Evert Brouwer
sergeant-majoor Aaron Zwaal
Plan voor evacuatie bij grootschalig conflict
In de donkerste dagen van de Tweede Wereldoorlog toonden Nederlandse musea en kunstliefhebbers opmerkelijke vindingrijkheid om waardevolle kunstwerken te beschermen tegen roof door de nazi’s. De mergelgrotten in Limburg bleken, dankzij hun ideale temperatuur en luchtvochtigheid, een veilige schuilplaats. Ook werden er speciaal voor dit doel kunstbunkers gebouwd, zoals die in Paasloo, op de grens van Friesland en Overijssel. Maar wat als Nederland vandaag de dag betrokken raakt bij een grootschalig conflict? “Vrijwel alles staat klaar om in geval van nood de belangrijkste items van Defensie veilig onder te brengen”, zegt projectofficier Hoofdtaak 1 van de NLDA, kolonel buiten dienst Peter Teeuw.
In Oekraïne heeft de regering-Zelensky topstukken uit musea gehaald om ze te beschermen tegen Russische raketten. In ons land gebeurde dat tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘ad hoc’ met bijvoorbeeld de Nachtwacht van Rembrandt in onder meer de mergelgrotten van Limburg. Er zijn ook speciale ‘kunstbunkers’ gebouwd, zoals in Paasloo op de grens van Friesland en Overijssel. De Nederlandse Defensie Academie (NLDA) heeft de plannen nu grotendeels klaarliggen.
“Ons materiaal ligt veelal opgeslagen in of om militaire objecten en zijn dus bij voorbaat een mogelijk doel”, constateert kolonel Teeuw. Een van de instituten van de NLDA is het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag. “We hebben meer tijd dan in de Tweede Wereldoorlog om ons voor te bereiden”, schetst de plaatsvervangend directeur, Erwin van Loo. Dat alles gebeurt officieel onder leiding van een taskforce die is ondergebracht bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarin is Defensie ook vertegenwoordigd.
Bibliothecaris KMA Jack de Graaf: "We hebben volstrekt unieke boeken." Waaronder het Steden-Boek van Europa, uytgesondert Nederland.
Atlas online
In de bibliotheek van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) op het Kasteel van Breda, waar de NLDA onder meer gevestigd is, liggen onvervangbare schatten opgeslagen: de atlassen van Willem Blaeu, en de complete jaargangen van het vakblad Militaire Spectator (sinds 1832). Maar er zijn ook nog naslagwerken van voor de oprichting van de KMA. Een voorloper, de Artillerie- en Genieschool was van 1814 tot 1828 in Delft gevestigd.
Bibliothecaris Jack de Graaf maakt zichtbaar en tastbaar waarover het allemaal gaat. “We hebben vele kilometers aan boeken en tijdschriften, waarbij volstrekt unieke exemplaren.” Hij pakt een groot volstrekt uniek naslagwerk: het Steden-Boek van Europa, uytgesondert Nederland. Graveur, drukker en uitgever Frederick de Wit maakte het zo rond 1690.
“Met de hand getekend en ingekleurd en bijschriften in soms wel vier talen”, verzekert De Graaf. “Er is voor zover bekend maar een exemplaar van gemaakt. Daarvan kan trouwens iedereen online genieten, want hij is digitaal in te kijken (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) . Die beelden zijn trouwens haarscherp, in detail beter te bestuderen dan het echte werk. En het mooiste vind ik dat alles steden compleet zijn veranderd, op een na: Venetië!”
Collectiebeheerder Frans van Gool (links) en Erwin van Loo (NIMH) bespreken de plannen. Rechts kolonel buiten dienst Peter Teeuw.
Triage
Alle (150.000) titels van de boeken en naslagwerken die in Breda liggen opgeslagen, zijn inmiddels door de handen van medewerkers gegaan en opnieuw ingedeeld. “Ze stonden keurig gerangschikt op onderwerp, maar nu hebben we triage gepleegd: de belangrijkste werken kunnen indien nodig snel op transport”, laat De Graaf weten. “Unieke exemplaren liggen bij wijze van spreken voor het grijpen als de nood aan de man komt. Het boekje over WordPerfect 4 laten we dan wel liggen, ja. En een werk uit 2020 is nog wel ergens te koop.”
In de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van de bibliotheek in Breda gebleven en niet verloren gegaan. Dit in tegenstelling tot de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Marine. Daar is vrijwel de volledige collectie naar Duitsland afgevoerd en verloren gegaan. “Toch zijn de meest bijzondere boeken toen gelukkig veiliggesteld. Mijn voorganger destijds heeft een aantal bijzondere werken achter op de fiets weggesluisd.”
Mijn voorganger heeft een aantal bijzondere werken achter op de fiets weggesluisd
Het NIMH, gevestigd in de Frederikkazerne in Den Haag heeft ook het nodige digitale materiaal. Erwin van Loo (NIMH): “Voor ons is het daardoor allemaal wel wat gemakkelijker te organiseren. We hebben weliswaar enorme bestanden aan materiaal, foto’s en films, maar het meeste is snel te pakken. Het veiligstellen van een aantal harde schijven met digitaal materiaal is natuurlijk zo gepiept. Het zou wel mooi zijn als we het digitaliseren van de rest van onze collectie kunnen versnellen. Je moet ook realistisch blijven. In een geval van oorlog moet je er niet op rekenen dat er een file Scania’s naar de Frederikkazerne komt om de spullen op te halen.”
In de bibliotheek van de KMA zijn volstrekt unieke boeken te vinden van de zeventiende eeuw tot nu.
Ingedeeld in categorieën
Het is iets waarover luitenant-kolonel der mariniers buiten dienst Frans van Gool, collectiebeheerder Stichting Historische Verzameling KMA (HV in de Volksmond), zich meer zorgen maakt. “We hebben hier nog een prachtig banier hangen van het vijftigjarig bestaan van de KMA, een geschenk van de gemeente Breda en de eerste uniformen van de KMA. Ook het Koninklijk Instituut voor de Marine heeft hier gehuisd: van 1850 tot 1857. Daarna is het KIM naar Medemblik verhuisd. De cadetten moesten zien wat schepen zijn”, vertelt hij lachend. “Alle materieel, waarvan een deel in het museum is te zien, hebben we ingedeeld in categorieën van a tot en met d. De eerste bestaat uit onvervangbare stukken en moeten het eerst weg.”
Ook het museum in de KMA heeft veel onvervangbare stukken. Beheerder Frans van Gool is de lopende encyclopedie.
Realistisch
De afgelopen maanden is er een plan opgesteld hoe zo’n ‘evacuatie’ in zijn werk moet gaan. “We hebben een gespecialiseerd verhuisbedrijf ingeschakeld en berekend hoeveel vrachtwagens we nodig hebben en hoeveel tijd er nodig is om alles klaar te zetten”, legt kolonel Teeuw uit.
“Je moet dan bijvoorbeeld bij schilderijen bepalen of je ze in de lijst wilt meenemen of niet, vanwege plaatsgebrek. Maar we moeten ook realistisch zijn: de NLDA en het NIMH zijn niet de enige instituten die hiermee bezig zijn. Binnen het Defensie Ondersteuningscommando hebben we ook nog Bronbeek met z’n historische verzameling. En denk aan het Nationaal Militair Museum en de kleinere musea op defensieterreinen. En dan heb je het alleen nog maar over Defensie.”