Evert Brouwer
Diversen
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag gaan we terug naar 7 juli 1991 als Slovenië na de Tiendaagse oorlog onafhankelijk wordt.
Na de dood van president maarschalk Josip Broz Tito in 1980 blijkt al snel hoe kwetsbaar het uit verschillende bevolkingsgroepen samengestelde Joegoslavië is. De val van de Berlijnse Muur vormt een van de brandversnellers in het verdeelde land.
Kop uit de Telegraaf in 1991. (Foto: Hans de Vreij)
De JNA neemt grenzen en luchthavens in bezit
Het begin
Het economisch solide Slovenië, dat dan al zeer westers georiënteerd is, wil niet langer deel uitmaken van de federatie. Die wordt gedomineerd door Servië. De regering in Belgrado accepteert de wens van onafhankelijkheid niet. De Jugoslovenska Narodna Armija (JNA) neemt op 25 juni de controle over de Sloveense grenzen en luchthavens. De deelregering in Ljubljana reageert door twee dagen later de onafhankelijkheid uit te roepen. Dat is het begin van het conflict.
De Territoriale Defensie (TO), de Sloveense strijdkrachten, bestaat uit ongeveer twintigduizend slecht bewapende vrijwilligers. Daar staat de JNA tegenover, met veertigduizend soldaten, driehonderd tanks en tweehonderd vliegtuigen. De Slovenen hebben een groot voordeel: ze kennen hun eigen land beter dan het voornamelijk uit Serviërs samengestelde leger. De TO blokkeert wegen, brengt hinderlagen aan en verstoort de communicatie van het Joegoslavische Volksleger.
Een wit gespoten Alouette III van de European Community Monitor Mission (ECMM), controleert het terugtrekken van Joegoslavische troepen uit Slovenië, boven Zagreb. (Foto: Collectie NIMH)
De JNA weet zich geen raad met deze vorm van verzet
Slachtoffers
Zendamateurs en lokale radiostations spelen een cruciale rol door belangrijke informatie door te geven over de bewegingen van het nationale leger. Zo weten Sloveense eenheden, gewapend met lichte wapens en molotovcocktails, de landing van Joegoslavische troepen te vertragen op de nationale luchthaven Brnik bij Ljubljana.
De JNA, gewend aan traditionele oorlogvoering, weet zich geen raad met deze vorm van verzet. Aan hun kant vallen dan ook de meeste slachtoffers. In totaal komen 76 mensen om: negentien aan Sloveense kant, 45 soldaten van het Joegoslavische Volksleger en twaalf buitenlanders. Daarnaast raken 192 Slovenen gewond en 146 soldaten van de JNA.
Een T-55 van het Joegoslavische leger rijdt door een voorstad van Zagreb (Kroatië) op weg naar Servië. (Foto: Louis Meulstee)
Akkoord van Brioni
Na tien dagen verstomt het wapengekletter, mede door de internationale gemeenschap. De Europese Gemeenschap en de Verenigde Naties zetten de regering in Belgrado onder zware druk om de gevechten te stoppen. Al op 2 juli wordt een staakt-het-vuren afgekondigd. De schermutselingen duren toch nog voort tot 7 juli, als het Akkoord van Brioni wordt gesloten. De JNA trekt zich terug uit Slovenië, in ruil voor een uitstel van de officiële onafhankelijkheidsverklaring.
Een F-16B tweezitter tijdens het bezoek aan Slovenië. Op de achtergrond staan een F-84 Thunderjet en twee F-86 K Sabre's in de kleuren van de voormalige Joegoslavische luchtmacht. (Foto: Collectie NIMH/Johan van Leeuwen)
Ook daarna komt Europa in beweging. Kroatië heeft immers ook de onafhankelijkheid uitgeroepen en de JNA moet via dat land terug naar Belgrado. Dat is althans de bedoeling. De Europese Gemeenschap zet daarvoor de European Community Monitor Mission (ECMM) op. Die ECMM bestaat uit waarnemers, gehuld in witte pakken en een blauwe cap. Zij moeten de situatie ter plekke monitoren, de scheiding van strijdende partijen bevorderen en humanitaire missies ondersteunen.
Brigadegeneraal der Cavalerie George Eleveld was plaatsvervangend commandant ECMM.
De Nederlandse brigadegeneraal der cavalerie George Eleveld is in de beginjaren van de missie (1991-1992) plaatsvervangend commandant van de European Community Monitor Mission (ECMM) in het voormalige Joegoslavië. De ECMM speelt een belangrijke rol bij het verzamelen van informatie en het rapporteren over schendingen van het staakt-het-vuren en de mensenrechten. Er komt meer Nederlandse steun. In 1996 vliegen F-16’s en commodore Huub van Dillen van de Koninklijke Luchtmacht naar Ljubljana om het jonge land te steunen bij de opbouw van de luchtstrijdkrachten. Joegoslavië is dan al geheel uiteen gevallen. Dat begon dus in Slovenië. Sinds 2004 is Slovenië een stabiel lid van de EU en de NAVO.