuit de lucht.” De jaarlijkse grootschalige oefening met een militair-civiel brandweerteam en militaire luchtsteun is daarbij essentieel. De vlieger stuurt de helikopter zo stabiel mogelijk, terwijl de loadmaster de Bambi Bucket controleert. Het MAOT vormt de schakel tussen grond en lucht en bewaakt de landingszone. Het civiele heli-team van de brandweer ten slotte bepaalt waar en hoe wordt geblust. “Zo’n samenwerking trainen we één keer per jaar”, aldus de adjudant. “Daarnaast oefenen we als MAOT geregeld met de helikopterbemanningen.”

De civiele brandweer bepaalt waar wordt geblust en dus waar de helikopter de Bambi Bucket leegt.

‘Geen spektakel, wel precisie’

Cruciale rol

Het MAOT speelt een stille, maar cruciale rol bij natuurbrandbeheersing. Geen spektakel, wel precisie. “Wij zorgen voor de grond-luchtverbindingen”, vertelt Noud. “Wat de brandweer op de grond bepaalt, vertalen wij naar de bemanning in de lucht.”

Op het Veluwse natuurterrein vindt een simulatie plaats van een grote natuurbrand. Twee helikopters vliegen hun rondes, terwijl op de grond voortdurend overleg is. Waar ligt het zwaartepunt van de brand? Waar moet het water neerkomen? “Per drop kunnen we maximaal 7.600 liter laten vallen,” licht de adjudant toe. “Daarmee kun je in korte tijd veel vuur bestrijden.”

Belgen kijken mee

Tijdens deze training van FBO staat ook de samenwerking tussen Nederland en België centraal. Adjudant Didier van het Belgische MAOT benadrukt het belang daarvan. “We nemen de ervaring van de Nederlandse collega’s mee naar België en zetten de opgedane kennis direct over naar onze protocollen.” De meerwaarde van de gezamenlijke oefening zit met name in de praktische afstemming. “Hier zien we hoe dat werkt en met wie we moeten schakelen om alles vlot te laten verlopen.”

 

De adjudant wijst ook op het grotere Nederlandse MAOT. “Wij doen hetzelfde, maar in kleinere mate.” Tegelijk kijkt België nadrukkelijk vooruit, waarbij uitbreiding en verdere professionalisering noodzakelijk zijn.

Aan Nederlandse zijde noemt adjudant Noud de samenwerking eveneens waardevol. “Wij leren ook van hen. Zij hebben hun eigen tactieken en technieken. Dat komt mede door hun landschap, dat met de Ardennen heel anders is dan dat van Nederland.”

“We willen onze Belgische MAOT-collega’s laten meekijken naar onze manier van werken bij natuurbrandbestrijding”, zegt adjudant Noud.

‘Je gaat richting de limieten van de helikopter’

Toenemende spanning

In de cockpit van de Chinook beperken de vliegers het praten tot het minimum. Vlak voor het legen van de bucket klinkt slechts noodzakelijke communicatie door de headsets. Vlieger eerste luitenant Fabian beschrijft achteraf de toenemende spanning. “Je merkt dat de focus hoog is. Iedereen weet wat hij moet doen.”

Het vliegen met een volle bucket vraagt het uiterste van de vlieger. “We tillen ruim 7.000 liter water. Dan ga je richting de limieten van de helikopter”, constateert hij. De lading onder het toestel maakt de daling complex. “Hoe zwaarder iets is en hoe sneller je beweegt, hoe meer vaart of bewegingskracht de helikopter heeft. Daarop moet je anticiperen.” Het samenspel, tussen de twee Chinook-vliegers voorin en het duo loadmasters achterin, maakt het werk mooi, aldus vlieger Fabian. “De loadmasters zien bijvoorbeeld precies waar de bucket hangt en dus hoe wij moeten vliegen om op de juiste plek te komen.”

Er stond een aardig briesje tijdens de oefening. Iets dat zeer onwenselijk is tijdens een echte natuurbrand.

App als hulpmiddel

De precisie van de drops komt niet uit de lucht vallen, maar wordt keer op keer geoefend. Op een app tekent de brandweer de vuurhaarden en denkbeeldige lijnen voor het lozen van water uit. Die verschijnen direct op een tablet in de cockpit. “Zo kunnen we precies zien waar we moeten droppen,” legt Fabian uit. “Na iedere lading water evalueren we meteen met de brandweer op de grond: was het goed of niet? En zo nodig corrigeren we in een volgende run.” Met als resultaat: steeds strakkere, effectievere waterdrops.

Zo dicht mogelijk bij het met verticale vlaggen gemarkeerde gebied, dropt de Chinook de waterlading.

Windkracht 5 

Het weer werkt deze week niet per se mee. Met windkracht 5 waait er een vrij krachtige wind over de open vlakte. Voor een echte brand zou dat slecht nieuws zijn, maar voor de oefening maakt het minder uit. Er wordt gewerkt met vlaggen in plaats van vuur. Daarbij staan de procedures centraal. “Als het wolkendek hoog genoeg zit, kunnen wij gewoon ons werk doen”, merkt Fabian op.

Na afloop van iedere run is er overleg en wordt de drop geëvalueerd. De badge op de mouw geeft aan wie er allemaal bij FBO’s zijn betrokken: 298 en in voorkomend geval 300 Squadron, het MAOT en de Brandweer Veiligheidsregio Noord-Oost-Gelderland (VNOG)

‘Gaandeweg meer ritme en vertrouwen’

Samen sterker

Wat opvalt tijdens de oefening is de groei in samenwerking tussen de helikopter, het MAOT en het heli-team van de brandweer. Waar het begin nog ietwat stroef verloopt, ontstaat gaandeweg meer ritme en vertrouwen. “Je ziet echt een goede verbetering tijdens de oefening,” signaleert de vlieger, “en dat is precies wat je wilt.” Voor adjudant Noud zit daarin de kern. “Het is niet voor niets een civiel-militaire samenwerking. Iedereen moet weten wat hij aan de ander heeft.”

On target. Precies op de plek van de vlaggen dropt de Chinook het water. Voor een helikopterbemanning is het zwaartepunt van een brand moeilijk te traceren. Dat gebeurt daarom vanaf de grond.

Voorbereid op inzet

De oefening in ’t Harde is geen doel op zich. Het geldt als voorbereiding op Hoofdtaak 3-inzet, de ondersteuning van civiele autoriteiten bij rampenbestrijding of crises. Dat kan in Nederland zijn of daarbuiten, zoals afgelopen zomer in Spanje. “Je merkt nu hoe belangrijk het is en hoeveel coördinatie erbij komt kijken”, stelt eerste luitenant Fabian. Met het steeds vaker voorkomen van natuurbranden groeit ook de rol van luchtsteun. “Het is voor ons een belangrijke taak,” vervolgt hij. “Daarop wil je zo goed mogelijk voorbereid zijn.”

Over de heide klinkt opnieuw het zware geronk van een van de Chinooks. De helikopter die boven de nabijgelegen recreatieplas Heerderstrand hangt, laat de bucket daar vollopen met water. Het toestel stijgt weer op en verdwijnt tegen de half bewolkte lucht. Even later volgt de drop. Precies op de lijn, zoals gepland.

de Vliegende Hollander

Editie 03 | 2026