Sla over en ga naar de inhoud
Een bemanningslid van de NH90 staat in de deuropening en is bezig met een vrachtbundel die aan een kabel buiten het toestel hangt.

‘Het was net oorlogsgebied’

7 min

kapitein Arjen de Boer

sergeant Sjoerd Hilckmann

Aanvliegend over zee is aan de Venezolaanse kuststrook niet veel bijzonders te zien. “Maar eenmaal dichterbij zagen we de schade door de aardbevingen”, vertelt luitenant ter zee der 2e klasse oudste categorie (LTZ2OC) Sander. Als Tactical Coördinator (TACCO) van een NH90 draaide hij zo’n twee maanden geleden mee in een noodhulpactie van Defensie in het Caribisch gebied.

Het is even schakelen voor Sander en zijn collega’s. Een draai van 180 graden. Het ene moment ligt alle focus op de bestrijding van drugssmokkelaars op de Caribische Zee. Dan ineens is er de opdracht om noodhulp te verlenen in Venezuela. Daar waren eind juni twee zware aardbevingen met duizenden doden en tienduizenden vermisten tot gevolg.

“We lagen in de haven van Cartagena (stad in Colombia, red.) en hoorden het nieuws over de aardbevingen”, vertelt Sander. “We hadden al snel door dat Venezuela waarschijnlijk onze nieuwe opdracht zou worden.”

Bij elke vlucht kon de NH90 tot duizend kilo hulpgoederen vervoeren.

Noodhulp

Voor de duidelijkheid, met ‘onze nieuwe inzet’, doelt de TACCO niet alleen op de opdracht voor de NH90 van 860 Squadron. Want de noodhulp van eind juni, begin juli is breder van opzet. De helikopter staat aan boord van het Oceangoing Patrol Vessel (OPV) Zr.Ms. Groningen, dat momenteel het stationsschip is in het Caribisch gebied. De Groningen komt op 28 juni als eerste schip aan in de zwaar getroffen Venezolaanse havenstad La Guaira om daar water en voedsel af te geven. “Toen hoefden wij nog niet te vliegen, maar in de dagen erna veranderde dat”, blikt Sander terug.

Anderhalve week lang zijn diverse eenheden bij Venezuela en vanaf Curaçao bezig met de breed opgezette noodhulpoperatie om het leed van de Venezolanen te verzachten. Defensie in het Caribisch gebied coördineert de actie, in afstemming met de Venezolaanse autoriteiten en de Verenigde Naties.

‘Overal gebouwen plat, veel inwoners op straat; mensen op ruïnes, aan het zoeken’

Beeldopbouw

In eerste instantie voert TACCO Sander met de NH90 recce-vluchten uit, verkenningsvluchten in vliegertaal. “Dit alles met toestemming van de Venezolaanse autoriteiten natuurlijk, want het is hun land, hun luchtruim. Daar mogen we niet zomaar vliegen”, legt hij uit. Tijdens die vluchten zijn de bemanningsleden onder de indruk van de schade op de grond. “Vanuit de lucht is het een heftig gezicht. De eerste keer dat we aankwamen in La Guaira, dacht ik: ‘misschien valt het nog mee'. Vanaf het schip ziet dat deel van de stad er namelijk nog oké uit. Maar onze eerste recce-vlucht was een eye opener. De getroffen wijken waren net oorlogsgebied. Overal gebouwen plat, veel inwoners op straat. Mensen op de ruïnes, aan het zoeken. We zagen ook duidelijk de oranje pakken van het Nederlandse USAR (Urban Search and Rescue, red.)-team dat mensen probeerde te redden uit het puin.”

Elke lading moet goed worden vastgesnoerd in bagagenetten om het luchttransport veilig te laten verlopen.

Flexibel werkpaard

Het is kraakhelder dat elke hulp welkom is. En met de boordhelikopter is er veel mogelijk. De focus ligt op het leveren van noodgoederen: drinkwater, voedsel en medische hulpmiddelen. Dit transport gaat met underslung: pakketten tot zo’n duizend kilo zwaar in een net met kabel hangend aan de transporthaak onder de NH90.

Het beladen van de NH90 is een secuur werkje dat vraagt om zorgvuldige communicatie tussen de helikopterbemanning en de collega’s op het vliegdek.

Zo is het mogelijk om vele tonnen hulpgoederen aan land te zetten

Nauwkeurig werken

De boordvliegploeg van Zr.Ms. Groningen zet met behulp van een vorkheftruck vrachten neer op het midden van het helidek. De pallets met bijvoorbeeld waterflesjes of voedselpakketten zijn in grote, zwarte netten ingepakt voor het luchttransport. Aan de netten zitten lussen, geschikt voor de haak onder de heli.

Zo’n actie moet secuur gebeuren. Het schip deint op de golven, terwijl de heli stil hangt en de lading van boord moet tillen. Veiligheid gaat daarbij boven snelheid. Maar al snel hebben de boordvliegploeg en heli-bemanning het klusje in de vingers, waardoor elke vlucht heen en terug slechts vijf minuten duurt. Zo is het mogelijk om vele tonnen hulpgoederen aan land te zetten.

Door een kort lijntje specifieke hulp voor enkele afgelegen dorpen

Op een gegeven moment duurde het pendelen tussen Zr.Ms. Groningen en de dropzone slechts vijf minuten.

Bijzonder tintje

Om het eten en drinken op de goede plekken te krijgen wordt nauw samengewerkt met een civiele hulporganisatie. De boordvliegploeg heeft contact met een defensiecollega die in zijn eigen tijd als vrijwilliger voor deze niet-gouvernementele organisatie (NGO) werkt. Hij is ook nog eens ter plaatse om hulp in ontvangst te nemen. Dit korte lijntje resulteert in specifieke hulp voor enkele afgelegen dorpen. “De commandant van het schip vond het een goed plan, daarom konden we doorgaan”, aldus Sander. “Overigens ook weer mét goedkeuring van Venezuela.”

Nauw contact met een hulporganisatie zorgde ervoor dat er ook hulp op meer afgelegen plekken kon worden gebracht.

Afspraak maken

“Een dag van tevoren spraken we af met de NGO”, gaat Sander verder. “Ze stuurden ons een assessment van de dropzone. Met een fotootje en coördinaat erbij, plus informatie over wat de mensen nodig hebben.” Het voelde goed om de Venezolanen zo te kunnen helpen, blikt Sander terug. “We begonnen natuurlijk met counterdrugs-operaties. Dan ben je mensen aan het tegenhouden die iets crimineels doen. Vervolgens schakel je over naar het helpen van mensen. Dat was heel bijzonder om te mogen meemaken.”

Vanaf Curaçao werd ook een Dash 8 ingezet voor vervoer van personen en hulpgoederen. Dit toestel valt onder de Kustwacht Caribisch Gebied. In de achtergrond een MV-22 Osprey van de Amerikaanse Mariniers.

Veilig beladen

Naast de inzet van Defensie in het Caribisch gebied wordt kort na de ramp het Nederlandse Urban Search & Rescue (USAR) Team Nederland vanaf Eindhoven, via Curaçao ingevlogen met een C-17 van de Heavy Airlift Wing. Op 26 juni vertrekken 64 mannen en vrouwen, acht reddingshonden en 16.000 kilo aan gespecialiseerd materieel naar het getroffen gebied.

Later wordt ook een Mission Support Team (MST) ingezet om het USAR.NL-team inclusief apparatuur en honden terug naar Nederland te krijgen.

Adjudant Stijn is als load controller onderdeel van het MST. “Wij worden ingezet als eenheden hun spullen via luchttransport terug willen sturen naar Nederland, maar als ze niet de kennis hebben om dat goed te regelen”, vertelt Stijn, die in het dagelijks leven werkt bij het Air Mobility Command (AMC, Vliegbasis Eindhoven).

Zijn team checkt de vracht en of die veilig kan worden vervoerd. “We controleren op gevaarlijke stoffen en verboden goederen. Na akkoord bouwen we samen de vliegtuigplaten op waarop de vracht komt te staan. Pas dan kan alles veilig worden beladen.”

Eenmaal in Venezuela heeft Stijn contact met USAR.NL. Samen maken ze een plan voor de terugverplaatsing naar Nederland. “Dan begint de inname van bagage en de controle. Alles conform regelgeving. Dat is een secuur werkje”, zegt Stijn. “Het is fijn dat we een team als USAR.NL kunnen ontzorgen, zodat ze naar huis kunnen. Zonder dat ze allerlei uitdagingen hebben om thuis te komen. Dat nemen wij hen uit handen.”

Load controllers van het AMC weten alles van een veilige belading van vliegtuigen. “Dat is een secuur werkje”, zegt Stijn.

de Vliegende Hollander

Editie 07 2026