Sla over en ga naar de inhoud
Een verzameling oranje-paarse badges met daarop het getal 75 en de teksten Bandbox en Control & Reporting Centre.

75 jaar luchtgevechtsleding

10 min

Arno Marchand

sergeant-majoor Hilbert Buter en uit collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie 

710 Squadron kijkt terug op afgelopen decennia 

Op de Veluwe kan de wind nog wel eens draaien. Amper vijf jaar geleden was er nog opluchting dat het Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM) open bleef. Door de bezuinigingsnota ‘In het belang van Nederland’ uit 2013 en na het vertrek in 2018 van de militaire luchtverkeersleiding naar Schiphol, was sluiting zelfs voorbestemd. Maar anno 2026 is niets minder waar. De luchtgevechtsleiding (LGL) van het 710 Air Control Squadron zit er stevig in het zadel. En dat al (ruim) 75 jaar. 

Door Russische invallen gevechtsleiding weer onder aandacht gebracht’ 

Commandant 710 Squadron luitenant-kolonel Stuart Lorraine benadrukt dat het gaat om 75 jaar luchtgevechtsleiding. “Het squadron zelf bestaat nog niet zo lang, omdat dat is ontstaan uit diverse samenvoegingen. Nu zijn we de enige eenheid, centraal op Nieuw Milligen, met een radarpost in Wier en een kleine dependance op Vliegbasis Leeuwarden genaamd Highway, maar dat was vroeger niet zo” (zie kader, red).  

Bandbox, zoals de roepnaam van LGL luidt, heeft een belangrijke taak, maar het belang is de afgelopen decennia wel wisselend bekeken. Dagelijks levert de LGL ondersteuning aan oefenende jachtvliegtuigen boven Nederlands grondgebied en oefenzones boven de Noordzee. Het beveiligen en bewaken van het luchtruim wordt vaak wat naar achteren gedrukt, zeker in de tijd van relatieve rust tussen begin jaren 90 en 2014. Lorraine: “De Russische invallen in Oekraïne hebben de gevechtsleiding weer duidelijk onder de aandacht gebracht.” 

Een Track Production Officer met als assistente een sergeant 1 Luva op het Sector Operations Centre/Control and Reporting Centre Nieuw Milligen, eind jaren 60.

Wakker geschrokken 

“De vijand uit de Koude Oorlogstijd is weer terug” geeft Master Controller Assistent adjudant Peter aan, die in 1988 op Nieuw Milligen begon. “Destijds was het ‘gewoon’, je wist niet beter dat ‘wij’ NAVO waren en ‘zij’ het Warschau Pact. Het was een status quo. Wekelijks ging er wel een Quick Reaction Alert uit waarbij F-16’s Bear-bommenwerpers boven de Noordzee onderschepten.

Na de val van de Muur, schaalden we af. Er brak een andere tijd aan waarin Defensie steeds minder belangrijk, en er steeds meer op bezuinigd werd: lang leve de vrede. We stonden als luchtgevechtsleiding niet al te hoog op de ladder, maar na de aanslagen in Amerika van 11 september werden we weer interessant. De Russische inval in De Krim in 2014 was nog wel de ver-van-ons-bed-show: ‘niet in onze achtertuin, dus zo’n vaart zal het wel niet lopen’. Maar in februari 2022 schrok iedereen echt wakker. Door die Russische inval in Oekraïne is de vijand ineens weer terug in Oosten.” 

Navigatiestations Noord (embleem links) en Veluwe zijn samen opgegaan in de Luchtgevechtsleiding, dat weer later 710 Squadron werd. Het embleem van 710 Squadron en de slogan zijn dus overgenomen van NS ‘N’. Het Callsign Highway van ‘Noord’ is overgenomen door de dependance van het CRC op Leeuwarden. 

‘Net als de F-35 ontplooid kunnen optreden’ 


Aanpassen

De oorlog in Oekraïne brengt ook een andere vraag met zich mee. De huidige LGL zit in een prachtige air control room. De ondergrondse bunker wordt in 2009 verlaten, zowel wegens arbeidsomstandigheden, maar ook vanwege de vredessituatie. “Met de huidige realiteit van Russische dreiging, is dat laatste duidelijk veranderd”, geeft de commandant aan. De gevechtsleiding moet dus aanpassen om kwetsbaarheid te verminderen, bijvoorbeeld meer mobiel, verspreid over meerdere locaties opereren. “We werken aan een deployable CRC. Daarvoor verwachten we de komende twee jaar nieuw materieel, waarmee we net als de F-35 ontplooid kunnen optreden in een Hoofdtaak 1-scenario”, vervolgt Lorraine. “Agile Combat Employment geldt dus voor de F-35 net zo als voor ons. Nieuw Milligen is onze thuisbasis, maar daaraan zijn we dus zeker niet alleen gebonden.” 


Twee opnamen van de Medium Power Radar net na plaatsing op Milligen, begin jaren 70. Een paar jaar later wordt de kenmerkende bol er overheen geplaatst. Radar is voor velen niet meer bekend als de afkorting van radio detection and ranging (radiodetectie en afstandsbepaling).

Navigatiestations 

Met de oprichting van Navigatiestation Veluwe (NS ‘V’), als een van de vijf radarposten in het naoorlogse Nederland, begint 1 november 1949 de geschiedenis van de LGL in Nieuw Milligen. Die vijf stations – ook nog A (Achterhoek), G (Groningen), N (Noord-Holland) en Z (Zuid-Holland), zijn geen overbodige luxe. Vijf radarstations verdeeld over het land zijn nodig om een redelijk luchtbeeld op te bouwen.

En dan nog zijn aanvullende visuele waarnemingen nodig vanuit de liefst 276 luchtwachttorens van het Korps Luchtwachtdienst en van diverse radars langs de kust. Daarnaast zijn er twee Sector Operations Centres (SOC’s) in Driebergen en Scheveningen die leiding en sturing geven aan de navigatiestations. Op 15 februari 1950 gaat NS ‘V’ operationeel van start. Op 18 augustus 1958 volgt de oprichting van het Sector Operations Centre/Control and Reporting Center (CRC) dat NAVO-codenaam Bandbox krijgt. 

Linksboven. Foto uit de tijd dat luchtverkeersleiders (voorgrond) nog samen met gevechtsleiders (achtergrond) in de bunker zaten. Rechtsboven: Een nog jonge Eric tijdens zijn opleiding tot fighter controller. Linksonder: Marine (voorgrond) en luchtmacht deden gezamenlijk de fighter control-opleiding, maar werkten ook samen in de ondersteuning van het vliegprogramma. Rechtsonder: In de voorgrond een nog jonge sergeant Peter als assistent-gevechtsleider.

‘Als gevechtsleider onderdeel van het scenario waarin de vlieger vliegt’

Bij gevechtsleiding gaat het vaak over de radar, al dan niet met bol ter bescherming eroverheen geplaatst. Maar Lorraine benadrukt dat het gaat om de mensen die het werk doen, de gevechtsleiders. “Onze Weapons-sectie stuurt vliegtuigen en geleide wapens aan, geeft opdrachten en als extra komt daarbij het geven van tactische informatie. Onze Surveillance-sectie verwerkt de radarinformatie tot een geïntegreerd en geïdentificeerd luchtbeeld en wisselt deze uit met datalinks. Daardoor ben je als gevechtsleider onderdeel van het scenario waarin de vlieger vliegt. Met een eigen technische afdeling zorgen we er zelf voor dat alle sensoren en systemen operationeel blijven” 

De huidige ops room ziet er beduidend anders uit dan die uit de tijd van de bunker, zoals hierboven. Foto: Studio 38C

Radarpost Noord 

Daarvan staat de wieg in Den Helder, bij het Navigatiestation ‘N’. Begin jaren 70 moet de luchtmacht op zoek naar een alternatieve locatie. Dat hoeft alleen een zogenoemde ‘Reporting Post’ te zijn omdat de ‘Control’ op Nieuw Milligen voldoende aanwezig is. In maart 1974 wordt in het Friese Wier, vlakbij Vliegbasis Leeuwarden, Radarpost Noord ingesteld en beginnen de bouwwerkzaamheden voor de Medium Power Radar (MPR).

Die moet informatie boven de Noordzee vergaren, en deze vervolgens met een directe verbinding naar Nieuw Milligen sturen. De officiële ingebruikname is op 22 april 1976. De radar heeft een Europese primeur: een grote bol om de kwetsbare apparatuur van de antenne (de radar) te beschermen. In 1978 krijgt ook de MPR van Nieuw Milligen zo’n koepel. 

De radars van Nieuw Milligen en Wier. Op RPN stonden tijdelijk de oude en nieuwe (Smart-L-radar) naast elkaar. De bol van Nieuw Milligen wordt ontmanteld en de antenne krijgt een plek naast de hoofdingang van Kamp Nieuw Milligen.

Jongensdroom 

Kolonel b.d. Robby Amels is tijdens het vijftigjarig bestaan van de luchtgevechtsleiding, 25 jaar geleden, commandant van het AOCS NM. Na diverse eerdere functies in de LGL-wereld, wordt hij eind jaren 90 voor die functie gebeld door generaal-majoor Dick Berlijn. Hij is dan Commandant Tactische Luchtmacht op het Hoofdkwartier van de luchtmacht in Den Haag. Amels: “Hij vroeg me ‘wil je commandant van het AOCS worden?’ Ik zei toen: ‘Dit is een jongensdroom’. Ik heb daar even naar huis over gebeld en ik heb dat alleen maar medegedeeld. Ik heb niet eens gevraagd of ze het goed vonden. En daarna ben ik naar Milligen gegaan.” 

Op de reünie van vorig jaar staan links (v.l.n.r.) oud Chef-Staf luitenant-kolonel b.d. Hans Brouwers, voormalig AOCS-commandanten kolonel b.d. Erik Burmeister en kolonel b.d Robby Amels. Rechts adjudant Peter en majoor Eric.

Dreiging 

“Zoals Peter al aangeeft, was 9-11 inderdaad het eerste kantelpunt die het belang van LGL aangaf”, zegt Master Controller Eric die in 1997 begint op het AOCS. “Dagelijkse taken werden anders, want ineens was er met civiele vliegtuigen een dreiging voor Nederland aanwezig. We gingen meer trainen voor de air policing-taak en voor Renegade-procedures. Dat is de onderschepping van een civiel vliegtuig waarvan vermoed wordt dat het mogelijk gebruikt wordt voor het plegen van een terroristisch misdrijf. Vroeger kwam de vijand alleen uit het oosten; daarop waren alle scenario’s geschreven.

Nu kan een vijand overal vandaan komen, inclusief space. Daarop moeten we met onze procedures voorbereid zijn. In het trainen in de NAVO-bevelvoeringslijn is ondersteuning voor jachtvliegers maar een deel van onze taak. Als het nodig is, dirigeert het CRC een luchtoorlog in al zijn facetten, zoals we dat oefenen tijdens Frisian en Ramstein Flag. En daarbij ondersteunen we ook het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando, de marine, tankvliegtuigen, en radarobservatievliegtuigen als de AWACS.” 

Vier F-16’s vliegen bij wijze van groet over het AOCS Nieuw Milligen. 

‘Wij beschouwen ons als de non-flying wingman’ 

Vertrouwen

“Wat gevechtsleiding zo leuk maakt, zegt Amels: Het is ‘as close to flying as you can get’. Wij beschouwen ons als de non-flying wingman. Zo zat dat in ons ruggenmerg. Wij waren daar eigenlijk hartstikke trots op. Het is een heel bijzondere specialisatie, vind ik. Want je zit soms midden in het luchtgevecht, maar dan wel op de grond. Er is altijd een behoorlijk goede band geweest tussen controllers en vliegers, een vertrouwensband. Want als zij hun radars uit hadden staan om niet ontdekt te worden, moesten ze volledig op ons kunnen vertrouwen.” 


Het AOCS Nieuw Milligen is geen vliegbasis, maar dat betekent niet dat militaire vliegtuigen de luchtmachtlocatie niet kunnen vinden, zoals deze Italiaanse en Nederlandse C-130, Duitse A400M en Nederlandse F-35 op de reünie van vorig jaar laten zien. 

Alles komt terug 

Surveillance Operator sergeant Ralph begint in januari 2022 met zijn opleiding tot luchtgevechtsleider. Net voordat Rusland Oekraïne binnenvalt, maar midden in coronatijd. “Dat was al raar omdat je veel dingen niet mocht. Maar op een gegeven moment mochten we ook de ops-room niet meer in. Door het nieuws wist je natuurlijk snel wat er aan de hand was. Daar werd je nieuwsgierig van!

Als studenten mochten we pas na afronden van de initiële training weer naar binnen en kwamen we op functie. Dan zie je meer van wat er in het oosten gebeurde, én je ziet in de praktijk dan ook echt bijna alles wat je in de theorie hebt geleerd. En dat was best wel heavy en spannend. Alle kennis komt terug en die kan je heel makkelijk en goed toepassen. Dat vind ik het mooie van ons werk.” 

Links: De E-3A Sentry biedt als Airborne Warning and Control Station (AWACS) een vliegende werkplek aan de LGL-personeel. Rechts: Een gevechtsleider van Nieuw Milligen als surveillance operator aan boord van een AWACS.

Hoogtepunten 

Als je kijkt naar de hoogtepunten in de gevechtsleiding, is met name de concentratie op Nieuw Milligen als hét centrum voor Nederland bijzonder, vindt Amels. “Daar kwamen alle verbindingen samen, opleiding en uitvoering. Het AOCS is daardoor niet meer weg te denken uit de luchtmachtorganisatie. En er zijn talloze pogingen gedaan om Milligen op te heffen, ook in mijn tijd.” Als tweede belangrijk element noemt hij de technologische ontwikkeling, van volledige handmatig – zeg anno Tweede Wereldoorlog – via een elementair computersysteem, naar de huidige moderne omgeving. De derde heel belangrijke ontwikkeling is de komst van het vliegende radarstation AWACS. “Gevechtsleiders die daarop werkten, werden wing-dragend. Dat geeft een zekere uitstraling naar de vliegwereld toe. 

Ik zou willen dat de rol van de gevechtsleiding, die eigenlijk altijd onderbelicht is, nu eens wat meer voor het voetlicht komt. Ik heb er veel gewerkt en mocht uiteindelijk bijna vijf jaar commandant zijn. Een prachtige tijd.” 

De geschiedenis van de LGL is divers en laat zich niet vangen door bovenstaande alleen. Denk aan de eerste inzet van luchtmachtvrouwen, gevechtsleiders en radarpersoneel in Nederlands Nieuw-Guinea, in Italië voor de NAVO-inzet op de Balkan en tijdens de onderschepping van een Russische MiG-23 boven Duitsland.

Een aantal van deze onderwerpen is al eerder aan bod gekomen in de Vliegende Hollander of komt dat nog in een van de komende nummers. 

de Vliegende Hollander

Editie 05 2026