kapitein Arjen de Boer
sergeant Wessel Zuijderduin en Heidie Mulder-Stoffer
Onderzoek naar drie andere branden op militair terreinen nog in volle gang
De grote brand op Artillerie Schietkamp ’t Harde blijkt veroorzaakt door een militaire oefening waarbij springstoffen zijn gebruikt. Dit bleek gisteren uit onderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KMar). Staatssecretaris Derk Boswijk reageerde op X: “De impact op omwonenden en de leefomgeving is groot. Samen met de veiligheidsregio’s herzien we onze procedures. Tot die tijd zijn oefeningen bij droogte aangepast.” De marechaussee onderzoekt ook nog drie andere branden op defensieterreinen. De Defensiekrant beantwoordt 5 vragen over dit onderwerp.
Wat was er ook alweer aan de hand?
Vorige week ontstonden in korte tijd meerdere branden op defensieterreinen waar op dat moment militairen aan het oefenen waren. Het vuur zorgde bijvoorbeeld op Artillerie Schietkamp ’t Harde (ASK) voor veel rookontwikkeling en er was grootschalige inzet van hulpdiensten nodig om de vlammen onder controle te krijgen. Door de heersende droogte kon het vuur makkelijk om zich heen grijpen. De harde wind maakte de bluswerkzaamheden lastig.
Uiteindelijk zijn de branden wel geblust. Defensie gebruikte hiervoor eigen materieel zoals bluswagens en helikopters. Er was ook veel hulp van civiele brandweer uit binnen- en buitenland.
Wat is er nu bekend over de oorzaak?
Een geplande oefening met springstoffen is de oorzaak voor de grote brand die vorige week donderdag ontstond op Artillerie Schietkamp ’t Harde, maakte de KMar gisteren bekend. “Uit het feitenonderzoek komt naar voren dat de eenheid de oefening correct had aangevraagd en dat het springplan vooraf was goedgekeurd door de relevante autoriteiten van het ASK”, aldus de marechaussee op haar eigen website.
“Het meest aannemelijke scenario voor het ontstaan van de brand is een technische samenloop van omstandigheden. Tijdens het springen van de mijnen zijn er vermoedelijk gloeiend hete deeltjes, zoals glasvezelresten van oudere mijnen en resten van de gebruikte brandfakkels, uit de springkuil geslingerd.”
Dronebeelden gemaakt tijdens de oefening bevestigen deze conclusie. “Door de specifieke omstandigheden ter plaatse breidde het vuur zich zeer snel uit tot een grote vuurzee.” Omdat er geen sprake is van strafbare feiten is het onderzoek afgesloten.
Hoe staat het met de onderzoeken naar de andere natuurbranden op defensieterreinen?
De KMar is nu nog druk bezig met het onderzoek naar de precieze oorzaak van drie andere branden op defensieterreinen. Te weten: Ederheide (uitgebroken 21 april), Oirschotse Heide (uitgebroken 30 april) en de Weerterheide (uitgebroken 30 april).
Zulke onderzoeken vallen onder de marechaussee omdat de incidenten plaatsvonden op militaire oefenterreinen. De KMar is daar wettelijk verantwoordelijk voor de politietaak en de rechtshandhaving. “Het ingestelde feitenonderzoek is gericht op het objectief vaststellen van de toedracht. Een dergelijk onderzoek bestaat uit meerdere onderdelen om een volledig en feitelijk beeld van de gebeurtenissen te krijgen”, meldt de KMar op haar eigen website.
“Belangrijke onderdelen hiervan zijn het sporenonderzoek door forensisch rechercheurs op de locatie van de brand en het opnemen van verklaringen van getuigen die op de betreffende momenten op de schietkampen of oefenterreinen aanwezig waren.”
Wat doet Defensie nog meer naar aanleiding van de branden?
Defensie houdt ondertussen de droogteprotocollen tegen het licht. Dit gebeurt samen met partners als de veiligheidsregio’s en Natuurmonumenten. Defensie oefent altijd volgens strikte veiligheidsprotocollen, waaronder specifieke richtlijnen voor brandrisico’s. Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen bij verhoogd risico zoals droogte.
Waarom is het belangrijk dat militairen kunnen blijven oefenen?
De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht. Oefenen is daarvoor essentieel. Tegelijkertijd moet dat altijd veilig gebeuren – voor mensen, natuur en omgeving. Defensie oefent volgens strikte protocollen en er zijn aanvullende maatregelen bij verhoogd risico zoals droogte.
Oefenen kan daarnaast op veel verschillende manieren, zoals patrouilles lopen en rijden, navigeren, dronevliegen en voertuigen camoufleren. Al het gebruik van open vuur is direct na de branden tijdelijk opgeschort. Pyrotechnische hulpmiddelen, zoals rookpotten en springstoffen, worden even niet gebruikt.
Omvangrijke inzet ‘blushelikopters’
De luchtmacht zette vorige week één Cougar-transporthelikopter in bij het blussen van natuurbranden. Deze heli kan een zogeheten bambi bucket vullen met maximaal 2.500 liter water.
Bij het blussen heeft de luchtmacht vorige week één Cougar- en vier Chinook-transporthelikopters ingezet. Zo’n omvangrijke inzet is in Nederland zeer uitzonderlijk. Een zogeheten Mobile Air Operations Team kan een bambi bucket onder de helikopter hangen. Na opstijgen klapt deze waterzak open als een omgekeerde paraplu.
Vullen kan overal (zelfs in een zwembad), zolang het water minimaal twee meter diep is. Met een vernevelaar, een soort douchekop onder de bambi bucket, is het mogelijk een groter gebied in één keer te besproeien. De Cougar vervoert maximaal 2.500 liter, de Chinook 7.600 liter.