Stijn Jaspers
sergeant Sjoerd Hilckmann
KLu-familie van drie generaties
De één begeleidt Dienjaarders, de ander verleent medische zorg tijdens oefeningen en inzet, terwijl de derde werkt aan vernieuwend personeelsbeleid. Jessica en haar dochters Pleun en Renske hebben totaal verschillende functies, maar delen een passie voor de Koninklijke Luchtmacht (KLu). In dit gezin is de ‘KLu’ al drie generaties lang onderdeel van het leven.
Moeder Jessica is burgermedewerker. Dochters Pleun en Renske militair. En als het aan vader René had gelegen, zat hij ook bij de luchtmacht. Aan deze keukentafel gaat het vaak over dat onderwerp!
‘Vrienden hebben het woord sekte weleens laten vallen’
Wie bij dit gezin aanschuift, moet niet vreemd opkijken als afkortingen als DHC, OGZ, MTF, AMO en PMO net zo makkelijk over tafel vliegen als de Chinooks boven Gilze-Rijen. Voor buitenstaanders vaak abracadabra, voor Jessica, Renske en Pleun dagelijkse kost.
"Vrienden hebben het woord sekte weleens laten vallen, zoveel praten we over de luchtmacht, zegt een van de zussen met een lach. “Het is ons favoriete gespreksonderwerp.” En hun broer, voelt die zich niet buitengesloten? “Nee hoor’, zegt Pleun. “Hij zit óók bij de luchtmacht, bij de Luchtvaarttroepen op Vliegbasis Volkel. Maar voor deze gelegenheid blijft hij liever buiten beeld.”
Stamboom
De luchtmacht, maar ook de landmacht, lopen als een rode draad door dit gezin uit het Brabantse Goirle. De vader van Jessica werkt in de jaren zeventig en tachtig bij de genie. Het gezin woont onder andere vijf jaar op de Duitse Legerplaats Seedorf. Jessica’s vader wordt uiteindelijk op Woensdrecht geplaatst. Net buiten de vliegbasis werkt hij op een zogenoemde ‘dienstkring’ van de Dienst Vastgoed Defensie (DVD). Het gezin woont in Ossendrecht naast René – de latere echtgenoot van Jessica – en zijn ouders. Hier vormt zich de basis van dit KLu-gezin.
De vader van René is leidinggevende bij de personeelsdienst van de luchtmacht. Het gezin woont onder andere elf jaar in het Belgische Mons (Bergen) waar hij werkt bij het Supreme Headquarters Allied Powers Europe, het centrale militaire commandocentrum van de NAVO. Daarna verhuist het gezin naar Duitsland waar de vader werkt op vliegbasis Geilenkirchen waar de AWACS-radarvliegtuigen van de NAVO staan. Uiteindelijk wordt ook hij op Woensdrecht geplaatst. René en Jessica worden buren in Ossendrecht en de rest is geschiedenis.
‘Nu was ik zonder twijfel beroeps geworden’
Wie: Jessica (56)
Wat: Junior coördinator Team Dienjaar
Waar: Defensie Helikopter Commando (DHC), Vliegbasis Gilze-Rijen
In dienst: 1990
“Het Team Dienjaar coördineert, samen met Bureau Stage, het matchen van Dienjaarders en stagiairs aan een geschikte afdeling. In ons geval op functies bij het DHC. Superleuk werk om potentieel nieuwe militairen binnen te halen. Steeds meer mensen blijven ook; als beroepsmilitair of reservist. Ik werk nu 36 jaar bij Defensie en heb wel mijn roeping gemist. Toen ik in 1990 bij de luchtmacht begon, en via omzwervingen bij de voormalige DVD en landmacht, weer terugkeerde bij de luchtmacht, waren de opties om militair te worden, of zoals nu reservist, niet zo gangbaar. Nu was ik zonder twijfel beroepsmilitair geworden. Een van de bijzonderste operationele dingen die ik als burgermedewerker heb meegemaakt, was niet zo lang geleden. Ik was oefenslachtoffer op Maritiem Vliegkamp De Kooy. Met een infuus in de arm en artsen en verpleegkundigen om me heen, werd ik gehoist en in-en uitgeladen in een NH90. Spectaculair!”
‘De luchtmacht is ook echt een familiebedrijf’
Jessica werkt al 36 jaar bij Defensie. Het binnenhalen van potentieel nieuwe militairen via het Dienjaar vindt ze superleuk.
Zweefvliegen en kleurenblind
Ook René heeft het luchtmachtvirus. “Mijn liefde voor de luchtmacht begon in Duitsland. De slaapkamer van mijn broer en mij stond vol met F-15- en F-16- modelvliegtuigen. Het was vlieger worden of niets. Mijn vakkenpakket op de middelbare school gooide ik hiervoor helemaal om. Ik volgde natuur- en scheikunde, niet mijn favorieten, maar wel nodig om vlieger te worden. Op mijn veertiende startte ik met zweefvliegen. Op mijn zestiende vloog ik alleen. Dat mocht in Duitsland.”
Een diagnose kleurenblindheid gooit echter roet in het eten. René laat zijn droom varen en kiest voor een carrière in de marketing en is partner bij een merkstrategiebureau. “Maar de liefde voor de luchtmacht is nooit verdwenen. En dankzij mijn vrouw en kinderen blijf ik onderdeel van een KLu-familie.”
Jessica beaamt dit. “Wij zijn als gezin sterk met de luchtmacht verbonden. Het zit in ons DNA. Maar de luchtmacht is ook echt een familiebedrijf. Collega’s zoeken elkaar ook buiten werktijd op. En tijdens oefeningen en uitzendingen weet het thuisfront elkaar ook te vinden. René is onderdeel van deze familie.”
‘Ik kom net kijken, maar zit op mijn plek’
Wie: Korporaal Pleun (20)
Wat: Algemeen Geneeskundig Verzorger (AGV), Operationele Gezondheidszorg (OGZ)
Waar: DHC, Vliegbasis Gilze-Rijen
In dienst: 2025
“Na mijn havo-eindexamen had ik geen idee wat ik wilde. Het Dienjaar bij Defensie leek een goede manier om hierachter te komen. En zo niet, zou ik na dat jaar verder kijken. Het bleek het perfecte tussenjaar. Ik zat snel op mijn plek. Sinds maart ben ik beroepsmilitair. Tijdens het Dienjaar nam ik vorig jaar deel aan de oefening Falcon Autumn in Polen als oefenvijand voor de Apaches. En dit jaar oefenden we een paar weken op Fort Hood in de Amerikaanse staat Texas. Ik heb vrienden die zouden betalen om dit allemaal mee te maken. Maar ik krijg zelfs een oefentoelage. Het operationele deel van de OGZ vind ik het leukst. Ik assisteer artsen en verpleegkundigen die werken in de Medical Treatment Facility (MTF, red.). In ons geval is dat de MTF van Role 1, het veldhospitaal dat doorgaans vlak achter het front staat. Maar we rijden ook zelf onze Scania-vrachtwagens en ziekenauto’s. Het rijbewijs C heb ik al op zak. We trainen op dit moment steeds meer scenario’s die lijken op het gevecht in Oekraïne, zoals dreiging en slachtoffers door drones. Sinds ik militair ben, volg ik veel meer wat er in de wereld speelt. Ik ben dan ook niet bang om uitgezonden te worden.”
‘Ik kom net kijken, maar zit op mijn plek’
Wie: Korporaal Pleun (20)
Wat: Algemeen Geneeskundig Verzorger (AGV), Operationele Gezondheidszorg (OGZ)
Waar: DHC, Vliegbasis Gilze-Rijen
In dienst: 2025
“Na mijn havo-eindexamen had ik geen idee wat ik wilde. Het Dienjaar bij Defensie leek een goede manier om hierachter te komen. En zo niet, zou ik na dat jaar verder kijken. Het bleek het perfecte tussenjaar. Ik zat snel op mijn plek. Sinds maart ben ik beroepsmilitair. Tijdens het Dienjaar nam ik vorig jaar deel aan de oefening Falcon Autumn in Polen als oefenvijand voor de Apaches. En dit jaar oefenden we een paar weken op Fort Hood in de Amerikaanse staat Texas. Ik heb vrienden die zouden betalen om dit allemaal mee te maken. Maar ik krijg zelfs een oefentoelage. Het operationele deel van de OGZ vind ik het leukst. Ik assisteer artsen en verpleegkundigen die werken in de Medical Treatment Facility (MTF, red.). In ons geval is dat de MTF van Role 1, het veldhospitaal dat doorgaans vlak achter het front staat. Maar we rijden ook zelf onze Scania-vrachtwagens en ziekenauto’s. Het rijbewijs C heb ik al op zak. We trainen op dit moment steeds meer scenario’s die lijken op het gevecht in Oekraïne, zoals dreiging en slachtoffers door drones. Sinds ik militair ben, volg ik veel meer wat er in de wereld speelt. Ik ben dan ook niet bang om uitgezonden te worden.”
‘Niet mauwen, maar sjouwen’
Pleun is pas sinds maart beroepsmilitair, maar zit helemaal op haar plek. Ze is niet bang om uitgezonden te worden.
Baan via stage
De weg naar de luchtmacht via het Dienjaar is voor Pleun en Renske een logische route door het werk van hun moeder, maar niet de enige reden om voor dit krijgsmachtdeel te kiezen. Renske: “Ik zag mezelf nooit als militair. In het klassieke beeld van een vechtende soldaat. Tijdens mijn hbo-opleiding kwam ik acht jaar geleden via mijn moeder terecht op Gilze-Rijen voor een oriënterend gesprek in verband met een stageopdracht. Toen zag ik pas welke specialistische functies er allemaal zijn bij de luchtmacht. Dat heeft mijn ogen geopend om ook binnen mijn vakgebied hier werk te vinden.” Op de vraag of Renske zich nog steeds niet als militair ziet, reageert zij ontkennend. “Ik bén militair. En ik vond het groene deel van de PMO (Primaire Militaire Officiersopleiding, red) geweldig. ‘Niet mauwen, maar sjouwen’, zoals Pleun zegt.”
Zus en neef
Ook Jessica’s zus en haar zoon hebben Defensie in hun hart gesloten. Haar zus is ooit Kort Verband Vrijwilliger (KVV'er). Een knieblessure en de afloop van het KVV-contract staan een verdere militaire carrière in de weg. Maar sinds dit jaar is zij reservist en houdt zij zich bij de marine bezig met recruitment op het Marine Etablissement Amsterdam. Haar zoon volgt als toekomstige marineofficier sinds 2025 een opleiding bij het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder.
‘Ik ben als burgermedewerker begonnen’
Wie: Tweede luitenant Renske (26)
Wat: Medewerker team HR-vernieuwing
Waar: Air Mobility Command, Vliegbasis Eindhoven
In dienst: 2025
“De manier waarop ik bij de luchtmacht ben binnengekomen, past helemaal bij het onderwerp waarmee ik me bezighoud; HR-vernieuwing. Daarbij worden creativiteit en flexibiliteit steeds belangrijker om personeel aan te trekken en te behouden. Ik ben drie maanden voor de start van het Specialistisch Dienjaar als burger aangenomen omdat dit beter aansloot bij de opzegtermijn van mijn vorige baan. De luchtmacht heeft echt meegedacht om ervoor te zorgen mij alvast binnen te halen. Niet lang daarna kwam onverwacht een plek vrij voor de PMO aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Door deze unieke kans kon ik last minute de keuze maken om de 22-weekse PMO te doen, waarvan ik geen moment spijt had. Afgelopen juli verliet ik de KMA met blauwe baret in de rang van tweede luitenant. Ik heb veel zin in de rest van mijn Dienjaar.”
Renske werkt aan HR-vernieuwing om creatiever en flexibeler personeel aan te trekken en te behouden. Een manier van werken waardoor ook zij is binnengehaald.
Trots en kameraadschap
In het hele gezin heerst trots en kameraadschap. “Onze broer heeft niets verklapt over de AMO”, vertelt Pleun. “Hij wilde wel eens zien hoe zijn zusjes dit zouden doorstaan. Een gezonde strijd tussen broer en zussen. Maar trots dat hij was toen we beide onze baret kregen!”
Ook opa van vaderskant kan zijn trots niet verbergen. Renske leest hardop de lieve appjes van opa voor. ‘Mijn baretje gaat af voor jou’ en ‘jouw baret gaat op’. ‘Goed gedaan meisjes, een leuke tijd bij de KLu’.
Als het kan reizen moeder Jessica en dochter Pleun samen naar het werk.
Ook de omgeving is trots op deze KLu-familie. Vrienden en buren vinden het stoer en zijn nieuwsgierig naar wat het werk allemaal inhoudt. Jessica vertelt dat zij wel eens de vraag heeft gekregen hoe graag ze haar kinderen kwijt wil, aangezien ze allemaal militair zijn. Dat soort vragen pareert Jessica direct. “Als er stront aan de knikker is, staan mijn kinderen klaar. Zij en hun collega’s komen dan in actie om Nederland te beschermen.”