kapitein Saminna van den Bulk
sergeant-majoor Jan Dijkstra en uit archief Mediacentrum Defensie
Kunstmatige intelligentie bij de luchtmacht
Op het slagveld van vandaag speelt technologie de hoofdrol. Data-experts timmeren hard aan de weg om met Artificial Intelligence (AI) een extra middel in de gereedschapskist van het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten te creëren. Een middel dat in de toekomst kan helpen een verschil te maken in een gevecht.
Oorlog laat zich namelijk allang niet meer vangen in de fysieke ruimte. Informatie is een steeds groter wapen. Die technologie beheersen is waar de Data Science Cell (DSC) zich al sinds 2017 sterk voor maakt. Zo ontwikkelde de afdeling een tool voor vliegtuig- en onderhoudsplanning.
En ondertussen heeft de technologie een vlucht genomen. Enerzijds is er de oorlog in Oekraïne, die een heel nieuw gevechtsveld laat zien. Zo vliegen er drones die doelwitten zelfstandig identificeren en aanvallen. Anderzijds is kunstmatige intelligentie meer gemeengoed geworden, door bijvoorbeeld chatbots als ChatGPT. “Al reikt Artificial Intelligence veel verder dan dat”, trapt Chief Data Officer luitenant-kolonel Michael van den Wildenberg af. “Het is ontzettend breed toepasbaar. In die zin is het disruptief, baanbrekend dus. Het biedt veel mogelijkheden, ook in ons werk.”
De DSC ontwikkelde onder meer een tool voor vliegtuig- en onderhoudsplanning. Waar de DSC voorheen vooral bezig was met softwareontwikkeling, ligt de specialisatie nu meer en meer op data science en AI.
AI
Computers en machines kunnen data analyseren, patronen herkennen en voorspellingen doen. Deze gesimuleerde vorm van menselijke intelligentie noemen we AI, ofwel kunstmatige intelligentie. AI heeft bovendien zelflerend vermogen. Dat betekent dat de technologie zelf kan leren van nieuwe informatie.
Slagkracht
De luchtmacht zet sinds 2021 vol in op die digitale transformatie. Veel van die ontwikkelingen komen samen bij de DSC. “Ons doel is het bevorderen van de operationele slagkracht van het CLRS met onze data- en AI-producten”, zegt luitenant-kolonel Martine Stokhof, Hoofd DSC. “AI kan grote hoeveelheden data verwerken. Om tijd te sparen, kan kunstmatige intelligentie helpen besluiten voor te bereiden.”
Alle informatie samenbrengen, van teksten, beelden vanuit de ruimte tot informatie van een MQ-9, zorgt uiteindelijk voor betere besluitvorming en effectievere targeting. Artist impression satelliet: Bas Stijnen. Foto MQ-9: sergeant-majoor Jan Dijkstra. Foto Chinook: sergeant-majoor Cristian Schrik
Kansen liggen onder meer in het domein van de Intelligence, Surveillance and Recognition. “Uit alle dimensies komen verschillende soorten data. Van teksten tot sensordata, informatie die een MQ-9 vergaart of een satelliet die beelden vanuit de ruimte vastlegt.” Die informatie is van onschatbare waarde. AI helpt om die grote berg te analyseren zodat een commandant direct een zo betrouwbaar mogelijk beeld van het slagveld krijgt. Zo’n compleet ‘plaatje’ uit alle dimensies leidt tot snellere en betere besluitvorming en effectievere targeting.
Het zijn geen producten die vandaag of morgen gereed zijn, maar ze zijn volop in ontwikkeling. Daarbij plaatst Van den Wildenberg een kanttekening. “De verantwoordelijkheid tot handelen moet bij de mens blijven liggen. Het is niet de bedoeling klakkeloos op de resultaten van AI te leunen. Het is nog steeds aan óns om de informatie te checken. Waarmee we ook bezig zijn, is die resultaten te optimaliseren, zodat de technologie de militair zo goed mogelijk kan ondersteunen in diens werk.”
Stokhof: “Ons doel is om op nog grotere schaal meer effect te bereiken voor de luchtmachter.” Foto: sergeant Gregory Fréni
Samenwerking
Na de oprichting van DSC bij de luchtmacht hebben ook de andere operationele commando’s inmiddels een data cell. “Onderling is veel contact”, geeft Stokhof aan. “We willen niet het wiel opnieuw uitvinden, maar elkaar juist versterken door samen te werken aan vraagstukken waarmee ook andere collega’s bezig zijn.
Daarin werken we eveneens nauw samen met kennispartners, zoals TNO.” DSC innoveert en pioniert. “Toch maken we zeker nog niet volledig gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn”, vervolgt Stokhof. “Alles gebeurt binnen ons eigen netwerk. AI vraagt enorme rekenkracht.”
In het oog
De oorlog in Oekraïne maakt dat de toepassingen van data science en AI meer en meer gericht zijn op missies in Hoofdtaak 1, het beschermen van het eigen grondgebied en dat van onze bondgenoten. Maar dat is zeker niet het enige. AI biedt diverse mogelijkheden voor de luchtmacht. Denk bijvoorbeeld aan predictive maintenance: “Het voorspellen wanneer en onder welke omstandigheden een ‘kist’ onderhoud nodig heeft”, vertelt Van den Wildenberg.
Nu de DSC een solide fundament voor datatechnologie heeft gecreëerd, merken beide luchtmachters dat data en AI steeds meer op het netvlies van de luchtmachters staat. “Vanuit het operationeel domein krijgen we regelmatig ideeën hoe onze technologie hun werk zou kunnen veranderen”, aldus Stokhof. En dat is meer dan gewenst: “We grijpen elke kans aan om operationele behoeftestellers te helpen aan een oplossing die hen ondersteunt.”
Van den Wildenberg: “Onze collega’s zijn op hoog niveau met data science en softwareontwikkeling bezig. Maar naarmate de technologie zich ontwikkelt, leggen we de lat ook steeds hoger.” Foto: sergeant Gregory Fréni
Grenzen
Kunstmatige intelligentie in het militaire domein roept ook vragen op. Zoals: hoe ver moeten we willen gaan? Dat is een kwestie waar Van den Wildenberg zich over buigt. Als Chief Data Officer (het office dat sinds 2023 bestaat) kijkt hij naar strategie en beleid door kaders en middelen te ontwikkelen, waarbinnen de data-analisten hun innovatieve werk kunnen doen.
“Autonome systemen raken snel aan grenzen en ethiek. De weerstand is vaak dat AI ‘de mens’ vervangt”, vertelt Van den Wildenberg. “Daarin is de westerse NAVO-gedachte dat we human in the loop willen hebben, dus de mens. AI kan door data-analyse helpen om een beslissing te maken: uiteindelijk is het de mens die op de spreekwoordelijke knop drukt. Transparantie, uitlegbaarheid en verantwoordelijkheid zijn daarin belangrijke pijlers voor de besluitvorming.”
In zijn team is onlangs een digitaal jurist begonnen die zich specialiseert in cyber, data science en AI. Een unicum. “Veel is in dit vakgebied nog onduidelijk. Wanneer is iets bijvoorbeeld civiel gebruik en wanneer militair?”
De overstes zien data science in de toekomst het liefst in alle haarvaten van de luchtmacht. Dicht op de squadrons, om direct bij te kunnen dragen aan de operatie.
Nu, morgen en vooral samen
De luchtmacht zet vol in op digitale transformatie. Onder meer het pionierende werk van de DSC leidde tot de oprichting van een programma Digitale Transformatie. Dat richt zich op het versterken van het digitale vermogen als dé force multiplier voor het Nederlandse lucht- en ruimtewapen. Het gaat niet alleen om het ondersteunen van slagkracht, maar om het vergroten ervan: sneller, slimmer en effectiever opereren – nu, morgen en vooral samen.
De transformatie richt zich op slimmer werken met data, het ontwikkelen van toepassingen dicht bij de gebruiker en het veilig delen van informatie. Inmiddels dragen verschillende ontwikkelteams daaraan bij. Naast de Data Science Cell (DSC) zijn dat het Air Force Software Engineering Center (ASEC), het Robotics Control Center (RCC) en het Workflow & Dashboarding Center (WDC).
Tegelijkertijd vullen projecten gericht op het meten en vergroten van Digitale Volwassenheid, het oprichten van een uitvoerende Digital Capabilities Group en het optuigen van het Battle Management Systeem Keystone de randvoorwaarden in voor een steeds verdere groei in digitaal gedreven slagkracht voor CLRS.
De luchtmacht staat midden in deze transformatie. De verschillende teams groeien in hun werkwijze naar elkaar toe. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van geïntegreerde oplossingen die beter aansluiten op operationele behoeften.