kapitein Kirsten de Vries
sergeant Jasper Verolme
Een reorganisatie en een kinderwens zorgden ervoor dat korporaal 1 Mike Vleeming na drie missies en elf jaar trouwe dienst Defensie in 2013 vaarwel zegt. Hij probeert zijn draai vervolgens te vinden als internationaal chauffeur, maar het ‘groene pak’ blijft in zijn hoofd rondspoken. Verveling en de zoektocht naar spanning brengen hem uiteindelijk enkele maanden geleden terug naar de luchtmacht. Dit keer (misschien wel) voorgoed.
Profiel
Korporaal 1 Mike Vleeming (41)
Eerste dienstperiode: maart 2002–eind 2013
Functie en eenheid toen: Chauffeur bij 270 Munitiecompagnie, Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie en 951 Squadron
Opnieuw in dienst: mei 2026
Functie en eenheid nu: Brandstoftankwagenchauffeur bij 800 Squadron van het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC)
“Ik ben geboren en getogen in Duitsland. Mijn stiefvader en vader werkten allebei bij Defensie. Wij woonden bovendien in een wijk met alleen maar militairen. Dus ik groeide echt op tussen de groene pakken. Daarnaast was leren gewoon niet mijn ding en ik ging uiteindelijk voortijdig van school zonder diploma. Ik was ook wel een klein beetje een rebel, dus de discipline die ik bij Defensie vond, was bijna noodzakelijk, om het zo maar te zeggen.”
Na 12,5 jaar is Mike weer terug bij Defensie. En daar is hij maar wat blij mee. “Het voelt als thuiskomen.”
‘Ik voel me bij de luchtmacht op mijn plek’
Eén team, één taak
“In maart 2002 ben ik opgekomen bij de landmacht. Ik begon als chauffeur bij 270 Munitiecompagnie in ’t Harde, waar ik vijf jaar zat. Daarna ging ik naar Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie op Vliegbasis Eindhoven. Vervolgens stapte ik over naar de luchtmacht. Ik ben altijd chauffeur geweest, maar ik merkte dat ik te amicaal ben voor de landmacht. Bij de luchtmacht is er óók een onderscheid in rang, maar als er iets moet gebeuren, doen we het met z’n allen. Dan staat ook de kapitein gewoon met z’n handjes te wapperen. Eén team, één taak. Ik voel me bij de luchtmacht gewoon meer op mijn plek. Bovendien woonde ik in Venray en dat is nog geen kwartier met de auto naar Vredepeel, waar ik toen werkte, net als nu.”
In zijn rol als chauffeur van 800 Squadron van het DGLC heeft Mike veel verschillende taken: hij rijdt bijvoorbeeld op de heftruck of haalt mensen op met een PNOD.
Chauffeur
“In 2004 ging ik op missie naar Irak, met de genie mee voor de waterzuivering. Een jaar later tijdens een volgende uitzending moest ik alle munitie die in Irak en Koeweit aanwezig was, controleren. Alles wat niet meer goed genoeg was voor gebruik, vernietigden we. Dat was een hele gave uitzending. Ik deed heel veel verschillende dingen bij Defensie, maar op een gegeven moment kwam er een reorganisatie. Mijn onderdeel, 951 Squadron, werd opgeheven. De vraag was: waar plaatsen ‘ze’ me dan? Op dat moment wilden mijn toenmalige vrouw en ik graag aan kinderen beginnen en ik wilde ervoor zorgen dat zij thuis kon blijven terwijl ik werkte. Maar met mijn korporaalssalaris van destijds ging ik dat niet fixen. Er was vanuit Defensie een regeling met een stimuleringspremie: ik kon een cursus naar keuze krijgen en ik werd aan Randstad (uitzendbureau, red.) gekoppeld. Dus voor mij was het aantrekkelijk om op dat moment te stoppen als militair.”
Tijdens zijn eerste dienstperiode ging Mike (op beide foto's rechts) meerdere keren op missie. Naast Irak en Koeweit ging hij naar Afghanistan, waar deze foto’s gemaakt zijn.
Foto’s: privéarchief korporaal 1 Mike Vleeming
“Ik had zo’n beetje alle rijbewijzen die je kunt krijgen en dus ben ik internationaal gaan rijden. Dan verdien je een stuk meer dan als een nationaal chauffeur. Ik begon als kiepwagenchauffeur voor een bedrijf dat ook werkte met betonmixers. Dat laatste was iets meer nationaal en dan had je nog wel eens de kans dat je ’s avonds thuis was, maar over het algemeen reed ik op de kiepwagen. Dan ging je maandagochtend weg en kwam je vrijdagavond thuis.”
Er zijn wel wat dingen veranderd in de tijd dat Mike weg was bij Defensie. Soms is dat nog best even wennen. “Als ik bijvoorbeeld een medische afspraak heb, krijg je die gewoon in je eigen inbox binnen in plaats van alleen in je militaire. Dat was vroeger net wat meer gescheiden. Het militaire en privé en loopt nu meer in elkaar over.”
‘Mensen bij Defensie hebben wat voor elkaar over’
Elke dag wat anders
“Het was mijn eerste functie sinds mijn zeventiende buiten Defensie en ik had heel veel moeite om er mijn draai te vinden. Op de kiepwagen rijd je een bepaalde route en dat doe je vier, vijf keer per week. Het kan zijn dat je misschien één keer een andere route neemt, maar dat is het dan ook wel. Je bent heel vaak hetzelfde aan het doen. Op een gegeven moment vind je daarin geen uitdaging meer en is het niet langer leuk en spannend. Bij Defensie doe je elke dag wat anders; je bent met de heftruck bezig, je pakt een PNOD en haalt personeel op dat naar het Centraal Militair Hospitaal moet of je verplaatst pallets. Bovendien hebben mensen bij Defensie wat voor elkaar over.”
“Bij Defensie is elke dag anders en dat is wat het voor mij ook spannend houdt.”
“De collega’s bij Defensie zijn heel anders dan die in de burgermaatschappij. Hier hebben mensen wat voor elkaar over. Je hoeft elkaar niet te mogen, maar iedereen snapt wel dat je het met elkaar moet doen.”
‘Op een paar kleine omscholingen na ben ik weer inzetbaar’
Hocus pocus
“Nu heb ik een vriendin die het helemaal leuk vindt als ik in mijn groene pak thuiskom. Sinds mei ben ik terug bij Defensie en bij de luchtmacht. Het proces daarnaartoe duurde veel langer dan ik hoopte. Over alle testen die je moet doen gaat nogal wat tijd, maar gelukkig kende ik mensen die mij konden begeleiden in het traject. Ik wilde sowieso weer als chauffeur binnenkomen, omdat dat voor mij het makkelijkste is aangezien ik een hoop rijbewijzen heb. Op een paar kleine omscholingen na, zoals voor de nieuwe Scania en de Amarok, ben ik gelijk weer inzetbaar. Ik moet alleen mijn busrijbewijs nog halen. Daarnaast wil ik graag een studie volgen, want ik wil onderofficier worden.”
Mike is bij Defensie snel weer inzetbaar, omdat hij de meeste rijbewijzen al heeft. Alleen zijn busrijbewijs moet hij nog halen. “Dat is me destijds ook wel eens gevraagd”, vertelt hij lachend. “Maar ik dacht: ik hoef niet 52 van die betweters achterin.”
“Terugkeren bij Defensie voelt als thuiskomen. Het is een heel warm en fijn welkom. Ik moest even wennen aan de computersystemen, want ik ben een enorme digibeet. Hoe je bijvoorbeeld verlof aanvraagt of alle apps die er tegenwoordig zijn; dat was voor mij hocus pocus. Maar de collega’s vingen mij heel fijn op hier bij 800 Squadron en ik kon alles vragen. Dus het terugkomen was uiteindelijk heel makkelijk. Het voelt weer als vanouds.”