Evert Brouwer
Collectie NIMH, René van Bakel, collectie KCT, uitgeverij Meneer Kelderman
‘Mijn boek is databank van Dutchbat’
De komende week is het 31 jaar geleden dat de moslimenclave Srebrenica is gevallen. Op 8 juli 1995 begon de Servische aanval op de Nederlandse observatieposten rond het gebied. Het is een datum die bij veel oud-militairen van Dutchbat III niet alleen omcirkeld in de agenda staat, maar vooral in het hoofd zit.
Zoals bij soldaat der eerste klasse buiten dienst Kevin Clint Tjon-a-Joe (56), schrijversnaam KCT. Dinsdag is zijn zeer persoonlijke en lijvige boek ‘Unprovided’ gepresenteerd in aanwezigheid van zijn oud-commandanten. “Dit is geen boek, dit is een databank op papier. Alle Dutchbatters kunnen baat hebben bij dit boek, als ze het maar durven te lezen.”
Het interview had afgelopen zaterdag tijdens Veteranendag plaats moeten vinden. Door de weersomstandigheden mist Kevin de reünie met zijn maten van de bravo(Pegasus)compagnie 13 Infanteriebataljon van de Luchtmobiele Brigade. De eenheid die de val van Srebrenica meemaakt en waarvan velen nog steeds worstelen met de gevolgen. “Hoe stop je een oorlog die nog steeds door je hoofd raast? Die vraag achtervolgt me al ruim dertig jaar. De meesten praten er niet over. Ik wel, in dit boek.”
‘Ik vind het moedig dat Kevin na al die jaren zijn gevoelens heeft weten weer te geven in een zeer lezenswaardig boek.'
‘Ik vind het een eer dat kolonel Karremans (midden) erbij was’, zegt Kevin. Links op de foto staat vormgever Bas Kelderman; ‘een genie’ volgens Kevin.
Geen opgepoetst verhaal
De afspraak voor het interview is door de afgelasting van Veteranendag verplaatst van Den Haag naar een terras in Oost-Groningen, vlakbij zijn woonplaats. Kevin oogt ontspannen; iemand die vrede in zichzelf heeft kunnen vinden. En dat mag na het lezen van het boek een wonder heten. “Dit is geen opgepoetst verhaal. Geen politiek rookgordijn. Geen mediacircus”, schrijft KCT in de inleiding. “Het is ook geen aanklacht tegen Defensie”, voegt de trotse bezitter van het Draaginsigne Gewonden daaraan toe.
Rauw en herkenbaar is misschien het juiste woord om het boek te omschrijven. Al op tweejarige leeftijd krijgt Kevin de eerste klap te verwerken als zijn moeder aan een ernstige ziekte overlijdt. Hij wordt in Suriname groot gebracht door zijn grootouders en maakt als jong ventje de coupe van Desi Bouterse mee. Kevin keert terug naar Nederland om aan de dienstplicht en de dreigende burgeroorlog daar te ontkomen. “Dan liever in Nederland het leger in.” Het is een besluit met grote gevolgen.
De enclave Srebrenica is omringd door heuvels. (foto: collectie NIMH)
Verbindingsbataljon
Srebrenica is niet zijn eerste uitzending. Als dienstplichtige ondersteunt Kevin in 1992 het Nederlandse verbindingsbataljon bij het Keniaanse bataljon in Benkovac (Kroatië). “Rijst met kip en kip met rijst; dat was het menu. Nu is dat voor een Surinaamse jongen best te doen”, zegt hij lachend.
Na terugkeer uit Kroatië besluit KCT zich in 1994 aan te melden voor die nieuwe eenheid binnen de landmacht: de Luchtmobiele Brigade. Als noorderling komt hij terecht bij 13 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen Prins Bernhard in Assen. Die eenheid gaat in 1995 als derde naar de door Serviërs belegerde moslimenclave.
‘Deze missie is voor iedereen van de eenheid een ijkpunt in ons leven geworden: er is een tijd voor de missie en een tijd erna.’
Soldaat der eerste klasse Kevin Clint Tjon-a-Joe op een OP (observatiepost) in de omgeving van Srebrenica. (foto: collectie KCT)
Open haard
De eerste hoofdstukken over Dutchbat III lezen als een spannend jongensboek. Het is zeer herkenbaar voor iedereen die in die periodes in Srebrenica-Potocari is geweest. Het leven op de OP’s (observatieposten), de spanningen in de stad zelf, de gelatenheid bij de bevolking. En de ‘trigger’ die je terugbrengt naar toen: de geur en rook van brandend hout, die als een grijze deken over ‘de grote knikkerkuil’ hangt tijdens koude nachten. “De meeste mensen die zoveel kritiek hebben op ons, weten niet hoe de situatie destijds was in de enclave”, zegt hij stellig. “Daarom is dit boek zo belangrijk. Ik beschouw het een beetje als mijn kind. Maar het was wel een bevalling van 28 jaar.”
Tijdens de aanval van 8 juli zijn de observatieposten van Dutchbat aangevallen door de Servische troepen. Op 11 juli viel de enclave. (foto: collectie NIMH)
De lezers van het boek moeten niet meteen naar hoofdstuk één gaan. “De vormgever van het boek is een genie”, vindt Kevin. “Ieder detail klopt: de cover gaat niet voor niets van donker naar licht. Die symboliseert de fases waar ik doorheen heb moeten gaan. Ook de vlaggen op de vingers van de hand zijn niet zomaar gekozen”, meldt hij lachend. Zelfs de titel is een puzzel. Die heeft te maken met de voorkeur van Kevin voor Engels, waarover later meer. Unprovided kan ook gelezen worden als UN Provided: de VN heeft (mede) de genocide in Srebrenica mogelijk gemaakt.
‘PTSS kent geen bepaalde incubatietijd’
Blauwhelmen voeren een patrouille uit in de enclave in 1994. (Foto: collectie NIMH/René van Bakel)
Man met de hamer
Ook Kevin Clint Tjon-a-Joe krijgt bij terugkeer uit Srebrenica mentale problemen. “Na de ontvangst in Zagreb en Nederland was het opeens afgelopen. Het leven ging hier door. We kregen na terugkeer een aantal weken verlof. Toen ik terugkwam, waren al mijn maten de dienst uit. Je hebt dan geen enkele band met die nieuwe jongens. Die hadden immers niks meegemaakt, vond ik. Dus ik ben ook vertrokken.”
PTSS (posttraumatische stressstoornis) is niet als griepje met een bepaalde incubatietijd, zo omschrijft hij. “Voor de een komt het meteen, voor de ander duurt het jaren voordat iets of iemand de interne bom laat afgaan. Ik heb die man met de hamer wel zien aankomen, maar kon er toen niets mee of tegen doen. Ik veroorzaakte een ongeluk op mijn werk, raakte mijn baan kwijt en mijn huwelijk liep op de klippen. Het waren met het verleden in mijn hoofd te veel ballen om hoog te houden. En dan slaat de PTSS toe.”
“Het is een Godswonder dat ik nog leef en dat bedoel ik letterlijk. Ik heb heel veel maten verloren: niet door oorlog, maar vooral door de oorlog in hun hoofd. Ik snap dat die jongens het hebben opgegeven. Alle mogelijke verslavingen heb ik moeten doorstaan, ik voelde me aangetrokken tot de misdaad, maar ik ben staande gebleven. Er is in mijn ogen een hogere macht aan het werk geweest, die vindt dat dit boek geschreven moest worden.”
‘Ik sta nog steeds met Srebrenica op en ga ermee naar bed’
Echtgenote Johanna is een van de steunpilaren in het leven van Kevin Clint Tjon-a-Joe. (eigen foto KCT)
Wedergeboorte
De heilige drie-eenheid, geloof, hoop en liefde, is daadwerkelijk in hem gevaren. “In 1997 schrok ‘s nachts ik wakker uit een droom; alsof ik een kogel in mijn rug werd geschoten. Daarmee is mijn wedergeboorte begonnen. In Suriname ging ik stiekem naar de kerk: de beroemde Sint Petrus en Pauluskathedraal in Paramaribo. Dat is denk ik een positieve ‘trigger’ geweest. Ik ga dan nu niet meer naar de kerk, maar lees iedere dag in de King James Version van de bijbel (een Engelse vertaling uit 1611). Openbaringen is voor mij letterlijk een openbaring geweest.”
Ook de hoop is teruggekeerd, zo blijkt uit het hele boek. “Ik heb een enorm donkere tijd gekend, maar heb het licht weer gevonden.” Daaraan draagt de liefde ook zeker bij. Na een mislukt huwelijk is Kevin alweer vele jaren gelukkig met zijn Johanna. “Zij is een deel van mijn redding geweest. Het zijn allemaal puzzelstukjes die nu in elkaar zijn gevallen. Dat wil niet zeggen dat ik dit hoofdstuk in mijn leven nu heb afgesloten; ik sta nog steeds met Srebrenica op en ga ermee naar bed. Maar ik kan er nu wel mee leven.”
Het boek Unprovided (Dossier 690911659) van KCT telt 310 pagina’s en is voorzien van veel foto’s een documenten. Het is te bestellen via boekenbestellen.nl (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) en kost 70 euro.