Evert Brouwer
Diversen
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag gaan we terug naar naar 20 maart 2003. Die dag gaat Operation Iraqi Freedom van start.
De Verenigde Staten en een aantal bondgenoten beginnen na intensieve luchtaanvallen een grondoffensief tegen Irak. Het doel is om het regime van dictator Saddam Hussein omver te werpen. Hij beschikt over massavernietigingswapens, steunt terroristengroepen en bedreigt daarmee de hele wereld, zo luidt de uitleg om het land binnen te vallen (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) .
President George W. Bush (links), minister van Defensie Donald Rumsfeld en de chairman of the Joint Chiefs of Staff, generaal Peter Pace in het Pentagon voor een bijeenkomst over de situatie in Irak. (Foto: ministerie van Defensie VS)
Ruggengraat
De Amerikaanse president George W. Bush staat als Commander in Chief aan het hoofd van de inval. De uitvoering van de militaire operatie ligt in handen van generaal Tommy Franks, commandant van het United States Central Command (CENTCOM). Hij voert de troepenmacht aan van ongeveer honderdzestigduizend man, van wie het overgrote deel Amerikaanse militairen. Hoewel de VS en het Verenigd Koninkrijk de ruggengraat van de invasie vormen, steunt de zogenoemde Coalition of the Willing de invasie. Het gaat om circa dertig landen.
De Amerikaanse troepen rukken snel op naar Bagdad.
Binnen drie weken staan de troepen aan de poorten van Bagdad
Snelle opmars
De verovering van het land gaat rap. De snelle opmars, mede mogelijk gemaakt door het luchtoverwicht en precisiebombardementen, overrompelt het Iraakse leger. Binnen drie weken staan de coalitietroepen aan de poorten van Bagdad.
De prijs van deze bliksemoorlog is aan geallieerde kant relatief beperkt. Tijdens de grote gevechtshandelingen in maart en april 2003 sneuvelen 139 Amerikaanse en 33 Britse soldaten. Aan Iraakse kant zijn de aantallen moeilijker vast te stellen door de chaos van de ineenstorting van het leger en het gebrek aan betrouwbare registraties.
De commandant van de troepen tijdens Iraqi Freedom, generaal Tommy Franks. (Foto: US Army)
Opstand
De cijfers staan in schril contrast met de verliezen in de daaropvolgende jaren tijdens de bezetting en de opstand die volgt. Daarbij gaat het om 4.500 Amerikaanse en 180 Britse militairen. Aan Iraakse kant lopen de schattingen uiteen van 200.000 tot 450.000 burgers en militairen. Op 1 mei 2003 verklaart president Bush onder het beroemde spandoek met de woorden ‘Mission Accomplished’ dat de grote gevechtshandelingen voorbij zijn.
Nederlandse militairen in een Mercedes Benz op patrouille in Irak, juli 2004. (Foto: archief NIMH)
Frankrijk en Duitsland veroordelen de inval
Nederland: ‘politieke steun’
Tijdens Operatie Iraqi Freedom beperkt het kabinet-Balkenende I zich, net als Spanje en Italië, tot politieke steun. Maar Frankrijk en Duitsland veroordelen de Amerikaanse agressie en dat veroorzaakt spanningen binnen zowel de EU als de NAVO.
Operatie Iraqi Freedom dreunt nog jarenlang na in Irak, ook voor Nederland. Na beëindiging van de grondoorlog, draagt ons land wel bij aan de Stabilisation Force Iraq (SFIR). De ministerraad gaat 6 mei 2003 akkoord met de inzet van een versterkt mariniersbataljon in de provincie Al-Muthanna in het Britse divisievak.
Dat bataljon bestaat uit drie infanteriecompagnieën en een verzorgingscompagnie. Versterking komt er van een geniecompagnie, een helikopterdetachement, een National Support Element (een logistieke eenheid) en een veldhospitaal. Daar voegt de regering in 2004 nog een Fokker-60 van de Koninklijke Luchtmacht aan toe. Die is met name bedoeld voor steun aan het voedselprogramma in Irak.
Een Fokker F-60 van 334 Squadron op Marka International Airport, te Amman (Jordanië), voor het World Food Program in Irak. De bovenzijde van de vleugel van de F-60 wordt voorzien van (sticker)opschriften. (Foto: archief NIMH)
Twee doden
Nadat de mariniers begin 2004 door een bataljon van de landmacht zijn afgelost, verslechtert de veiligheidssituatie. Dat komt door ontwikkelingen in andere delen van Irak. Nederlandse militairen raken steeds vaker bij gewapende incidenten betrokken. Twee Nederlandse militairen komen door aanslagen om het leven: op 10 mei 2004 sergeant Dave Steensma (12 Infanteriebataljon Luchtmobiel) en op 14 augustus van dat jaar wachtmeester der eerste klasse Jeroen Severs (Koninklijke Marechaussee).
Begin maart 2005 dragen de Nederlanders de gebiedsverantwoordelijkheid over aan Britse troepen. Er zijn dan in totaal zo’n zevenduizend Nederlandse militairen betrokken geweest bij de SFIR-missie.