Stijn Jaspers en LTZ 2OC (SD) Joost Margés
Archief Mediacentrum Defensie e.a.
Slimme drone-oplossing voor opsporen van landmijnen
Vier middelbare scholieren uit Almere hebben samen met Defensie en TNO een veelbelovende stap gezet in de strijd tegen landmijnen. Hun onderzoek naar het combineren van sensorgegevens brengt een veilige oplossing dichterbij: drones die zelfstandig mijnen kunnen opsporen. Het leverde het viertal een nominatie op voor de Marc Cornelissen Brightlands Young Talent Award 2026.
Leerlingen Tarek, Mila, Mykyta en Radu van de Helen Parkhurst-school werkten het afgelopen jaar aan hun ambitieuze eindexamenwerkstuk van het technasium: de Meesterproef. Het technasiumonderwijs is bedoeld voor HAVO- en VWO-leerlingen met interesse voor de toepassing van bètagerichte vakken. Hun motivatie bestond uit veel meer dan het halen van een voldoende.
Mykyta komt uit Oekraïne. Maar liefst een kwart van het land is door de Russische invasie met mijnen bezaaid. Hiermee is Oekraïne het meest met mijnen bezaaide land ter wereld. Een triest record. Wereldwijd liggen er tientallen miljoenen explosieven verborgen in de grond, die vaak handmatig moeten worden opgespoord. Dat is niet alleen tijdrovend, maar vooral gevaarlijk werk.
Tarek, Mila, Mykyta en Radu werden genomineerd voor de Marc Cornelissen Brightlands Young Talent Award 2026. Rechts van ze staat luitenant-kolonel Johan Kranenburg.
Sensorfusie
Om dat probleem aan te pakken, richtten de scholieren zich op zogenoemde sensorfusie: het combineren van gegevens uit verschillende sensoren, om een nauwkeuriger beeld te krijgen. Dat deden ze door allereerst uit te zoeken welke sensoren elkaar aanvullen. Vervolgens bekeken ze hoe de data uit de sensoren geïntegreerd moesten worden. Hiervoor maakte het viertal gebruik van een metaaldetector en een grondradar.
“Het is de kunst om de informatie van alle sensoren te integreren”, zegt luitenant-kolonel Johan Kranenburg. Hij is Commandant Defence Expertise Centre Military Engineering en vanuit Defensie een van de begeleiders van de scholieren.
“Als je die datafusie voor elkaar krijgt, dan kun je het onzichtbare zichtbaar maken en heel precies de locatie van mijnen lokaliseren”, vervolgt Kranenburg. “Zeker met een drone, waarmee je over een bemijnd gebied kan vliegen dat normaal gesproken niet toegankelijk is. Eigenlijk moeten we vol inzetten op deze techniek, want dit kan ons werk enorm versnellen. Het concept is goud waard.”
De leerlingen maakten onder meer gebruik van de techniek van een metaaldetector. Net als de Genie binnen Defensie.
OTCGenie en TNO
De samenwerking met het Opleidings- en Trainingscentrum Genie (OTCGenie) in Vught gaf het project een militaire en praktische invalshoek. Tegelijkertijd bood TNO technische begeleiding bij de complexe data-analyse. Wat namelijk begon als een theoretisch onderzoek, groeide al snel uit tot een serieus technologisch vraagstuk op universitair niveau. De vier leerlingen zijn begeleid door Daniela Deiana, programmaleider van het contour V2515 Mobiliteit en Contramobiliteit in Landoptreden.
Dit kan ons werk enorm versnellen
Zelf drone bouwen
Eerst hadden de leerlingen grootse plannen: ze wilden zelf een drone bouwen die mijnen kon opsporen én onschadelijk maken. Dat bleek uiteindelijk niet haalbaar, onder andere vanwege beperkte begeleiding en middelen. In plaats daarvan verlegden ze hun focus naar de kern van het probleem: het automatisch analyseren van sensordata.
Dat bleek een slimme zet. Het viertal ontwikkelde twee algoritmen die de werkelijke objectpositie van een mogelijk explosief onder de grond in GPR- en magnetometerscans markeren. Om heel precies te zijn, werkt het als volgt: het GPR-algoritme gebruikt kandidaatherkenning met selectie op basis van intensiteit en hyperboolvorm. Voor magnetometerdata is het Analytic Signal (AS) toegepast om de dipoolpositie te bepalen uit de gemeten veldverdeling.
Deze automatisering is belangrijk, omdat het menselijke fouten vermindert en het proces aanzienlijk versnelt. De combinatie van snelheid en nauwkeurigheid is essentieel in moderne operaties. Eén sensor alleen is vaak niet betrouwbaar genoeg, maar door meerdere technieken te combineren ontstaat een completer en betrouwbaarder beeld.
De volgende stap is om het systeem in de toekomst op of onder een drone te plaatsen, zodat deze zelfstandig gebieden kan scannen.
Voor ontmijning zet Defensie voertuigen als de Kodiak in. Drones kunnen het werk van de Kodiak vergemakkelijken.
Nominatie
Hoewel het project nog in ontwikkeling is, zijn de resultaten veelbelovend. Het onderzoek leverde de scholieren een nominatie op voor de Marc Cornelissen Brightlands Young Talent Award 2026, een prijs voor jonge talenten die werken aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen.
Hoewel zij niet met de eerste prijs aan de haal gingen, is luitenant-kolonel Kranenburg vol lof. Hij ziet er toekomst in. “Wat zij bedacht hebben is weliswaar niet totaal nieuw, maar wel dé oplossingsrichting die we echt op moeten gaan. Dus met een of meerdere onbemande systemen en elkaar aanvullende sensoren data vergaren van mogelijke locaties waar mijnen liggen.”
Dit is de oplossingsrichting die we echt op moeten gaan
Technologie in conflictgebieden
Hun eindexamenwerkstuk laat zien dat ook middelbare scholieren een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van complexe wereldproblemen. Met hun onderzoek hebben ze niet alleen technische kennis opgedaan, maar ook laten zien hoe technologie kan bijdragen aan veiligheid in conflictgebieden.
De hoop is dat dit soort innovaties in de toekomst echt levens gaan redden. En in het geval van landmijnen is dat broodnodig. Naar schatting liggen er meer dan honderdtien miljoen landmijnen begraven in meer dan zestig landen. Dagelijks vallen hierdoor tien tot vijftien slachtoffers, van wie meer dan de helft kinderen.
Meer weten over het project? Bekijk onderstaande video van het Defensiejournaal.