Sla over en ga naar de inhoud
Luchtfoto van de start- en landingsbaan van Vliegveld Lelystad.

Groeien om klaar te zijn

6 min

kapitein Max van de Pol

Phil Nijhuis

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geeft CLRS meer lucht

Na jaren van krimp staat Defensie weer in de groeistand. Met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) werkt de krijgsmacht aan het creëren van extra capaciteit voor mensen, materieel en trainingen. “Die groei is noodzakelijk, maar niet zonder gevolgen”, zegt kolonel Roy Hemmelder, programmamanager van het NPRD. In een dichtbevolkt land als Nederland heeft dat direct invloed op de leefomgeving. De schaarse ruimte vraagt daarom om zorgvuldige keuzes en, waar mogelijk, om gedeeld gebruik.

Het NPRD markeert een duidelijke breuk met het verleden. Waar Defensie jarenlang vooral bezig was met bezuinigen en het afstoten van kazernes en vliegbases, ligt de focus nu op uitbreiding. “Die omslag komt voort uit de veranderde veiligheidssituatie”, vertelt Hemmelder. “De nadruk voor onze krijgsmacht ligt steeds meer op de verdediging van het eigen grondgebied en dat van onze bondgenoten.”

Kolonel Roy Hemmelder: “De omslag naar groei komt voort uit een veranderde veiligheidssituatie.”

‘Zorgvuldigheid is belangrijk’

Gevolgen voor de omgeving

De plannen hebben gevolgen voor de leefomgeving. Juist omdat de ruimte in Nederland schaars is, komen belangen hier direct samen: wonen, natuur, economie én Defensie. De krijgsmacht kiest daarom voor een aanpak waarbij zorgvuldig onderzoek doet naar de mogelijke effecten op de leefomgeving en ze het gesprek met de omgeving actief opzoekt. In alle provincies zijn er het afgelopen jaar meerdere malen bijeenkomsten om toe te lichten wat nodig is en om reacties op te halen.

“In het begin zagen we vooral reacties als: ‘als groei nodig is, dan graag ergens anders’”, vertelt Hemmelder. “Naarmate de zoeklocaties concreter werden, versterkte dat. Toen ging het niet meer over ‘ergens anders’ in Nederland, maar direct over waar men zelf woont of werkt. Voor betrokken inwoners betekent dat onrust en onzekerheid. Mogelijk omgevingsgeluid, veranderingen in het landschap of zelfs verplaatsing van woning of bedrijfslocatie: het zijn reële zorgen en dus ook realiteit.” Defensie erkent dat spanningsveld. Hemmelder: “Onze eerste zorg is dan ook om tot een waardig toekomstperspectief te komen voor die direct getroffenen. Daarbij is snelheid belangrijk vanwege de veranderende veiligheidssituatie en om de onrust en onzekerheid voor betrokkenen niet langer dan nodig is te laten duren. Zorgvuldigheid is daarbij belangrijk, juist vanwege de effecten op de leefomgeving en de schaarste van ruimte in Nederland.”

De geluidsruimte op Leeuwarden (op de foto tijdens de heropening na lange onderhoudsperiode) en Volkel is niet voldoende om het benodigde aantal F-35-vlieguren te realiseren. Daarom komt er een derde vliegbasis bij. Foto: sergeant-majoor Jan Dijkstra. 

De luchtmacht als grote ruimtevrager

Binnen het programma speelt de luchtmacht een belangrijke rol. Kolonel Martijn Kleiberg is betrokken vanuit het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten en brengt de operationele behoeften in. “De wereld is complexer en onveiliger geworden”, geeft hij aan. “We moeten onmiddellijk klaar zijn voor inzet.” Dat stelt andere eisen aan oefeningen en inzet. “We hebben bijvoorbeeld niet altijd meer vrij luchtruim in inzetgebied”, legt Kleiberg uit. “In moderne conflicten moet je er rekening mee houden dat je niet vrij kunt opereren en dat tegenstanders ons kunnen detecteren of raken. Dus moeten we laag vliegen, vaak in het donker, met meerdere helikopters tegelijk. Dat vraagt intensievere training en dus meer ruimte.”

Een zichtbare verandering is daarom de uitbreiding van laagvlieggebieden. Het aantal vlieguren voor helikopters groeit ook. “Die behoefte gaat richting de 2.500 uur per jaar, waar dat nu rond de 1.300 uur ligt”, zegt Hemmelder. Om de belasting op de omgeving te spreiden, kiest Defensie niet voor intensiever gebruik van bestaande gebieden, maar voor uitbreiding. Ook helikopterlandingsplaatsen worden uitgebreid. Dat is nodig om realistisch te kunnen trainen met grotere eenheden. “We moeten samen met de landmacht kunnen optreden, op wisselende locaties”, zegt Kleiberg. “Als je altijd op dezelfde plek traint, leer je minder.”

 

 

Kolonel Martijn Kleiberg: “Lelystad biedt een goede combinatie van ruimte, spreiding en civiele samenwerking.”

 ‘Als je altijd op dezelfde plek traint, leer je minder’

Dirtstrip Deelen

Nederlandse transportvliegtuigen werden de afgelopen jaren ingezet voor evacuaties en het droppen van hulpgoederen, onder meer boven Gaza en in Mali, Tsjaad en Turkije. Dat willen de luchtmacht ook in Nederland kunnen trainen. “Op Vliegbasis Deelen komt daarom een onverharde landingsbaan voor tactisch luchttransport,” zegt Kleiberg. “Daarmee kunnen transportvliegtuigen oefenen op omstandigheden zoals die in conflictgebieden voorkomen. Nu moeten we daarvoor naar het buitenland, maar dat betekent vaak lange aanvraagprocedures en extra verplaatsingstijd. Juist daarom willen we dit ook in eigen land oefenen, zeker in de aanloop naar een inzet. Je wilt trainen in situaties waarin je onder tijdsdruk moet kunnen landen op korte of onverharde banen, samen met de benodigde grondeenheden. Die capaciteit is essentieel voor een realistische voorbereiding op daadwerkelijke inzet.”

En C-130 van 336 Squadron landt op een onverharde baan tijdens een oefening in de Verenigde Staten. Zulke omstandigheden wil Defensie ook in Nederland kunnen trainen. Foto: sergeant-majoor Cristian Schrik

Derde F-35-locatie

Een andere belangrijke ontwikkeling is de komst van een derde locatie voor F-35, met Lelystad als definitief aangewezen locatie op basis van militair medegebruik van een civiele luchthaven. De vliegruimte vanaf de huidige bases Leeuwarden en Volkel is niet meer voldoende. In totaal gaat het om zo’n 2.300 extra sorties (vluchten) die Defensie in Nederland moet opvangen.

“We moeten meer kunnen oefenen, samenwerken met bondgenoten en ruimte bieden voor tijdelijke stationering van buitenlandse eenheden”, legt Kleiberg uit. "Lelystad biedt een goede combinatie van ruimte, spreiding en mogelijkheden voor samenwerking met een civiele luchthaven."

Militair en civiel deelden al voor een oefening de platformen en startbanen op Schiphol. Foto: sergeant-majoor Aaron Zwaal

‘Door functies te combineren, kan beschikbare ruimte efficiënter worden benut’

Delen in plaats van claimen

Nederland is één van de dichtstbevolkte landen van Europa. Het vinden van ruimte voor Defensie is dan ook niet vanzelfsprekend en vraagt om pragmatische oplossingen. “In een land waar de ruimte zo schaars is, moeten we ook kijken waar we ruimte kunnen delen in plaats van claimen”, zegt Hemmelder.

Dat zie je bijvoorbeeld terug in de keuze om te kijken naar civiele luchthavens voor militair medegebruik, zoals bij Lelystad. "Door functies te combineren, kan beschikbare ruimte efficiënter worden benut. Tegelijk vraagt dat om samenwerking met andere gebruikers van die ruimte, van luchtruimgebruikers en inwoners en bedrijven rondom de luchthaven", aldus Hemmelder.

Dat zie je bijvoorbeeld terug in de keuze om te kijken naar civiele luchthavens voor militair medegebruik, zoals bij Lelystad. "Door functies te combineren, kan beschikbare ruimte efficiënter worden benut. Tegelijk vraagt dat om samenwerking met andere gebruikers van die ruimte, van luchtruimgebruikers en inwoners en bedrijven rondom de luchthaven", aldus Hemmelder.

Daarbij komt dat de uitvoering van de plannen tijd vraagt. Het zorgvuldig vinden en aanwijzen van groeilocaties is voor Defensie een belangrijke stap. Daarop volgt de realisatie van de verschillende deelprojecten, inclusief de daarvoor benodigde onderzoeken, vergunningsaanvragen en borging in wet- en regelgeving. Hemmelder: “Er moet dus nog veel gebeuren om de benodigde groei van de krijgsmacht in onze samenleving te realiseren. Met dezelfde snelheid en zorgvuldigheid die het NRPD tot nu toe heeft gekenmerkt.”

Het vinden van ruimte voor Defensie is niet vanzelfsprekend en vraagt om pragmatische oplossingen.

Nieuwe technologie: drones en corridors

Naast bestaande luchtmachtactiviteiten krijgt ook nieuwe technologie een grotere rol. Drones worden steeds belangrijker, bijvoorbeeld voor bevoorrading of verkenning. In Den Helder werkt de marine al aan maritieme drones, onder meer voor mijnenbestrijding en verkenning op zee. Vliegbasis Deelen is daarnaast aangewezen als toekomstige locatie voor de stationering van vracht-drones, inclusief de benodigde corridors naar militaire oefengebieden en kennisinstituten.

“In het Nederlandse luchtruim is al veel vliegverkeer aanwezig”, duidt Hemmelder. “Vliegveiligheid, ook tussen bemande en onbemande luchtvaart, is daarom een belangrijk aspect. Met het NPRD zijn corridors aangewezen die op vooraf bekend gestelde momenten kunnen gebruiken. Drones opereren dan veilig zonder ander luchtverkeer in gevaar te brengen. Defensie houdt daarbij nadrukkelijk rekening met andere gebruikers van het luchtruim.”

 

Drones in het luchtruim: speciale corridors zorgen voor veilig gebruik naast ander vliegverkeer. Foto: Defensie

 

‘Begrip is er vaak wel’

Balans

De plannen laten zien hoe complex de balans is tussen veiligheid en leefomgeving. Aan de ene kant is er brede erkenning van de noodzaak. Aan de andere kant zijn er concrete gevolgen voor mensen en regio’s. “Begrip is er vaak wel,” zegt Kleiberg, “maar daar tegenover zijn er ook zorgen over wat de komst van Defensie betekent voor de eigen woon-, leef- en werkomgeving. Het is aan ons als Defensie om daarover duidelijkheid te geven.”

Tegelijkertijd laat het NPRD zien hoe Defensie weer groeit en wat daarvoor nodig is. Die groei vraagt om keuzes, maar ook om samenwerking. Zoals Hemmelder het verwoordt: “In een land als Nederland lukt dat alleen door constructief samen te werken, in het belang van vrede, veiligheid en de bescherming van Nederland.”

 

de Vliegende Hollander

Editie 03 | 2026