kapitein Kirsten de Vries
sergeant-majoor Gregory Freni
Krijgsmacht kiest bij Defensienota 2026 voor duidelijke koers
Vechten, volhouden en winnen. En om dat voor elkaar te krijgen is het van groot belang dat de krijgsmacht zich snel aanpast. Dat is in het kort de belangrijkste conclusie van de Defensienota 2026, die de naam ‘Samen Voorwaarts!’ kreeg. Over vijf jaar moet daarom vijftig procent van de systemen onbemand zijn. De Defensiekrant sprak met drie mensen die hier het belang van inzien, dat uitdragen én de presentatie van de nota aangrepen om te laten zien hoe hun eenheden ervoor staan.
Onbemande systemen spelen een grote rol tijdens de presentatie van de Defensienota. De nota wordt met een TheMIS vervoerd en daarna overhandigd door enkele militairen. In de hangar kan iedereen kennismaken met onder meer robots, drones en satellieten.
‘Bewapende systemen kunnen ook ondersteunen bij verdediging’
Sergeant-majoor Stephan, instructeur robotica & autonome systemen: “De doelstelling wat betreft onbemande systemen is ambitieus, maar ik denk wel dat het lukt. Het belang ervan is voornamelijk om de mens zo lang mogelijk uit de voorste linies te houden, zodat hij - om het even zwart-wit te zeggen - zo lang mogelijk blijft leven. Maar helemaal zonder mensen kun je niet, want de systemen moeten bediend worden. Het is niet zo dat de machine de mens vervangt. Er zit een beperkte mate van autonomie op, vandaar die vijftig procent. Maar ik denk dat dat een goede balans is.”
“Waar wij heel erg tegenaan lopen met onze systemen is de regelgeving. Het liefst zouden wij gisteren alles al willen hebben, maar wij zijn afhankelijk van de industrie die moet leveren en allerlei contracten die getekend worden."
"Als organisatie willen we graag versnellen, alleen lopen we tegen de processen aan die we zelf inrichtten.”
“Wij zijn nu met de Milrem THeMis aan het experimenteren; wat kunnen we ermee en wat kan een onbemand systeem betekenen binnen Defensie? Dat kan van alles zijn; logistiek, grondafvoer, evacuatie van gewonde militairen.. Maar het bewapende systeem kan ook ondersteunen bij de verdediging. Je kunt de voertuigen als eerste vuur laten trekken, zodat zij aangegrepen worden in plaats van de mens. Voorheen deden we het testen voornamelijk zelf, maar nu trainen we zoveel mogelijk met de eenheden, zoals bijvoorbeeld tijdens Fighter Lion.”
Sergeant-majoor Stephan met twee keer de Milrem THeMis. De linker gaat naar Oekraïne, het exemplaar rechts wordt gebruikt om mee te trainen.
‘Het is niet zo dat de machine de mens vervangt’
‘Als je data niet binnen kan halen, heb je niets aan een satelliet’
Luitenant-kolonel Petra, Hoofd Space Warfare & Expertise: “Het voelt goed dat de Commandant der Strijdkrachten ons specifiek noemde in zijn toespraak. Ik denk dat het ruimtedomein deze aandacht verdient. We zijn heel erg afhankelijk van space en in het begin was dit nog slecht ingericht binnen Defensie. Maar je ziet gewoon dat het gevechtsveld verandert en dat ons domein daar een steeds belangrijkere rol in heeft. Het is mooi dat we nu de steun krijgen om dit op een professionele manier aan te pakken en space als een vijfde domein te omarmen.”
“Er gebeurt veel in de ruimte; spionageactiviteiten of bijvoorbeeld satellieten die heel dichtbij andere zitten. Dan wordt er afgeluisterd en ze kunnen elkaar opzettelijk hinderen. Dreiging is er in veel vormen. Als je kijkt naar de assets op de grond en op zee, vindt er veel jamming en spoofing plaats. Je kunt je voorstellen dat een grondstation, zo’n grote schotel die de communicatie van satellieten opvangt, ergens op een targetlijst staat. Want als jij de data niet kunt binnenhalen, heb je niks aan je satelliet. Dat zijn gevaren waar wij rekening mee houden. We kijken niet alleen naar wat er in het heden gebeurt, maar ook naar wat er technologisch gezien mogelijk is, nu en in de toekomst.”
“De satelliet van het Finse bedrijf ICEYE die hier staat, laat de operationele capaciteit zien zoals die nu is. Dit product is een heel mooi voorbeeld van hoe we heel snel konden schakelen, onder andere samen met de industrie. Wat ICEYE goed deed, is zeggen: ‘we zijn een commercieel bedrijf, je kunt bij ons data kopen. Maar als je wilt, hebben we daarnaast een lopende band waar satellieten af komen. Wij brengen deze daarna de ruimte in, maken hem operationeel en geven jullie tenslotte de spreekwoordelijke sleutel’.”
“Daarnaast hebben we deze satelliet internationaal ingebracht in een Memorandum of Understanding met andere landen die satellieten hebben. We spraken af dat we de data met elkaar delen. Dus het is een internationale en industriële samenwerking, een kwestie van snel schakelen en operationele capaciteit. Een prachtig voorbeeld van wat we met het space-domein kunnen doen.”
Luitenant-kolonel Petra met de satelliet van ICEYE. “Dit product is een heel mooi voorbeeld van hoe we heel snel konden schakelen, onder andere samen met de industrie.”
‘We kijken niet alleen naar wat er in het heden gebeurt’
‘Ons hoofddoel is de jacht op mijnen’
Matroos-1 Jens, Mijnenbestrijding Module Groep: “De komende jaren zijn wij bezig met het verbeteren van de K-Stern, een drone die bedoeld is om zeemijnen te neutraliseren. We zijn nog in de testfase en de systemen die we nu hebben zijn prototypes. Maar als het goed is komen er na de zomer nieuwe. Daar gaan we dan verder mee trainen en ze integreren aan boord van Zr.Ms. Vlissingen. Ik denk dat dat over vijf jaar wel redelijk gelukt is, maar dat het nog niet optimaal werkt. Al zal het systeem al wel aardig wat risico’s wegnemen, want nu doen we dit natuurlijk nog met duikers."
“Wij maken gebruik van nog twee andere drones. Eentje is voor de identificatiefase en heeft een camera. Daarmee kunnen we zien of iets echt een zeemijn is of bijvoorbeeld een autoband, want dat kan ook.”
“De andere drone is voor de detectiefase en is een stuk groter. De K-Stern werkt via een glasvezelverbinding die boven water naar een Unmanned Surface Vessel (USV) gaat. In de toekomst zal zo’n schip al deze drie drones lanceren. De USV heeft contact met het moederschip, waar wij in de commandocentrale zitten en de besturing en de communicatie doen en de data binnenkrijgen.”
“Ons hoofddoel is de jacht op mijnen, iets wat ontzettend actueel is met de Straat van Hormuz. Als je een mijnengebied hebt, is er een bepaald percentage kans dat er een aantal mijnen ligt. Daar ga je geen duikers op af sturen, maar een drone die het gebied afzoekt. En dat kan van best wel een afstand. Zo hou je het schip en de bemanning uit het risicogebied en dat is natuurlijk de hele bedoeling van deze drones.”
Jens poseert met de K-stern.
‘Deze drone neemt aardig wat risico’s weg’